zaterdag 25 december 2010

Meedraaien op de ster, deel 2

De kerst zit er weer op en ik hoop dat de overtollige ballast zo rond het middel beperkt is gebleven. Ik hoop dat jullie allemaal een goede kerst achter de rug hebben.
In onderstaand bericht een beschrijving van m'n tweede draaidag op houtzaagmolen de Ster te Utrecht.

18 December 2010,

De laatste zaterdag van het jaar waarop de Ster (eventueel) zou draaien. Het komend weekend is het kerst en de week daarna zitten we alweer in 2011. Oudere mensen zeggen me wel eens dat hoe ouder je wordt hoe sneller het gaat. Ik ben bijna 44 lentes jong maar het is inderdaad zo.
Ik ben nu ruim anderhalf jaar aan het mio-en en die tijd is echt voorbij geschoten.
Maar goed, we dwalen af, dit is een weblog van een molenaarsleerling en niet van de plaatstelijke filosoof.
Vandaag zouden m'n vrouw en ik er eigenlijk op uit trekken met wat vrienden van ons en ik had me daarom ook afgemeld bij molenaar Piet. Echter, het had gisteren zo erg gesneeuwd dat de (snel)wegen erg slecht waren, zeker de binnenwegen. Ik reed gisteren vanaf m'n werk naar huis en op de snelwegen stond het meer stil dan dat het reed. Gelukkig ken ik veel binnendoorwegen en ben dus binnendoor naar huis gereden. Duurt ook lang maar je kunt wel rustig aan blijven doorrijden.
We hadden besloten om ons uitje uit te stellen vanwege de slechte toestand van de wegen. Dit gaf me wel de kans om toch naar de Ster te gaan.
's Morgens een nieuw blad voor m'n maalboekje gepakt om te noteren wat het weer zou doen.
Het maalboekje is een logboek wat je bij moet houden voor je opleiding. Om te slagen voor je examen moet je minimaal 150 uur op een molen gedraaid hebben waarvan minimaal 30 uur op andere molens dan je instructie-molen. Om dat te kunnen "bewijzen" moet je alles noteren op het maalblad:

Blad uit het maalboekje...
Je kunt hier alles noteren wat je die zoal hebt gedaan op de molen. kapinspectie, lagers smeren, zeilen voor leggen, malen, rondleiden enz. Ook kun je je eigen waarnemingen v.w.b. het weer noteren om te laten zien dat je bewust met het weer bent bezig geweest. Het weer is uiteraard erg belangrijk voor een molenaar, hij/zij is er van afhankelijk. En als je wilt slagen dan moet je in staat zijn om korte-termijnsvoorspellingen te doen a.d.h. van je eigen waarnemingen.
Via het internet kijk ik op verschillende sites om te zien wat het huidige weer is en om te zien wat de voorspellingen zijn. Dit waren zo'n beetje de voorspellingen om 9:00 's morgens:

Windrichting: ZZO
Windkracht: 2-3
Temperatuur: -1 - -3°C
Neerslag: Kans op motsneeuw
Bewolking:  Toenemend vanuit ZW
Buienradar: wat buien in het westen die een beetje ronddraaiden met als middelpunt Flevoland

Dan m'n eigen waarnemingen v.w.b. het huidige weer:

Windrichting: Niet te bepalen, er bewoog buiten nagenoeg niets
Windkracht: 1
Temperatuur: Koud (we hebben geen buiten thermometer)
Luchtdruk: Onbekend (we hebben thuis geen barometer)
Neerslag: Geen
Bewolking:  Stratus, het was egaal grijs
Hoogte bewolking: Laag (onder de 2 km)
Trekrichting bewolking: NTB (ofwel: Niet Te Bepalen)
Overige waarnemingen: Er ligt een pak sneeuw van een cm of 20.

Met die sneeuw en vorst is het bij de molen oppassen geblazen. Als je met het gevlucht bezig bent dan moet je uitkijken dat er geen klonten sneeuw of brokken ijs naar beneden komen. De askop heeft holle ruimtes en daar kan na een regen- of sneeuwbui water in gaan staan. Bij vorst vriest dat op tot behoorlijke ijsklompen. Als het gevlucht gaat draaien dan kunnen die klonten uit de askop vallen met alle gevolgen van dien. Er kan ook water in de zeilen staan wat opvriest. Moet ik nog vertellen wat er gebeurt als je de zeilen dan uitrolt? Oppassen, dus.
Terwijl ik m'n maalboekje aan het invullen ben begint ineens de zon te schijnen, de wereld zag er meteen een stuk vrolijker uit. Maar helaas, het was van korte duur, tijdens m'n ontbijt trok het weer helemaal dicht.
Om half 11 stapte ik weer op m'n fiets en ploegde door de sneeuw naar Utrecht. Het viel me op dat er vrijwel geen wind stond. Hier en daar hoorde ik boven me het herkenbare ge-gak van ganzen. Ik keek naar boven en zag meerdere V-vormen richting het zuiden trekken. Zij wel...
Om een uur of 11 was ik in Utrecht. Ik besloot even de Leidsche weg wat verder door te rijden om wat foto's te maken van de Ster met z'n besneewde romp:
Het Molenpark langs de Leidsche Rijn met daarin zaagmolen de Ster...
Na wat plaatjes fietste ik terug naar het Molenpark waar molenaar Henk met een buurman buiten aan het slot van de deur stond te prutsen. Het slot was dichtgevroren maar gelukkig had de buurman een spuitbusje slotspray, het euvel was snel verholpen.
Tijdens de koffie kwamen er nog meer mensen binnen met potten, pannen en wat al niet meer. Het bleek dat het Houtens Biercollectief die dag een echt houtzagersbiertje ging brouwen in de molen. Daarvoor gebruiken ze de zaagkrullen van hout wat door de Ster gezaagd is om er een speciale smaak aan te geven. Toch jammer dat ik geen bier lust want het lijkt me een bijzonder biertje.
Er wordt mij door andere molenaars wel eens verweten dat ik geen echte molenaar wordt omdat ik geen koffie maar ook geen bier lust. Gelukkig weet ik wie het zeggen en dat gebeurt met een enorme knipoog... Het blijven toch aardige mensen die molenaars.
Na de koffie klimmen Henk en ik de molen in. Bij de trap stond iemand van het biercollectief met een grote zware boormachine (geheel volgens de traditie...) iets te mengen in een grote emmer. Hij was gerstemout aan het mengen met de houtkrullen. Hij vertelde wat over het brouwproces en wat daar allemaal bij komt kijken.
Henk en ik hobbelden daarna verder naar boven. Er staat te weinig wind (zeg maar rustig "geen" wind) om te zagen dus proberen we wat voor de prins te draaien.
De molen staat nog in z'n werk en moet daar dus even uit gehaald worden.
Molens hebben en hadden allerlei functies, water pompen, hout zagen, koren malen, graan pellen enz. Daarvoor worden verschillende werktuigen via allerlei tandwielen aangedreven. Deze werktuigen kunnen dan "in- of uit het werk" gezet worden. "Uit het werk" wil zeggen dat de molen kan draaien maar dat er geen werktuigen aangedreven worden. En andersom betekent "in het werk" dat de molen de werktuigen aandrijft.
Elk type molen heeft weer een andere manier van in- of uit het werk zetten. Bij korenmolens wordt de steenspil zodanig verplaatst dat deze niet meer aangrijpt in het spoorwiel. Bij poldermolens wordt de onderbonkelaar samen met de onderkant van de koningsspil zodanig verplaatst dat deze niet meer aangrijpt in het waterwiel. Het waterwiel is een groot tandwiel wat het scheprad van een poldermolen aandrijft.
Bij de Ster wordt de molen uit z'n werk gezet door de bovenbonkelaar (samen met de koningsspil) uit het bovenwiel te trekken.
Bij de meeste molens kun je dat straffeloos doen (uiteraard wel even de molen stil zetten) maar bij zaagmolens zit er een addertje onder het gras. Er moet eerst gekeken worden wat de stand van het zaagraam is.
Zoals ik in een eerder bericht heb uitgelegd wordt er via via een krukas aangedreven door de molen. Aan deze krukas zitten zware houten drijfstangen (kolderstokken) die het zaagraam op en neer bewegen.

De onderbonkelaar (rechts) met nog een stukje koningsspil (rechtsboven). Het krukwiel (midden) en geheel rechts de kolderstok die door de raamzolder naar de kop van het zaagraam gaat. Tussen het krukwiel en de wuifelaar zit de krukpol, een houten lager waar de krukas in draait...
Als de molen na een zaagklus op een willekeurig end (wiek) is vastgezet dan kan het zaagraam bovenin of onderin vast staan en op alle plaatsen daar tussen in. Het zaagraam bij de ster weegt toch al gauw een slordige anderhalve ton. Als het zaagraam in z'n bovenste stand staat dan zakt die anderhalve ton door de zwaartekracht niet zomaar naar beneden, het wordt via alle tandwielen tegengehouden door de vang die er altijd op ligt als er niemand in de molen is.
Henk controleert de stand van het zaagraam en dat blijkt bijna bovenin te staan. Stel dat we nu de bovenbonkelaar uit het bovenwiel trekken dan wordt deze dus niet meer tegen gehouden door de kammen van het bovenwiel. Het zaagraam (dus 1500 kg) valt dan door de zwaartekracht naar beneden en via krukwiel (wiel wat op de krukas zit) en onderbonkelaar gaat daardoor de koningsspil draaien. Eigenlijk een omgekeerde situatie: het zaagraam drijft de koningsspil aan.

