dinsdag 24 mei 2011

Meedraaien op de Kilsdonkse, deel 2

Lieve mensen,

De vorige keer heb ik het gehad over het korenmolengedeelte van de Kilsdonkse, vandaag ga ik het hebben over het oliemolengedeelte.
Zoals jullie de vorige keer hebben kunnen lezen heeft Ad me de korenmolen laten zien., we schrijven nog steeds 5 maart.

Vanaf de kap klommen we nu de smalle trapjes naar beneden en liepen we langs de schoepenraderen naar de oliemolen.
We klimmen eerst via een steil trapje naar de zolder van de oliemolen. Op deze zolder liggen de walnoten te drogen. Van deze walnoten wordt notenolie gemaakt die je kunt gebruiken om bijv. salades te verrijken. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat die olie erg lekker smaakt!

Drogende walnoten...
In de buurt van de molen wonen veel mensen met een walnotenboom in hun tuin. Ze weten in het najaar vaak niet wat ze met al die noten moeten doen. Via diverse media roepen de vrijwilligers van de molen deze mensen op om (een gedeelte van) hun oogst te doneren aan de molen. Als tegenprestatie krijgen zij dan een flesje geslagen walnotenolie.
De walnoten zijn normaal gesproken omhuld door een vochtige groene schil. Als de walnoten worden aangeleverd dan zijn ze nog redelijk vochtig door die groene schil. Als ze niet goed gedroogd worden dan kunnen de noten gaan schimmelen wat natuurlijk nadelig is voor de kwaliteit van de olie. Daarom hebben de vrijwilligers van de molen speciale houten stapelbakken gemaakt met een bodem van kippengaas. Daar liggen de noten dan, 2 a 3 lagen dik, te drogen.
Op de zolder draait ook een grote wentel-as welke via een aantal molenwielen (houten tandwielen) wordt aangedreven door de water en/of windmolen. Deze wentelas drijft de kollergang aan, de roerwerken en de oliewerken, daarover later meer.

De zolder van de oliemolen. In het midden is de wentelas te zien. Links de stapelbakken met drogende walnoten...
De wentelas is gemaakt van een eikenhouten stam van 16,5 meter lang en is aan het worteleind wel 80 cm dik. De molen is een aantal jaren geleden herbouwd en daarvoor moest er een nieuwe wentelas gemaakt worden. Er is mij verteld dat er in heel Europa maar 2 of 3 stammen in aanmerking kwamen om deze as te maken.
Nadat we de zolder bekeken hadden klommen we weer naar beneden.
Hieronder volgt een beschrijving van het olieslaan. Veel tekst maar daarna volgt een videootje waardoor e.e.a. een stuk duidelijker wordt.
Beneden is het eerste wat je opvalt de grote kollergang met de kantstenen. De kantstenen wegen per stuk een slordige 2500 kg.