De kapzolder van de Ster. Rechtsonder de bovenbonkelaar op de koningsspil, links het bovenwiel op de boven-as...

De bovenbonkelaar met koninsspil wordt er met de hand uitgetrokken en dat is een vrij zware klus, je staat op een gegeven moment met een bovenbonkelaar in je handen. Als dat spul dan ook nog eens begint te draaien vanwege een vallend zaagraam, daar hou je niks meer aan. Erg gevaarlijk, dus. Een leermomentje.
We moesten het zaagraam dus even laten zakken en dat gebeurt door het gevlucht wat te laten draaien.
De Ster is een molen die voor het grootste gedeelte uit hout bestaat en die aan de buitenkant geheel met riet bedekt is. Het gevaar voor brand is, zeker in zo'n houten molen, aanwezig. Voor de verzekering moeten daarom een aantal regels van de brandweer opgevolgd worden. 
In de vloer van de raamzolder zit een groot gat waar het zaagraam doorheen steekt. In geval van brand kan dit gat als schoorsteen gaan werken en daardoor kan de brand snel toenemen. Om die schoorsteenwerking tegen te gaan is het gat rondom het zaagraam afgedicht met speciale brandwerenede doeken. Omdat het zaagraam gaat bewegen moesten de doeken even verwijderd worden.  
In de kap werden lagers gesmeerd en werd de lekenpen er uit getrokken. Buiten verlostten we het gevlucht van de ketting en de bliksemkabel. Het beetje wind wat er stond kwam uit het zuid-westen en de kap van de molen stond op west-noordwest. Even een stukkie kruien, dus.

Leuk plaatje...

Toen de molen op de wind stond haalden we ook de pal er uit en maakten we de kneppel los. Ik mocht de vang bedienen en Henk ging naar binnen om mij een seintje te geven als het zaagraam in de onderste stand stond.
Ik lichtte de vang een klein beetje om het gevlucht gecontroleerd te laten draaien. De molen begon langzaam te draaien. Geen idee of dat door de wind kwam of door het zaagraam wat door de zwaartekracht langzaam naar beneden gleed. Henk gaf me een seintje dat het zaagraam beneden was en ik liet voorzichtig het vangtouw gaan zodat de vang weer opgelegd werd.
Een andere manier om een zaagmolen veilig uit het werk te zetten is om het zaagraam te ondersteunen zodat het niet kan vallen als de koningsspil vrij is. Toch is het het veiligst om het zaagraam te laten zakken naar het onderste dode punt.
Henk en piet klommen de kap in om de bovenbonkelaar uit het werk te halen. De spil wordt met een speciaal stuk hout zodanig aan de busbalk bevestigd dat de kammen net niet in elkaar grijpen. De busbalk is de balk waar het bovenste gedeelte van de koningsspil in is gelagerd.
Nadat e.e.a was veilig gesteld gingen we een poging doen om de molen voor de prins te laten draaien. Er stond belabberd weinig wind dus we moesten de boel opzeilen. Omdat we het zaagraam hadden laten zakken stond het gevlucht in de lange ruststand dus we moesten een klein stukje verder draaien om een end voor te laten komen. Ik lichtte de vang en tot m'n grote verbazing draaide de molen achteruit?!?!?!
Wat bleek, door de sneeuw was het gevlucht "wanwichtig" geworden, d.w.z. dat het niet meer in evenwicht is. Eén van de fokken was redelijk volgesneeuwd en al die sneeuw dat weegt natuurlijk wel wat. We hadden met een bezem wel wat tikken tegen de fok gegeven om te kijken of er wat sneeuw uit viel maar er gebeurde weinig, de sneeuw zat redelijk vastgevroren.

Volgesneeuwde fok... (foto gemaakt bij het afzeilen)
Ik had de vang iets te vroeg opgelegd waardoor het gevlucht ietwat in de rouwstand stond. Het probleem is dan dat als je het zeil uitrolt dat het dan al gedeeltelijk voor het hekwerk valt. Als je dan het hekwerk in moet klimmen om de kikkerlussen (lussen aan een lange zijde van het zeil die vastgezet worden aan de kikkers op de roede) vast te zetten dan zit dat zeil lelijk in de weg, je bent tijdens het klimmen steeds dat zeil opzij aan het duwen om verder omhoog of naar beneden te komen. Ik heb al heel wat keren zelfstandig een molen opgezeild en dit was de eerste keer dat het me overkwam. Ik heb twee goeie smoezen om dat te verklaren: 1. de Ster is voor mij nog een redelijk nieuwe molen, ik draaide pas voor de 2e keer mee en ik moest nog even wennen aan de vang.
2. Het gevlucht liep achteruit en ik was zo verbaasd dat ik de vang er op het verkeerde moment (te vroeg) op legde.
Waarheid is dat ik gewoon niet goed gekeken heb. Wel weer een leermomentje.
Normaal gesproken probeer ik het gevlucht voor het op- en afzeilen zodanig neer te zetten dat de horzontale roede nagenoeg parallel staat aan de lange spruit. (De lange spruit is de langste balk die aan weerszijden uit de kap steekt.).
We zeilden het voorgekomen end op en hoopten dat de wind de boel toch rond zou krijgen.
Helaas, het gevlucht kwam op gang maar bleef weer steken in de lange ruststand. Er stond gewoon te weinig wind en/of de wanwichtigheid was te groot.
Met een pikstok moesten we het volgende end voor zien te krijgen. Op dat end zat een katoenen zeil met natuurtouwen. Het katoen en de touwen absorberen water. Door de vorst was e.e.a. zo stijf gevroren dat we er niets mee konden doen. Met vereende krachten duwden we het gevlucht verder om het volgende end voor te krijgen. Toen ook dat opgezeild was lukte het de wind om het gevlucht helemaal rond te krijgen.
Echter, de molen had de grootste moeite om rond te komen.
Wel grappig om een wanwichtige molen te zien draaien. Het besneeuwde (zware) end kwam met een rotgang naar beneden om daarna tergend langzaam weer omhoog te kruipen. Nog een leermomentje.
Inmiddels begon het weer wat op te knappen. Het wolkendek brak wat open en hier en daar kwam de zon even kijken.

Zicht vanaf de stelling op de Leidscheweg. Mooie wolkenrand met daarachter de zon...

Tijd voor een bakkie en een bammetje. In de molen rook het al behoorlijk naar bier, het biercollectief was driftig aan het brouwen geslagen.
In de "bar" zaten een violist en een accordeonist een gezellige deuntje te spelen, het had wat weg van een oud zeemanslied. Zoals eerder gezegd was het de laatste dag van het jaar dat de Ster zou draaien en er zou s'middags een maaltijd zijn voor de medewerkers ter afsluiting van het seizoen. De instrumentalisten zouden de maaltijd opluisteren met hun muziek.
Nadat ik wat krentenbollen in m'n gezicht gestoken had werkte ik m'n maalboekje even bij. Ik schreef m'n leermomenten op en deed nog wat waarnemingen v.w.b. het weer.
Gisteravond was ik nog snel in de boeken gedoken. Ik draaide mee op een zaagmolen en dan is het natuurlijk wel handig als je er iets van weet. In de lesstof staat een heel hoofdstuk over zaagmolens en dat heb ik gedeeltelijk doorgenomen. In dat hoofdstuk berd ik bestookt met termen als "krabbelwerk, krukpol, metaalhout, kot, penanten, draaihoofd, klossenbak en strijkplaten". Hier en daar had ik nog wat vragen en die nam ik even door met Henk en Piet.
De zon scheen inmiddels behoorlijk en het was redelijk opgeklaard. De bewolking was een combinatie van cumulus en cirrus. Henk was ook even de stelling op gelopen en begon me wat zaken uit te leggen over de bewolking. De molen stond inmiddels stil, er stond gewoon te weinig wind.
De zon deed behoorlijk haar best want overal hoorde je druppels vallen, het ijs en de sneeuw op de romp en kap begonnen te smelten. Ook weer oppassen want langs de hele rand van de rieten kap hingen behoorlijke ijspegels.

IJspegels aan de kaprand. Hier en daar toch al gauw 30-40 cm lang...

Een beetje aan de buitenkant van de stelling blijven lopen was het devies want als er zo'n pegeltje naar beneden komt...
Aangezien er niet zoveel te doen was pakte ik m'n camera om wat plaatjes te schieten. De bewolking werd steeds minder en het weer was prachtig geworden. Altijd goed voor de kleuren op je foto:




Na m'n fotosessie ben ik even in de schuur gaan kijken war de bierlucht steeds sterker werd. In de schuur waren verschillende mensen bezig met het bewerken van hout. Henk vertelde me dat er van stukjes resthout nog wel eens souvenirtjes voor bezoekers gemaakt worden. Henk was bezig met het maken van (brood)snijplanken van (als ik het me goed herinner) iepenhout. In de planken was een ondiepe cirkel gefreesd waarin een bronzen munt lag met een afbeelding van de Ster. De planken waren al enige tijd geleden gezaagd en waren door het werken behoorlijk krom getrokken. Met een electrische vandiktebank werden de planken weer wat gevlakt.
Na dit klusje was het tijd om de schuur om te bouwen tot eetzaal voor de geplande maaltijd. De gereedschappen werden opgeruimd, de vloer werd aangeveegd en tafels en stoelen werden neer gezet. Henk nam nog wel even de tijd om me de opbouw van de schuur uit te leggen. Helaas heb ik er (nog) geen foto's van, die zal ik een volgende keer maken en aan de hand daarvan e.e.a. uitleggen.
Daarna was het tijd om het gevlucht af te zeilen en de boel weg te zetten.
Het liep inmiddels tegen 4-en, tijd om te vertrekken en de vrijwilligers van de Ster lekker aan hun maaltijd te laten beginnen. Ik bedankte de molenaars wederom voor hun gastvrijheid en fietste op m'n gemakkie de inmiddels laagstaande winterzon tegemoet.
Ondanks dat er niet gezaagd werd toch weer een hoop geleerd.
In het volgende bericht zal ik één en ander vertellen over mijn bezoek aan molenmaker de Gelder te Sliedrecht.

Dan nog even een nagekomen bericht.
Tijdens het afronden van dit bericht belde een vrijwilliger van een molen waar ik veel gedraaid heb. Hij vertelde me dat bij hem een zeer agressieve vorm van kanker was geconstateerd.
Ook via deze weg wil ik hem en z'n gezin ontzettend veel sterkte toewensen voor de moeilijke tijd die ongetwijfeld komen gaat....


donderdag 23 december 2010

Weekendje en weekje molens

M'n vrouw had ons verwend met een weekendje weg in Genk (B) en dat was het weekend van afgelopen 11 en 12 december. Ik kon dat weekend dus niet meedraaien op de Ster maar een weekendje weg, lekker met z'n tweeën is ook erg leuk. Van tevoren natuurlijk wel even gekeken of er molens staan in de buurt van Genk, kon ik m'n verslaving in ieder geval een beetje bevredigen.
Volgens de molendatabase van België blijken er meerdere molens te staan bij Genk, zelfs ook een watermolen. Frappante was wel dat er bij meerdere molens steeds dezelfde molenaar genoemd werd. Wat bleek, dicht bij Genk ligt het domein Bokrijk, een openlucht museum waar al die molens deel van uitmaken en die hebben blijkbaar maar één molenaar. Misschien wel leuk om eens te gaan kijken.
's Morgens hadden we een GPS-tocht door de stad gedaan. Was leuk maar de stad Genk kon ons niet echt bekoren, het had ons niet veel te bieden. Je kunt er wel leuk winkelen maar dat kun je in Utrecht ook.
We besloten 's middags dan toch even naar Bokrijk te gaan.
Op de weg naar Bokrijk zouden we langs een watermolen komen, de Slagmolen. Het is een watermolen die omgebouwd is tot een gezellig café.
De molen draaide dus we zijn even binnen gaan kijken. Het was even na de middag en we begonnen wat trek te krijgen, misschien was er wel wat te eten.
Helaas, geen eten, alleen maar drinken. Tja, dat kunnen molenaars best goed maar ik had ook trek. Even wat foto's gemaakt en daarna zouden we dan naar Bokrijk rijden.

Slagmolen bij Genk (B)...

Gietijzeren haakse overbrenging van de Slagmolen...

De slagmolen heeft een houten as en een ijzeren koningsspil. Deze koningsspil loopt door het plafond naar boven en kan daar een maalkoppel aandrijven.
Na de "fotosessie" reden we door naar Bokrijk wat daar ± 10 minuten vandaan ligt. Bij aankomst bleek dat het erg rustig was. Rustig? Geen mens te zien! Het bleek dat het park in het winterseizoen gesloten was! We hebben toen maar een wandeling gemaakt over de rest van het domein. Van een afstand hebben we nog wel een molen kunnen zien... Erg frustrerend om op 150 m afstand een molen te zien er dan niet in kunnen (zucht)...
De dinsdag daarop had ik weer een "mondelinge overhoring" bij Molenaar Ingrid. Ik had een dag eerder wel wat zitten studeren maar niet echt veel. Ik was toevallig begonnen in het hoofdstuk "Molenwielen". In dat hoofdstuk stond o.a. dat gietijzeren (tand)wielen vooral voorkomen bij watermolens. Verder leerde ik dat grote gietijzeren wielen gaten hebben waar houten kammen (tanden) in gestoken worden. Bij kleinere gietijzeren wielen zijn de kammen vaak meegegoten van ijzer. Een overbrenging van gietijzeren wielen is OF hout op hout OF hout op gietijzer waarbij het drijvende wiel de houten kammen heeft. IJzer op IJzer komt niet voor. Een mooi voorbeeld daarvan kun je zien in de tweede foto van dit bericht.
Bij Ingrid wordt er meestal eerst wat over koeien en kalven ge-OH-d (OH is de afkorting van OuweHoeren, ik ken molenaars die daar erg goed in zijn) en daarna behandelen we wat lesstof.
Ingrid denkt dat ik klaar ben voor het examen. Zelf heb ik het idee dat ik nog erg veel moet leren. Technisch zit het redelijk goed maar dat weer, hè. Ik kan je wel wat over het weer vertellen want ik heb afgelopen mei een weercursusje gedaan, maar het voorspellen er van... Ingrid heeft me al eens verteld dat ik elke dag even naar de lucht moet kijken en dat verget ik steeds. Ik heb er voor mezelf nu wat dwang achter gezet. Op m'n werk heb ik in m'n PC een digitale agenda zitten waar ik taken in kan zetten. Ik heb per dag 3 momenten ingepland dat ik naar het weer moet kijken, om 9:00, om 12:00 en om 15:00. Verder kijk ik dan naar een vast weerstation om te zien hoe de wind staat, hoe sterk de wind is, wat de luchtdruk is, temperatuur enz. In Google Docs heb ik een staatje aangemaakt waar ik al die gegevens in kan zetten om te zien of daar een soort patroon uit te halen is.
Weergegevens in een spreadsheet van Google Docs...
Op deze manier hoop ik snel wat te leren over het weer.
Om te zien hoe het met m'n kennis gesteld is leek het Ingrid een leuk idee om bij mij eens een "proef proef-examen" (het officiële examen bestaat uit twee delen, een regionaal proef-examen en een landelijk examen, vandaar dubbel "proef proef-examen") af te nemen. Ingrid heeft op haar molen al heel wat examens meegemaakt en ze weet wel wat er zoal gevraagd wordt. Ook molenaar Dick zal er bij zijn. Hij is nu ruim een jaar molenaar en hij weet ook nog wel wat hem gevraagd is tijdens zijn examens.
Ik denk dat het een leuke manier is om te zien wat ik al ken en kan en om m'n zwakke punten naar voren te halen. Ergens tussen kerst en oud-en-nieuw ben ik het haasje, ik ben benieuwd. Resultaten te lezen in een volgend bericht.
De woensdag-avond daarna heb ik weer een avondje geklust op de Valk in Montfoort. Vanaf mei 2010 probeer ik dat elke week te doen maar de laatste tijd heb ik veel moeten overwerken en is er weinig van gekomen.

Hein (L) en Piet bezig aan een oude waaierij bij de Valk, voorjaar 2010...

Normaal gesproken zijn we met z'n 5-en, 3 molenaars en twee leerlingen. Die avond waren we met z'n tweeën, alleen "meester" Paul en ik zei de gek.
Geen probleem, lekker rustig. Het komt wel eens voor dat we er met z'n 5-en zijn maar het is dan knokken om een stuk gereedschap (op één of andere manier hebben we allemaal altijd op het zelfde moment hetzelfde stuk gereedschap nodig) en je loopt elkaar dan al snel in de weg. Zeker bij de Valk want daar is de molen redelijk volgepropt met een pelsteen, 3 maalkoppels een buil, een waaierij en nog meer meelverwerkende apparaten waarvan ik nog steeds niet weet wat ze doen.

De builkast achter de koningspil...
Op dit moment wordt er gewerkt aan een grote buil. Een buil is een apparaat wat volkoren meel zeeft tot bloem, zemelen en griezen.
Meester Paul wil van zijn molen een complete meelfabriek maken en die fabriek wil hij zo traditioneel mogelijk maken. Om deze reden heeft hij afgelopen najaar dan ook de Hugo Kotestein prijs mogen ontvangen.
Vanwege het traditionele karakter die Paul in de molen wil behouden is in het voorjaar van 2010 een oude buil opgekocht. Die is uit elkaar gehaald, gerepareerd, verbeterd en schoongemaakt.