De Kollergang...
De kollergang bestaat uit een verticale spil, de steenspil, die onder- en bovenin gelagerd is. Aan deze steenspil zitten twee horizontale assen bevestigd waar de kantstenen omheen draaien. Daar omheen zit een houten raamwerk wat de boel bij elkaar houdt, het steenraam. Bovenin de foto is nog goed het grote steenwiel te zien wat aangedreven wordt door het kleine steenwiel (niet zichtbaar). Het kleine steenwiel is een schijfloop die om de wentelas is bevestigd. Normaal gesproken heeft een rondsel ronde staven van een harde, splijtvaste houtsoort. De Kilsdonkse was vroeger echter een rijke molen want de schijflopen hadden daar (en nu ook) ovale gietijzeren staven.
De kantstenen rollen over een ligger of doodbed. Deze ligger kan van metaal zijn gemaakt maar bij de Kilsdonkse is deze van steen. Rondom de ligger (gedeelte waar de kantstenen niet overheen rollen)  is een houten "vloer" aangebracht. Om deze vloer zit een metalen rand en dit geheel noemt men een "kuip".
De functie van de kollergang is het vermalen van walnoten, lijnzaad of koolzaad tot pulp wat ook "meel"genoemd wordt. Vandaag werd er walnotenolie geslagen.
Terwijl de kollergang draait wordt er een bepaalde hoeveelheid walnoten op de ligger gegooid. Aan het steenraam zijn de zg. aanstrijkers bevestigd die de noten steeds in het spoor van de kanstenen schuiven. Door het gewicht van de kantstenen worden de noten vermorzeld tot pulp, een proces wat ongeveer 15 tot 20 minuten duurt. Als de noten genoeg vermalen zijn dan trekt men de aanstrijker omhoog en laat men de afloper neer. Deze afloper duwt het "notenmeel" naar de buitenkant van de kuip waar het "geoogst" kan worden. In de houten vloer zit een afloopschuif die men open kan trekken. Onder deze schuif staat een meelkist waar het notenmeel opgevangen wordt. Het notenmeel wordt vervolgens in een houten voorraadbak gegooid waar het wacht om verwarmd te worden door het "vuister".
Het vuister is een soort houtgestookt fornuis, een met bakstenen opgemetselde bak van ± een meter hoog met daarop een dikke gietijzeren  of stalen plaat. In het vuister brandt een houtvuurtje waardoor de stalen plaat verwarmd wordt.
Op deze stalen plaat staat een bodemloze pan, de "vuisterpan", waar een bepaalde hoeveelheid notenmeel in gegooid wordt.
Boven het vuister hangt het roerwerk, een roerstok met daaraan een spaan die het notenmeel omroert. Het roerwerk kan men laten zakken of lichten. Als men het laat zakken in de pan dan grijpt er een tandwieltje aan waardoor het roerwerk begint te draaien. Het roerwerk zorgt er voor dat het notenmeel omgeroerd wordt zodat het egaal verwarmd wordt. Dit verwarmen is nodig omdat de olie, die nog in het notenmeel zit, dunner vloeibaar wordt zodat deze makkelijker uit te slaan is.
Als het meel op temperatuur is dan wordt het roerwerk gelicht en wordt de meel verdeeld over twee "bulen".
Een buul (verbastering van "buidel") is een platte, langwerpige, taps toelopende zak van stevig linnen. De gevulde buul wordt daarna in een "schrooi" gelegd en dichtgevouwen. Een schrooi is een lederen omslag waarin twee houten platen bevestigd zijn welke ongeveer de vorm van de buul hebben. De schrooi wordt dichtgevouwen en tussen de jaagijzers van de perslade gezet.
Eerst even iets over het oliewerk: Het gehele oliewerk bestaat uit 3 delen, het voorslagblok, het stamperblok en het naslagblok.
Het voorslagblok bestaat uit de volgende onderdelen:

Het oliewerk met onderin de perslade en bovenin de heien...
1. Slagbeitel
2. Losbeitel
3. Slaghei
4. Loshei

De jaagijzers: (tusen de jaagijzers zijn nog net de hengsels van de schrooien te zien)
5. staander
6. jager

7. diverse kussens (opvulstukken)

Zoals we eerder konden lezen wordt de schrooi (met daartussen de  met warme notenmeel gevulde buul) tussen de jaagijzers gezet. Daarna drukt men de slagbeitel naar beneden. De slagbeitel heeft een wigvorm en wordt naar beneden in de perslade (gleuf waar ook de jaagijzers en de kussen in staan) gedrukt. Daardoor worden, via de kussens, de jagers tegen de staanders gedrukt. Als e.e.a. wat vast staat wordt de slaghei gelost. De slaghei is een zware, vierkante houten balk die verticaal recht boven de slagbeitel hangt. Als deze gelost wordt valt hij met z'n volle gewicht op de slagbeitel waardoor deze nog dieper in de perslade gedrukt wordt. Gevolg, nog meer druk op de jaagijzers.
De werkening van het vooslagblok mag nu duidelijk zijn: doordat de slaghei de beitel diep in de lade heit wordt de druk op de jaagijzers (en dus ook in de schrooi) zo groot dat het olie uit het warme notenmeel geperst wordt.
Echter, één klap van de slaghei is niet voldoende, er zijn heel wat klappen nodig om het notenmeel volledig "uit te slaan". Daarom moet men de slaghei herhaaldelijk optillen en laten vallen. Dat gebeurt ook met de wentelas.
De wentelas met daarachter het heiwerk...
1. Hei
2. Vuist
3. Spaak
4. Wentelas