Een kijkje in de builkast. Het groene gedeelte is de rotor waar de zeeframen op gemonteerd worden. Onderin de transportschroef die de gezeefde bloem verplaatst...
Op het moment van dit schrijven zijn we nog steeds bezig met het in elkaar zetten van het ding. De reden dat het zo lang duurt is toch eigenlijk wel het slappe OH-en wat molenaars goed kunnen.
Zoals gezegd komen we één keer per week bij elkaar, meestal op een woensdag- of donderdagavond om een uur of 8.
Nogmaals een kijkje in de builkast...
Dan is het natuurlijk eerst koffie en bijbeppen. ± Een half uur later trekt het hele gezelschap naar de luizolder (zolder waar het luiwerk zit) waar de betreffende buil staat. Dan wordt er even intensief aan de buil gewerkt en om een uur of 10 trekt het hele koor weer naar beneden voor wat vloeibare versnaperingen en wat na OH-en. We zijn dus ruim een uur bezig met werken. Ik zeg ruim een uur want het eerste kwartier ben je aan het zoeken naar je gereedschap wat overal door de molen verspreid ligt.

Het gereedschap... Snap je nu waarom het even duurt voordat we kunnen beginnen?

Ik heb eens voorgesteld om eens een hele dag aan de buil te werken en dat is ook gebeurd, een week of wat terug. Je merkt dan wel dat je dan een hele ruk maakt op zo'n dag omdat je lekker door kunt gaan.
Het werk mag dan langzaam vorderen maar het is wel altijd beregezellig met z'n allen.
Maar goed, Paul en ik waren die avond dus met z'n tweeën.
De buil zit op het moment van dit schrijven voor het grootste gedeelte in elkaar, het is nu een kwestie van afwerken. We hebben wat aanpassingen gedaan aan de uitloop-opening waar de zemelen en de griezen uit komen. De rotor liep daar een beetje aan en dat hebben we verholpen. Daarna zijn we verder gegaan met het opbouwen van het onderpaneel aan de achterkant. En zo blijf je lekker bezig.

Bekenden van me weten dat ik in een gieterij werk. In die gieterij wordt van alles gegoten van 0,5 kg tot 6 ton in allerlei materialen, gietijzer, gietstaal, RVS, edelstalen enz. Om een beetje een idee te krijgen hoe het er in een gieterij aan toe gaat heb ik ooit eens een presentatie gemaakt voor een beurs waar we dit jaar op stonden. Duurt ruim 6 minuten maar het geeft een redelijke indruk van hetgeen er moet gebeuren om een goed gietstuk te krijgen:



Deze week kreeg ik een telefoontje van een klant van ons. Het was Alex van molenmakerij de Gelder uit Sliedrecht. Ze zijn op dit moment bezig met het restaureren van het bovenhuis van de Broekmolen bij Streefkerk. Ze hebben bij de gieterij een bronzen penlagerblok (blok waar het achterste deel van de bovenas in draait, de "pen") besteld en hij wilde weten wat de levertijd was. Ik ga zelf niet over levertijden dus ik liet m'n collega terugbellen maar ik nam wel m'n kans waar. Ik vertelde Alex dat ik leerling molenaar ben en dat ik wel eens een kijkje wilde nemen in zijn bedrijf. Dat vond hij geen probleem dus hebben we een afspraak gemaakt. Daarover later meer in deze blog, eerst nog een stukje schrijven over m'n tweede dagje draaien bij de Ster. Nou ja, draaien....






zondag 19 december 2010

Meedraaien op de Ster, deel 1

In onderstaand bericht beschrijf ik wat ik de 4e december zoal heb uitgespookt op de Ster. Daarbij gebruik ik soms bepaalde molentermen. Hier en daar probeer ik deze te vertalen maar het gaat me iets te ver om echt alles uit te leggen. Zie je een woord wat verder niet beschreven wordt? Volg dan een cursus vrijwillig molenaar! Erg leuk om te doen!
Zie je dat niet zo zitten, ga dan naar het Molenwoordenboek om e.e.a. zelf op te zoeken. Om jullie wat tegemoet te komen zie je af en toe wat molentermen in gekleurde letters, dit zijn links naar sites die enige uitleg geven.
Ga ook eens naar de website van de Ster. Vooral de weblogs van de molenaars zijn erg informatief en leuk om te lezen.

Het werd voor mij dus tijd voor een nieuwe molen en ik had m'n zinnen gezet op de Ster in Utrecht. Dit is een zaagmolen met een hoop bewegende delen dus voor een techneut als ik altijd interessant.
Een paar weken voordat ik "vrij" was (ik zou nog een paar weken meedraaien bij molenaar Piet op Oukoop) stuurde ik een mailtje naar het algemene adres van de Ster met de vraag of het mogelijk was om wat weken mee te draaien.
Ik kreeg een kort mailtje terug van molenaar Piet (andere Piet dan die van Oukoop) met de mededeling dat dat geen probleem was.
En afgelopen 4 december was het dan zover, ik had me er al een beetje op verheugd.
Ondanks dat het nog steeds herfst was had koning winter al flink huis gehouden in Nederland. De straten waren wit van de sneeuw en de vorst maakte dat alles spiegelglad was.
Nu heb ik het geluk dat de Ster niet zover bij mij vandaan ligt, het is maar een km of 6-7. De motor was met deze gladheid geen optie dus ik besloot lekker te gaan fietsen, ik heb een redelijk stevige mountainbike met noppenbanden, wellicht had ik daarmee wat grip in de sneeuw.
Om een uur of 9 had ik nog even gekeken wat het weer zou doen. De temperatuur zou rond het vriespunt liggen maar in de loop van de dag zou het warmer worden, er trok een warmtefront Nederland binnen, de temperatuur zou kunnen stijgen en het zou kunnen gaan regenen. Oppassen dus, want als het met deze lage temperaturen gaat regenen dan kunnen de voorgelegde zeilen opvriezen waardoor je ze niet meer kunt oprollen.
Verder zou er een flinke bries staan vanuit het zuidwesten, windkracht 4. Ook een teken van weeromslag want vanuit het zuidwesten wordt over het algemeen "warme" zeelucht aangevoerd.
Na een week van sneeuw en ijs zou het vanaf dat weekend gaan dooien. Qua weer een heel interessante dag. Ik had ook nog even op de buienradar gekeken: er zou een smalle strook neerslag (hoogstwaarschijnlijk nog sneeuw) over Utrecht trekken. Om 9:45 zou het gaan sneeuwen en om 10:45 zou die strook weer voorbij getrokken zijn. Lekker dan, op dat moment ben ik aan het fietsen!!!
Zo tegen half 11 stapte ik op m'n fietsie en reed ik naar Utrecht. Het was behoorlijk ploegen door die sneeuw maar gelukkig had ik de wind in m'n rug. Maar... geen neerslag zoals de buienradar had voorspeld. Was weer een gelukkie voor mij. Het was wel erg grijs, er hing een "stratus"deken boven Utrecht.
Na een minuutje of 20-25 ploegen was ik aangekomen in het Molenpark in de wijk Lombok, ik parkeerde m'n fiets tegen een hek bij de molen. Toch wel een groot ding als je er zo onder staat.
Ik rij vaak op de fiets naar het centrum van Utrecht en dan rij ik altijd over de Leidsche weg. Ik kende het aangezicht van de molen dan ook erg goed. En van een afstand is het dan "een leuk molentje". Maar als je er zo onder staat, naast die schuur, dan is dat ding toch groter dan je denkt.
Ik had geen idee waar de "voordeur" zat, ik was er voor het eerst. Ik zag heel wat deuren maar alles zat potdicht. Ik zag wel een schoorsteentje roken dus de verwarming stond aan, kans was dus groot dat er iemand aanwezig was.
Ik liep om de molen heen en zag binnen iemand lopen. Hij liep naar de deur en deed deze open. "Molenaar Piet I presume?" Nee het was molenaar Henk die samen met Piet op deze molen draait. Ik werd hartelijk ontvangen in een ruimte die toch wel erg veel weg heeft van een kroeg. Een bar met een tap... dat belooft veel goeds! (ik heb nou wel een grote bek maar ik drink geen druppel alcohol...).
Henk vertelde dat deze ruimte ooit is gebruikt door een cateraar, hij heeft deze ruimte laten ombouwen. Later bleek dat het niet praktisch en rendabel was en is de cateraar gestopt met zijn diensten in de molen. De tap staat er nog steeds maar wordt niet meer gebruikt. Maar het is wel gezellig om zo een bakkie koffie of thee te leuten aan de bar voordat je gaat beginnen.
Tijdens het leuten vertelde ik Henk wat ik tot dan toe zoal had gedaan op molens en dat het me leuk leek om eens op een zaagmolen mee te draaien. Ik vertelde hem ook dat ik bezig was met de theorie maar dat ik daar niet zo'n held in ben. Hij gaf me de tip om eens met de boeken in de hand de molen door te lopen. In de boeken worden, in algemene zin, hele molens ontleed en beschreven. Kruip de kapzolder eens op en ga eens kijken hoe alles in elkaar zit. Komt het overeen met hetgeen er in het boek staat of zijn er verschillen? En waarom is het anders? En dat kun je natuurlijk ook doen bij de rest van de molen.
Ook met het weer heb ik enige moeite. Op de bladen van m'n maalboekje staat dat ik elk uur eens naar buiten moet kijken om te zien wat het weer doet. In de praktijk komt daar niet zoveel van omdat je bezig bent met malen, builen of je bent een rondleiding aan het geven. Henk adviseerde me om elke dag, al is het maar één keer, naar de lucht te kijken. Wat voor wolken zijn er, waar komt de wind vandaan, wat is de trekrichting van de wolken, hoe hoog zitten de wolken? Probeer aan de hand van die waarnemingen een eigen korte-termijnsvoorspelling te doen. Natuurlijk lukt het de eerste keer niet maar als je jezelf de discipline op kunt leggen om dit elke dag te doen dan ga je merken dat er een bepaald systeem in het weer zit. Je kunt dan zelf betrouwbare voorspellingen doen voor de komende uren.
Wat Henk me vertelde had Ingrid me ook vaak genoeg verteld maar ja,  die discipline, hè... Ik moet het dan toch maar eens gaan bijhouden. Bij het volgende weblog zal ik eens wat weergegevens vermelden.
na de koffie liet Henk me schuur en de molen zien. De schuur is behoorlijk groot, daar had ik me al op verkeken. Vanuit de schuur kun je met de trap naar de "raamzolder". De zaagramen zijn erg hoog en steken door de vloer van deze zolder, vandaar de naam. Vanaf deze zolder kun je via een klein trappetje de stelling op.
Weer wat trappen op en dan volgt de krukzolder, dit is de zolder waar de kruk-as draait die via de wuifelaars (dat zijn lange houten drijfstangen) de zaagramen op en neer beweegt. De Ster heeft maar één zaagraam.
De laatste trap op en dan sta je op de kapzolder. Vergeleken met de molens waar ik heb gedraaid is dit een redelijk ruime zolder.
We hebben de pen en de hals gesmeerd met plantaardige olie. Bij deze temperaturen is de reuzel te hard en niet uit te smeren, plantaardige olie werkt dan ook goed.
Nadat we de boel gesmeerd hadden controleerden we of de koningsspil uit z'n werk stond en dat was het geval. Zo meteen eerst een stammetje opspannen en daarna gaan we wel zagen. Eerst maar even "voor de prins draaien". Tenslotte de "lékenpen" er uit en dan zijn we klaar op deze zolder. Een lekenpen is een pen die ervoor zorgt dat een leek niet zomaar de vang kan lichten (rem van de molen halen).
We liepen naar beneden en klommen de stelling op om de boel aan het draaien te krijgen. Henk liet me m'n gang gaan en ik trof de voorbereidingen. De molen bleek precies goed op de wind te staan, op het zuidwesten, dat scheelde weer kruien. Ketting en bliksemkabel los gehaald van de wiek... We gingen, zoals gezegd, voor de prins draaien en er stond een fikse bries. De Ster heeft fokwieken, dat zijn speciale wieken met een hoog rendement die zelfs bij weinig wind nog goed werken. Aangezien we voorlopig niet gingen zagen zouden we zonder zeilen gaan draaien. Dat noemen ze ook wel "draaien met blote benen".
Omdat fokwieken zo'n hoog rendement hebben reageren ze bij windvlagen erg snel, ze kunnen dan erg snel gaan draaien. Daarom zijn er bij dit soort wiekverbeteringen vaak remkleppen aangebracht.
Ik had eerder alleen op molens gedraaid met een Oud-Hollands gevlucht. Ik had de fokwieken met remkleppen al wel bestudeerd in de lesstof maar ik had ze nog niet van dichtbij gezien. Henk gaf enige uitleg.
De fokwiek is een wiek met een speciale stroomlijnneus. Deze neus heeft minder luchtweerstand en snijdt zo makkelijker door de lucht. Verder vangt deze stroomlijnneus aan de voorkant de wind op en leidt deze door een smalle spleet aan de achterkant van de wiek langs het hekwerk. Door die spleet krijgt de lucht een hogere snelheid. Daardoor ontstaat achter het hekwerk een onderdruk. die de zeilen tegen het hekwerk aan trekt. Daardoor loopt de molen makkelijker aan en heeft een hoger rendement. Gevolg is wel dat deze dus erg gevoelig wordt voor windvlagen en dus te hard kan gaan draaien. Dat noemt men een "hollerige" molen.
Om dit tegen te gaan zijn er dus remkleppen aangebracht. Deze zitten aan het uiteinde van de wiek. Ze maken deel uit van de stroomlijnneus maar als het nodig is dan worden ze geopend. De klep gaat dwars op de draairichting van het gevlucht staan, de stroomlijn wordt onderbroken en de snelheid van het gevlucht daalt. Dit alles werkt met regulateur-gewichten die ook zijn aangebracht op de wieken. Gaat de molen als gevolg van een windvlaag sneller draaien dan worden de gewichten door de toenemende centrifugale krachten naar de top van de wiek getrokken. Dit gewicht zit via stangen en hefbomen vast aan de remklep die daardoor open getrokken wordt. Gaat de molen door het remmen weer langzamer lopen dan trekt een spiraalveer de kleppen automatisch weer dicht. Kind kan de was doen!
Na deze uitleg van Henk kreeg ik nog een tip van hem. Als je zonder zeilen gaat draaien, controleer dan of de onderhoektouwen van de zeilen goed vast zitten. Een zeil heeft twee onderhoektouwen, links en rechts. Deze worden gebruikt om het zeil vast te zetten aan het hekwerk als het geheel is uitgerold maar ook als het opgerold in de klampen zit. De klampen zijn houten pennen (soort haken) die uit de roede steken. Als het zeil opgerold en opgeborgen wordt dan wordt het in deze klampen gehaakt zodat het goed en veilig vast zit. Door schommelingen in vochtigheid en temperatuur kunnen de touwen zich loswerken. Als je dan gaat draaien dan kan een zeil uit de klampen vallen. Het wordt dan door en andere wiek gegrepen en en kan zich dan helemaal om de askop wikkelen, dat noemt men een "verkouden molen". In het ergste geval moet je zo'n zeil dan helemaal los gaan snijden en is het zeil verloren.
Ik controleerde de touwen van het eerste end (wiek) en deze zaten nog goed vast. Bij de staart van de molen trok ik de pal er uit en maakte de kneppel los. Dit zijn beveiligingen die er mede voor zorgen dat een molen niet uit zichzelf gaat draaien. Ik lichtte de vang en liet één voor één de volgende enden voorkomen om de touwen te controleren. En inderdaad, er was een touw wat we voor de zekerheid toch even wat vaster gezet hebben.
Wat me opviel is dat die fokken inderdaad makkelijk en snel aanlopen. Weer een ervaring rijker.
We hadden de veiligheidstouwen opgehangen (zorgen er voor dat publiek en rondleiders niet bij de draaiende wieken kunnen komen) en inmiddels was het wat gaan sneeuwen. We besloten beneden even te gaan opwarmen met een bakkie leut.
MIO Rob was inmiddels ook aangekomen. Hij had de week daarvoor proefexamen gedaan en was daarvoor geslaagd. Om dat te vieren had hij wat gebak meegenomen, ik viel weer met m'n neus in de boter. Of moet ik zeggen "slagroom"?
Hij nam z'n examen door met molenaars Piet en Henk. Hier en daar had het examen wat discussiepunten gegeven. Wat voor mij interessant was, was dat de examinatoren een nogal specifieke manier van het uitrollen van het zeil wilden zien, ik bleek het al anderhalf jaar verkeerd te doen. Nou ja, verkeerd... er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden en zoveel molenaars, zoveel meningen.
Nadat de koffie, thee en het gebak naar binnen waren gewerkt liepen we de schuur in om een boomstam op te spannen op de slee.
Op de slee lag een stammetje grenenhout die vastgezet moest worden. Met een kramijzer werd de stam "losvast" vastgezet aan de slee. Met stalen staven, touwen, blokken hout en wiggen werd de stam op verschillende punten vast gezet. Molenaar Piet leerde me een speciale knoop om het touw stevig om de stalen staaf te leggen. Het is een knoop die stevig is maar die je ook snel weer kunt lostrekken.
De stam moet goed uitgelijnd worden dus het duurt even voordat hij goed vast zit. Rob en Henk waren driftig bezig om dat te regelen. Piet was bezig met het zaagraam. Er werden zaagbladen aangebracht, exact op afstand gezet en daarna op spanning gebracht met een speciale hefboom. Rob kroop nog even het kot in om alle zaagsel onder het zaagraam op te ruimen.
Nadat het hele zaaggebeuren voorbereid was werd de molen gevangen en werd de koningsspil in het werk gezet. Henk en ik liepen de stelling op om het gevlucht op te zeilen, het sneeuwde inmiddels behoorlijk. Vier volle zeilen was het recept.
De Ster heeft 2 katoenen zeilen en twee kunststof zeilen. Wat een verschil! De katoenen zeilen zijn (zeker met die lage temperaturen) erg stug en stijf en laten zich niet makkelijk uitrollen. Dat komt omdat katoen water absorbeert. De kunststofzeilen daarentegen werken een stuk makkelijker. Ze nemen nagenoeg geen water op en daardoor blijven ze bij die lage temperaturen redelijk soepel.
Ik besloot de zeilen eens op de "examen"-manier uit te rollen. Ik klom het hekwerk in om de kikkerlussen vast te maken. Oppassen, want sommige heklatten waren spekglad. Op het gemakkie an, dan breekt het lijntje niet. En het is een hobby dus het moet leuk blijven.
Nadat het gevlucht was opgezeild, en ik iedereen naar de staart van de molen had gejaagd, lichtte ik de vang. De molen begon te draaien en ik liep meteen naar binnen om te gaan kijken bij al dat bewegende spul. vanaf de stelling liep ik de raamzolder op waar ik de wuifelaars op en neer en heen en weer zag bewegen. Boven me zag ik hoe de onderbonkelaar het krukwiel en de kruk-as aandreef. Het zaagraam, wat door de vloer van de raamzolder steekt, ging met forse slagen op en neer. Ik liep de trap af naar de zaagvloer om het zagen te bekijken.
Het zaagraam ging met forse slagen op en neer. Bij elke slag van het zaagraam trok het krabbelwerk de slee beetje bij beetje richting het zaagraam, de stam kwam steeds dichter bij de woest op en neer gaande zaagbladen (het lijkt wel een thriller). Na een paar momenten greep het eerste zaagblad aan in het hout waarna de rest van de zaagbladen snel volgde, een mooi gezicht.
Het liep inmiddels tegen tweeën en ik moest naar huis. Het was 4 december en m´n familie zou die avond Pakjes/avond vieren, ook heel leuk.
Ik nam afscheid van de noeste werkers en ploegde door de verse sneeuw terug naar de Meern.
Helaas deze keer geen plaatjes. Ik beloof dat ik het volgende bericht weer zal opluisteren met leuke foto´s.
En natuurlijk meer verhalen over het zagen!
Bedankt voor het lezen en tot dan!

Marcel
  

dinsdag 7 december 2010

Inleiding

Wat ik van molens wist? Niet veel. Ze worden door de wind aangedreven en er werd koren mee gemalen en water mee gepompt.
Eind 2008 las m'n vrouw een kort persberichtje in de VAR (plaatselijk krantje): vanuit molen de Hoop in Loenen aan de Vecht werd begin januari 2009 een "Van molen tot molen" wandeling georganiseerd. Er zouden twee molens bezocht worden met gluehwein na afloop. Leek ons wel leuk dus we besloten deel te nemen.
Ik kan me herinneren dat het die dag prachtig weer was maar wel erg koud. Vanaf molen de Hoop begonnen we de wandeling o.l.v. gids Dick die ons onderweg voorzag van allerlei wetenswaardigheden.
Langs de Vecht liepen we richting het noorden en staken we de vecht over bij de brug van Vreeland.
Aan de andere kant van de Vecht liepen we nu weer terug naar Loenen. Er was erg veel autoverkeer want de Loenderveense plassen lagen dicht gevroren en iedereen wilde er schaatsen.
Vanaf de vecht liepen we over en pad naar de Loenderveense molen. Het was een prachtig plaatje: mooi weer, een draaiende molen, schaatsende mensen op natuurijs, een koek-en-zopie-tentje... Hoe Hollands wil je het hebben?
Boven en onder: de Loenderveense molen...

De molenaar zette de molen stil zodat we veilig het erf op konden. Hij liet ons binnen in de molen die gedeeltelijk als woning is ingericht. Hij vertelde ons over schepraderen, waterassen, waterwielen enz.
Na een klein uurtje liepen we weer richting de Vecht en vervolgden we onze weg richting Loenen. Bij de molen werden we ontvangen met warme gluehwein.
Nadat we de nodige warmte tot ons hadden genomen nam Molenaar Ingrid ons mee naar boven om de verschillende zolders te bekijken. Zelf ben ik nogal een techneut dus ik interesseerde me vooral voor het draaiende gedeelte van de molen ofwel het "gaande werk". Machtig mooi gezicht om al dat houten spul te zien draaien!
Van molenaar Ingrid begreep ik dat er een opleiding is om vrijwillig molenaar te worden. Dat leek me wel wat dus ik heb gevraagd wat dat nou precies inhoudt.
Het bleek dat de opleiding bestaat uit het maken van veel praktijkuren (meedraaien op molens) en het leren van een behoorlijke hoeveelheid theorie. Je kunt de opleiding helemaal in je eigen tempo doen want het is voor het grootste gedeelte autodidactisch. Zelf leren, dus. Dat zelf leren, daar ben ik niet zo'n ster in maar die praktijk, dat leek me wel wat. Een paar weken later ben ik nog eens bij Ingrid geweest om e.e.a. nog eens goed door te nemen want ik heb nog behoorlijk wat andere interesses die ik niet op wil geven. Zoals gezegd kun je de opleiding geheel in je eigen tempo doen maar het is wel belangrijk om vooral het eerste half jaar veel praktijkuren te draaien.
Voor de zekerheid heb ik eerst even de kat uit de boom gekeken want ik ken mezelf. Ik kan heel enthousiast ergens aan beginnen en het dan later toch niet zo leuk vinden. Ik heb dus eerst wat weken met Ingrid meegedraaid. Ik mocht alles doen behalve de wieken in klimmen en vangen (de molen remmen), daarvoor moest je verzekerd zijn en dat kan alleen als je lid bent van het GVM, het Gilde Vrijwillige Molenaars.
Het bleek dat ik het toch wel erg leuk begon te vinden dus ik werd lid van het GVM en in mei begon ik dan officieel als Molenaar In Opleiding (MIO) bij de Hoop.
Ingrid heeft me de basis bij gebracht, het opstarten en weer wegzetten van de molen. Controle in de kap, het smeren van de lagers, steen uit z'n werk zetten, bepalen waar de wind vandaan komt, kruien, zeilen voorleggen, vang lichten enz.
De staart van molen de Hoop in Loenen a/d/ Vecht. High Dynamic Range opname met 8 mm objectief...
De Hoop is een korenmolen maar helaas was er destijds geen maalgoed voorhanden. De werkzaamheden bleven beperkt tot het opstarten en wegzetten van de molen en hier en daar wat klein onderhoud. Maar, als molenaar (in opleiding) wordt er ook van je verwacht dat je bezoekers wat verteld over de molen. Ik liep daarom altijd even met een rondleiding van Ingrid mee om zveel mogelijk over de Hoop te leren. En na een paar weken mocht ik zelf eens een rondleiding geven. Al hakkelend en struikelend over m'n eigen woorden (ik ben niet zo'n spreker in het openbaar) probeerde ik de bezoekers wat bij te brengen over de molen. In het begin ging het moeizaam maar ik merkte dat het steeds makkelijker ging en na een paar weken kon je de bezoekers toch al gauw 3 kwartier tot een uur bezig houden.
Ikke op de steenzoldervan de Hoop. 't Lijkt heel wat maar toch eerst het papiertje maar eens halen...
(Foto gemaakt door een lid van de fotoclub van de RET uit Rotterdam...)
Molen de Hoop wordt beheerd door een gezellige groep vrijwilligers waarvan er veel 's ochtends even een bakkie komen doen. Het is daar altijd goed toeven. Zeker als het lekker weer is en het "terras" aan de Vecht open gaat zodat we ons buiten aan de constante stroom pleziervaarders kunnen vergapen. Ik ben daar erg leuke mensen (ook bezoekers) tegen gekomen en heb daar menig goed gesprek gevoerd. Ook als het rustig was zaten/zitten Ingrid en ik lekker op de stelling in het zonnetje te kleppen over molens enz.
In november 2009 zouden er een aantal examenkandidaten naar de Hoop komen. Omdat zij examen moesten doen kregen zij uiteraard voorrang bij alle werkzaamheden die er moesten gebeuren. Voor mij zou er dan weinig te doen zijn. Ingrid adviseerde me om eens bij een andere molen mee te gaan draaien. Voor de opleiding moet je minimaal 30 uur op andere molens gedraaid hebben dus dit was een moment om dat eens te gaan doen. Ik woon zelf in De Meern dus de Valk in Montfoort was een logische keuze, dat ligt hier een kilometer of 8 vandaan. Ik kende de molen enigszins omdat we de molen dat najaar hadden bezocht met de vrijwilligers van de Hoop.
Molenaar Piet legt aan de vrijwilligers van de Hoop uit hoe de pelsteen werkt...
Op een kille zaterdagochtend ben ik toen eens langs de Valk gereden voordat ik naar Loenen ging om te vragen of ik eens een paar weken mee te draaien. Ik werd enthousiast ontvangen door molenaar Paul en hij vertelde me dat ik meer dan welkom was om mee te draaien. En dat heb ik dan ook gedaan.
Ook de Valk is een korenmolen met als bijkomstigheid dat daar ook graan gepeld wordt, dat schijnt uniek te zijn voor deze streek. Meteen de eerste zaterdag dat ik meedraaide was het flink aanpoten. Er stond een fikse bries en er moest spelt gepeld worden.
Molen de Valk in het pittoreske Montfoortse stadsbeeld...
Bij Ingrid heb ik altijd geleerd om voorzichtig te beginnen. Als je eenmaal molenaar bent dan krijg je een stukje industriecultuur van 1 a 1,5 miljoen euro in je handen gedrukt en daar moet je uiteraard voorzichtig mee omgaan. Dus is het motto: voorzichtig beginnen, je kunt er altijd nog zeilen bij leggen.
Hoe anders ging dat bij de Valk. Meteen 4 volle zeilen er op, je kunt altijd weer afzeilen als het nodig is. Het bleek dat er behoorlijk wat vermogen nodig is om te pellen.
De kapzolder van de Valk met het bovenwiel...
Een pelsteen weegt ruim 2 ton en hij werkt het best als hij ± 200 toeren per minuut draait. Wat een geweld! Maar machtig mooi om te zien en te doen. Ik hou wel van dat "ruige"werk. na het pellen moest het pelgoed worden gewaaid (kaf van koren scheiden) en gezeefd en daarna kon het spelt gemalen worden. Na het malen moet het meel dan nog worden gebuild om er bloem van te maken, da's bij elkaar toch wel een dagje werk. Maar na gedane arbeid wordt er nog even nageklept onder het genot van een koude versnapering omdat deze molenaars dan vanwege het harde werken "niet meer kunnen tuffen" zoals ze het zelf erg plastisch uitdrukken. Ook molenaar Piet komt dan even kijken als hij op tijd klaar is op Oukoop waar hij de vaste molenaar is.
Er draaien 3 molenaars en 1 leerling op de Valk, Paul, Aart, Piet en Hein.

"Meester" Paul (midden) met z'n leerlingen Hein (rechts) en ik (zei de gek)...
De molenaars draaien allemaal volgens een rooster dus ik heb ze in die paar weken allemaal leren kennen. Een erg gezellige club die ook op de donderdagavonden driftig in de molen aan het klusen zijn.
De examens bij de Hoop zaten er op en ik kon weer terug om m'n basisopleiding af te maken. De winter van 2009/2010 was een heftige met meer dan 40 sneeuwdagen. Aangezien ik alleen maar een motor als vervoermiddel heb kon ik veel winterse zaterdagen niet naar de Hoop vanwege de gladheid, m'n opleiding heeft toen dan ook nagenoeg stil gelegen. Wel mocht ik een keer met molenaar Piet mee naar Oukoop. Hij woont zelf in Montfoort en komt langs de Meern als hij naar z'n molen moet, ik mocht wel een keertje met 'm mee rijden.
Het was een gure dag, begin januari 2010, er lag behoorlijk wat sneeuw en het had al een lange periode gevroren. Er stond behoorlijk veel wind, windkracht 6, pal uit het noorden. Bij Oukoop aangekomen leerde ik ook MIO Taco kennen. Met z'n drieën wilden we de Oukoper molen opstarten maar het scheprad bleek behoorlijk vastgevroren te zitten. Met platte beitels en staven ijzer hebben we geprobeerd e.e.a. los te hakken echter zonder succes. Door de wachtdeur wat open te wrikken zou er een straal relatief warm water terugstromen, daardoor zou het ijs hopelijk smelten en zou het scheprad misschien vrij komen.
Onder het genot van wat warme dranken en koeken in de ondertoren begon hier en daar wat te kraken, het scheprad was los gekomen. Meteen de zeilen er op en draaien met die hap. Het was voor mij de eerste keer draaien op een poldermolen en het was erg indrukwekkend! Wat een geweld! Piet wist te vertellen dat er bij deze snelheid (90 enden met uitschieters naar 120) makkelijk een tankwagen water per minuut gemalen wordt. En dat met een opvoerhoogte van 2 meter!
Een prachtige dag waar ik een filmpje van gemaakt heb:



Toen de sneeuw was verdwenen ben ik weer gaan lessen op de Hoop. Ik mocht (en kon) steeds meer zelfstandig doen. Het was m'n streven om de molen geheel zelfstandig op te starten en weg te zetten. Als ik dat doel bereikt had dan zou ik beginnen met "zwerven", mee gaan draaien op andere molens om nog meer ervaring op te doen, iets wat elke MIO moet gaan doen.
Eind april was het dan zover, ik mocht gaan zwerven, Ingrid had (heeft) alle vertrouwen in me.
M'n theorie bleef ver achter de praktijk omdat ik in het geheel geen lezer ben, ik "doe" liever. Maar om te slagen moet je toch die boeken doorworstelen en dat is behoorlijk wat theorie, ik zag er erg tegen op. Komt nog bij dat ik weinig zelfdiscipline heb dus ik schoof het iedere keer weer vooruit. Wat ik nodig heb is een flinke stok achter de deur, enige dwang om toch die theorie te gaan leren.
Ik was inmiddels begonnen met het nemen van "molenlessen". Eén a twee keer per maand ging ik op bezoek bij Ingrid en behandelde ze stof uit de boeken. Hartstikke gezellig maar nog steeds geen stok. Ik heb toen met haar afgsproken dat zij mij een hoeveelheid stof opgaf en dat ik die voor de volgende keer zou gaan leren, bij de volgende afspraak zou zij me dan gaan overhoren, een soort mondeling mini-examen. En dat werkt goed want ik heb toch ook enige faalangst. Dus nu verplicht ik mezelf om een paar avonden in de week de boeken in te duiken.
Ik heb altijd flink wat vragen over de stof en daarom vind ik het jammer dat er geen echte lessen gegeven worden. Bij een school heb je altijd een docent waar je wat aan kunt vragen. Bij de molenaarsopleiding heb je weinig om op terug te vallen. Bij de Valk heb ik dat eens aangegeven en Piet bood me toen aan om m'n vragen te beantwoorden. Piet weet behoorlijk veel van molens en hij is inmiddels instructeur geworden.
Had ik al verteld dat je op molens interessante mensen tegen komt? Bij de hoop kwamen in het najaar van 2009 nog wat leerlingen kijken. Ik kende ze niet en had ook niet door dat het MIO's waren dus ik begon m'n hele riedel af te steken. "Joh, dat weten we allemaal al, we zitten tegen ons examen aan!" Ik kan redelijk blozen en dat was weer zo'n momentje.

De molen van Kockengen tijdens een fietstochtje op een mooie zomeravond...


De dame van dit groepje, Judith, liep met een spiegelreflexcamera om haar nek. Aangezien ik ook veel fotografeer begon ik daar met haar een gesprekje over, was erg gezellig. Tijdens een molenaarsbijeenkomst, later dat jaar heeft zij een presentatie van haar werk mlaten zien en ik was erg onder de indruk. Ze woont met haar partner op een molen en ze schiet daar de mooiste platen.
Eind 2009 kwam ik haar weer tegen bij de Valk, ze moest daar, samen met nog andere MIO's, examen doen.
In het voorjaar van 2010 nam ze contact met me op. Of ik niet mee wilde doen met een fotowedstrijd die ze had uitgeschreven. Nu ben ik niet zo sterk in het uitvoeren van foto-opdrachten maar ik zou kijken wat ik kon doen.
Het was inmiddels hemelvaarstdag geworden en ik zou een motorrit gaan rijden in Zeeuws Vlaanderen. Ik heb daar een jaar of 5 gewoond en ben nog steeds lid van een erg gezellige motorclub daar.
Aangezien ik een broertje dood heb aan het rijden op de snelweg zou ik helemaal binnendoor naar Z. Vlaanderen rijden. Ik had een mooie route gemaakt en die geladen in m'n GPS en 's morgens om een uur of 6 vertrok ik richting het zuidwesten. Het was wat aan het schemeren, de zon zou even voor 7-en opkomen. Het was de tijd van de aswolk van die vulkaan in IJsland en dat was te zien ook, ik had de lucht nog nooit zo rood gezien, het was een prachtige nevelige ochtend. Wel erg fris. Voordeel van de aswolk was ook dat het vliegverkeer stil lag, geen condensstreep te zien in de lucht!
De zon was net op toen ik langs een wipmolen reed. Ik keek toevallig opzij en dacht: dat is 'm, de foto voor de wedstrijd! Ik parkeerde m'n motor langs het smalle weggetje, pakte m'n camera en begon wat op en neer te lopen om een zo mooi mogelijke compositie te krijgen. Even instellen en KLIK. Prachtig! Wellicht één van m'n mooiste foto's.

De "Stijve Molen" bij den Dool (Meerkerk)...
Wat later heb ik de foto opgestuurd naar Judith. Ik kreeg een leuke reactie terug en ze had de foto in de wedstrijdgalerij op hun site gezet.
Kort nadat de inschrijving gesloten was kreeg ik bericht, ik had gewonnen! Ik werd uitgenodigd bij molen "het Hoog en Groenland" in Baambrugge om m'n prijs in ontvangst te nemen. Naast deze molen staat een schuur met een soort veranda. Onder het genot van een drankje en een hapje en bij en lekker haardvuur kregen ik en nog een prijswinnaar lovende woorden van de jury voor onze foto's. Een erg gezellige middag.
Maar goed, ik zou gaan zwerven. De eerste "zwerfmolen" werd de Valk in Montfoort. Logisch want ik kende daar de (leerling) molenaars inmiddels. Ik heb daar ruim een half jaar meegedraaid en ook het nodige meegemaakt.
Eén van de eerste keren dat ik daar was mocht ik de molen vangen na het pellen. Altijd geleerd dat je de vang voorzichtig voorzichtig moet bedienen. Ik geef een ruk aan het vangtouw en laat het rustig omhoog komen. Maar hoever ik het touw ook omhoog laat komen, geen reactie te zien bij het gevlucht. Op een gegeven moment kon ik het touw zelfs los laten, de vang lag er helemaal op maar het gevlucht reageerde nauwelijks. Tja, dat effect heeft een pelsteen van 2,5 ton nu op de vang, het werkt als een vliegwiel en dat zet je niet zomaar stil. En ook de wind blijft natuurlijk vol tegen het gevlucht aan leunen. Het duurde misschien wel een minuut voordat alles stil stond. Voor de zekerheid zijn we toch met een emmertje water de kapzolder op gekropen...
Een andere ochtend, we waren weer aan het pellen. Dat pellen geeft een hoop stof maar deze keer zag de wolk er wat blauwig uit en rook naar verschroeid hout. Meten de boel stil gezet en de pelkist open getrokken, er kwam één grote rookwolk uit. Het bleek dat de bolspil scheef stond en dat de zog-ijzers aanliepen op een stalen plaat. Het hout onder de stalen plaat was behoorlijk verschroeid en de stalen plaat was helemaal omgekruld. Gelukkig stopte e.e.a. vanzelf met smeulen maar uiteraard hebben we het goed in de gaten gehouden. Na en paar uurtjes is de bolspil recht gezet en e.e.a. gerepareerd zodat we weer konden pellen.
Weer wat later, er wordt weer gepeld. Tijdens het pellen horen we ineens een hoop herrie, alsof de pelsteen ergens verschrikkelijk aanloopt. We roken ook ineens een behoorlijke olie-lucht. De boel direct stilgezet. De molen stond nog niet stil of er wordt vanuit de winkel "BRAND" geroepen. Het bleek dat de olie van het taatslager in brand stond. Ik vloog naar beneden, rukte de brandblusser van de muur en gaf wat stoten. Het brandje was meteen geblust. Komt zo'n BHV-opleiding toch nog eens van pas!
De taats van de pelsteen was zo ver doorgesleten dat de bolspil er doorheen is gezakt. Deze stond dus in het hout te draaien en dat gaf zoveel wrijvingswarmte dat de olie is gaan branden. Gelukkig waren we er op tijd bij, je moet er niet aan denken wat er had kunnen gebeuren. Maar ook dat hoort bij het molenaarsvak en voor mij als leerling was het weer een leermoment.

Paul heeft een bedrijfje wat adviseert bij het restaureren van monumentale gebouwen. In zijn geval zijn dat vnl. molens. Als eigenaar van het bedrijf is hij ook lid van een molenmakersplatform. Dat molenmakersplatform komt regelmatig bij elkaar in Amersfoort in het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Er worden dan presentaties gegeven over bepaalde onderwerpen.
Aangezien ik bij een gieterij werk en bovenassen en veel kruirollen gegoten worden vroeg Paul me of ik eens een presentatie over gietijzer wilde houden voor dit molenmakersplatform.
Ik geef regelmatig presentaties voor klanten en ook bij de gieterijvereninging. Daarvoor heb ik een aantal presentaties die ik zo van de plank af kan trekken. Maar een presentatie voor molenbouwers, da's toch wel even andere koek. Ik zou e.e.a goed moeten voorbereiden, zeker om als molenaarsleerling goed over te komen bij al die ervaren molenbouwers.
Ik gaf bij Paul aan dat ik wel een presentatie wilde verzorgen en hij zou e.e.a. bij de molenmakers in de groep gooien.
Kort daarna kreeg ik van Paul een telefoontje met de melding dat de datum voor de presentatie vastgelegd was: Eén (1!) week later! Ik had dus 1 week om (naast m'n gewone werk) een hele presentatie in elkaar te flanzen! Even voor de goede orde, het maken van een beetje leuke presentatie, daar gaat uren werk in zitten.
Met wat kunst en vliegwerk is het uiteindelijk toch gelukt. De presentatie ging uiteraard over gietijzeren onderdelen in molens, over het gieten van ijzer en wat daar allemaal bij komt kijken, over eigenschappen van de soorten gietijzer, oorzaken van breuk en schade, het onderzoeken van gietijzeren onderdelen en het repareren van evt. beschadigde onderdelen.
De presentatie werd door de molenmakers goed ontvangen en er ontstond achteraf een leuke discussie over bepaalde zaken. Toch ook weer leuke contacten opgedaan en wie weet wat er in de toekomst nog uit komt.
Als gieterij gieten we met enige regelmaat kruirollen en meestal blijft het bij deze kleine onderdelen. Boven-assen zijn behoorlijk zware gietstukken (bruto 6,5 ton) maar ze zijn vooral lang (6 meter!). Als gieterij moet je daar wel de middelen voor hebben om zo'n lang stuk te gieten. De enige gieterij die tegenwoordig nog bovenassen giet is Geraedts in Baarlo.
Toch hebben we ooit een boven-as mogen gieten.
Een aantal jaren geleden is in Soest stellingkorenmolen de Windhond opnieuw gebouwd. Uiteraard moet daar ook een gietijzeren bovenas in komen. Uiteraard werd de "Soester" Gieterij gevraagd om de as te gieten.
Kapzolder van de Windhond met "onze" bovenas...
Zoals ik al zei heeft onze gieterij de middelen niet om zo'n lange as te gieten maar van onze concullega Geraedts mochten we wat spullen lenen om het stuk toch te kunnen gieten.
Als ik weer eens wat tijd teveel heb dan zal ik eens een bericht wijden aan het gieten van die bovenas.

De pas gegoten bovenas tijdens het afwerken...
Maar ik wijk af, terug naar het meedraaien op de Valk...
Buiten het meedraaien op zaterdagen help ik ook af en toe mee met het klussen in de molen. Paul wil van de molen een complete meelfabriek maken en daarvoor zijn een aantal oude machines opgekocht, o.a. een buil (om bloem uit het meel te zeven).

Noeste arbeiders van de Valk: Paul, Piet en Hein. Tussen Piet en Hein de buil die bijna klaar is...
De laatste tijd komt daar niet echt veel van omdat ik vaak moet overwerken maar als ik de kans krijg dan ga ik de mannen helpen. Voor zover dat lukt met 2 linker handen.
Het was m'n streven om zelfstandig te leren malen bij de Valk en dat is me min of meer gelukt. Met een klein beetje hulp heb ik al een keer of twee wat tarwe gemalen en Paul was daar niet geheel ontevreden over. Het is moeilijk om een constante kwaliteit te malen, zeker als de wind wat wispelturig is. Voelen aan het meel, luisteren naar de stenen en kijken door de kleine raampjes om te zien wat het gevlucht buiten doet. En er dan voor zorgen dat de stenen de juiste afstand tot elkaar hebben, daar ben je vrijwel continu mee bezig. Ik hoor Paul nog schreeuwen: "Bijhouden.... bijhouden!!!"
De kwaliteit die ik maalde was natuurlijk niet geweldig maar zoals Paul zei is dat een kwestie van kilometers maken, dan komt dat vanzelf.
Ik heb ooit eens een filmpje gemaakt van het malen van boekweit bij de valk (excuses voor het geluid wat af en toe wegvalt...):



M'n doel om eens zelfstandig te malen had ik dus bereikt, het was tijd om eens verder te gaan kijken.
Kort geleden heb ik nog een week of twee mee mogen draaien met Piet op Oukoop (weer een hoop vragen en theorie behandeld) en ook ben ik nog eens een zaterdagje terug geweest naar Loenen om daar mee te draaien. Er viel weinig te draaien want het was nagenoeg windstil. Wel was de molen versiert met vlaggetjes want Sinterklaas zou die middag aankomen in Loenen.
En toen was het tijd voor een volgende molen.
Zoals ik heel in het begin van deze inleiding (nou ja, inleiding... het is een aardig epistel geworden) vertelde vind ik dat gaande werk machtig om te zien. Ik heb op twee korenmolens mogen draaien en op een poldermolen en nu had ik m'n zinnen gezet op een zaagmolen. En laat er nu een zaagmolen in de buurt staan: de Ster in Utrecht, daar heb ik afgelopen zaterdag 4 december een paar uurtjes mogen meedraaien. Maar daarover in het volgende bericht meer!

Marcel