De foto hierboven is gemaakt op de zolder van de oliemolen. Op deze foto draait de wentelas rechtsom. Op deze wentelas zitten, per hei, 2 of drie spaken, een soort nokken. Normaal gesproken zijn deze van hout maar om te laten zien dat men vroeger goed bij kas zat werden deze bij de Kilsdonkse van gietijzer gemaakt, net zoals de staven bij sommige schijflopen..
Ook zien we de bovenkant van een hei op de foto. Haaks op de hei zit een korte balk, de "vuist". De werking is al min of meer op de foto te zien. Doordat de wentelas rechtsom draait tilt de spaak de vuist (en dus de gehele hei) op. Draait de as verder dan ondersteunt de spaak de vuist niet meer en deze valt dan omlaag op de (slag)beitel.
Door dit herhaaldelijk te doen wordt de slagbeitel steeds dieper in de perslade gedrukt en wordt via de kussens en de jaagijzers de olie uit het notenmeel geperst. Ik heb begrepen dat de druk op de jaagijzers zo'n 300 HPa (bar) bereikt, daar moet je dus geen vinger tussen steken
Onder de perslade staan twee bakjes waar de olie wordt opgevangen.
Het heien is klaar als de slaghei op de slagbeitel begint te "dansen". Bij de eerste klappen zal de hei "dood" vallen op de slagbeitel. Na verloop van een aantal slagen zal de hei steeds meer gaan dansen (stuiteren) ten teken dat de meel niet verder uitgeperst kan worden. De hei wordt dan "opgeschort" ofwel met een touw zo ver opgehesen en vastgezet dat de vuist buiten het bereik van de spaak komt. Met een stalen pen wordt de hei dan gezekerd zodat deze niet onverwacht omlaag kan vallen.

Opschorttouwen van het oliewerk. Rechtsbovenin een pen om een hei of stamper te zekeren...
Bij het lossen van een beitel moet je altijd even naar boven kijken om te zien of de spaak van de wentelas al voorbij de vuist is gedraaid, op dat moment kun je hei vrij laten vallen. Let je daar niet op en laat je de hei op het verkeerde moment vallen dan kan de vuist op een spaak vallen waardoor de vuist kan afbreken.
Als de slaghei is opgeschort dan laat men de druk nog een paar pinuten op de schrooien staan zodat ze nog even kunnen uitlekken. Daarna lost men de loshei welke vlak naast de slaghei zit. De loshei werkt met hetzelfde principe als de slaghei. Echter, de loshei slaat op de losbeitel (zie foto van het oliewerk). De losbeitel heeft ook een wigvorm maar deze staat, vergeleken met de slagbeitel, ondersteboven in de perslade Als er op de loswig geheit wordt dan maken we weer ruimte in de perslade en haalt men de druk van de kussens en de jaagijzers. Men haalt de schrooien tussen de jaagijzers uit en zet ze schuin boven de perslade zodat ze nogmaals kunnen uitlekken.
Nadat de schrooien een paar minuten hebben uitgelekt vouwt men de schrooien open en haalt men de bulen er uit. Het notenmeel is zo hard in elkaar gedrukt dat het een koek is geworden, de "oliekoek".
Deze koek wordt uit de buul gehaald. Vroeger deed men dat met een "kaak", een speciale plank die schuin op een tafel was bevestigd. Men zette daar de buul op en stroopte 'm in één keer af. De Kilsdonkse heeft ook een kaak maar de bulen zijn zo stug dat dat niet echt lekker werkt.

Een "oliekoek" van walnotenmeel...
Men was vroeger nogal zuinig. Het bleek dat in de boven- en onderkant van de koek nog veel olie zat. Daarom werden die van de koek afgesneden en nogmaals geslagen. Rechtsonder op de foto zien we nog een gedeelte van het koekenmes wat werd gebruikt om de uiteinden van de koek af te snijden.

Beide koeken worden daarna in een appelpot gegooid. De appelpotten zitten in het pottenblok welke in het verlengde staat van de perslade. De Kilsdonkse heeft 5 appelpotten. Boven deze appelpotten hangt ook een hei die men nu een "stamper" noemt. Deze stampers werken ook weer volgens hetzelfde principe als de slag- en loshei. Door de stamper te lossen worden de koeken in de appelpot weer tot losse meel geslagen. Deze meel kan men dan gebruiken als veevoer maar er kan ook weer olie uit geslagen worden. Daarvoor heeft de Kilsdonkse ook een "naslagblok".
Het naslagblok werkt precies als het voorslagblok. Het heeft ook een eigen vuister. Het verschil met het voorslagblok is dat de meel warmer wordt gemaakt, ± 70°C en de druk in bij het heien bereikt een slordige 500 HPa (bar) doordat de slagbeitel een kleinere wighoek heeft.
De opbrengst bij de naslag is beduidend minder en ook de olie die op deze manier verkregen wordt is van mindere kwaliteit, het wordt voornamelijk gebruikt als smeerolie.
Ik heb helaas niet van alle stappen foto's gemaakt maar ik heb wel e.e.a. op video gezet die je hieronder ziet. Ik hoop dat deze beelden e.e.a. wat verduidelijken:



Nadat Ad me alles had uitgelegd was het tijd om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ik heb het gehele oliewerk mogen bedienen.
Het begon allemaal bij de Kollergang. Ad zeefde de walnoten op zolder om alle aarde en verontreinigingen te verwijderen en deed ze daarna per 5 kg in mandjes. Per gang word er ± 5 kg geplet onder de kantstenen. Ik moest eerst controleren of de afloper gelicht was en de aanstrijker neergelaten was. Daarna gooide ik één mand met walnoten op de ligger. Uiteraard niet in één keer maar verdeeld over één omwenteling van de steenspil zodat de noten mooi verdeeld over de ligger verspreid werden.
De aanstrijkers drukten de noten in het spoor van de kanstenen en met een hoop gekraak werden ze geplet onder hun enorme gewicht.
Tijdens het pletten moet de meel af en toe even omgeschept worden zodat het mooi homogeen geplet wordt. Ook moet je er voor zorgen dat het notenmeel niet te lang geplet wordt, het blijft dan aan de kanstenen plakken. Na het pletten wordt de notenmeel geoogst.
Op het vuister wordt de notenmeel verwarmd. Er wordt een bepaald hoeveelheid in de pan gedaan. Als je teveel in de pan doet dan worden de bulen te dik en passen ze niet meer tussen de jaagijzers. Doe je te weinig meel in de bulen dan worden ze te dun en krijgt de slagbeitel te veel ruimte. De kans is dan dat deze te diep in de perslade geheit wordt waardoor de beitel de bodem kan raken en kapot geheid wordt.
Het notenmeel wordt vanuit de voorraadbak in een zinken emmer geschept, André gaf aan tot welke streep de emmer gevuld moet worden zodat de juiste hoeveelheid meel op het vuister terecht kwam.
André had net de koeken uit de bulen gehaald en ik hing de bulen onder de twee kaartjes (trechters) bij het vuister.
Na een minuut of 10 was het notenmeel voldoende warm. Ik lichtte het roerwerk, trok de pan naar me toe zodat beide bulen zich vulden met warme notenmeel. Ik haalde beide bulen onder de kaartjes vandaan en legde ze in de schrooien. André leerde me om het notenmeel netjes en gelijkmatig te verdelen in de bulen zodat ook de druk goed verdeeld kan worden. Als je een dike prop in de buul hebt zitten dan wordt alleen die prop uitgeperst en de rest van de meel niet. Ook leerde hij me dat ik snel moest werken omdat anders het meel teveel afkoelt.
Ik zette de gevulde schrooien tussen de jaagijzers in de perslade waarbij ik er op moest letten dat ze niet op de bodem stonden. Ik drukte de slagbeitel omlaag om de boel wat op te sluiten. Daarbij moest ik er op letten dat de losbeitel niet te laag in de perslade stond. Staat deze te laag dan kan deze niet of onvoldoende naar beneden geheid worden en dan komt de boel niet los.
Daarna mocht ik de slaghei lossen. Eerst wat spanning op het opschorttouw zodat ik de pen er uit kon trekken. Daarna naar boven kijken om te zien waar de spaak is. Toen de spaak voorbij de vuist was liet ik het touw los en de hei kwam met een behoorlijke klap neer op de slagbeitel. Het geluid tijdens het heien heeft een zodanig niveau dat je wel gehoorbeschermers moet dragen. De Kilsdonkse stelt deze dan ook ter beschikking aan de molenaars. De uitdrukking "oliedom" komt hier ook vandaan.
Vroeger werd je als jong kind al aan het werk gezet in een oliemolen, ouders hadden geen geld voor educatie dus je leerde niet veel, je bleef dus dom. Ook werkte je dag in dag uit in die herrie waardoor je op vroege leeftijd al doof werd. Je kon op een gegeven moment niet meer horen wat mensen vertelden en begreep dus niet waar ze het over hadden: Oliedom!
Toen de slaghei al behoorlijk aan het dansen was gaf André me het teken dat ik de hei moest opschorten. Je laat de spaak de hei nog een keer optillen en vlak voordat hij valt trek je de hei verder omhoog en zeker je hem met het touw en een pen. Even de schrooien uit laten lekken en tijd om het notenmeel in de kollergang om te scheppen.
Olieslaan is een continu proces. Zodra het notenmeel geoogst is wordt er meteen weer een nieuwe mand met noten op de ligger gegooid. Daarna weer een emmer meel op het vuister gegooid en het roerwerk laten zakken.
Nadat de bulen uitgelekt waren loste ik de loshei. Met 5 ferme slagen was de boel los gekomen. Ik trok de schrooien uit de perslade en zette ze schuin neer om ze nogmaals uit te laten lekken. 
Daarna brak ik de koeken uit de bulen en vulde een appelpot met de brokken oliekoek. Met de stamper werden de brokken weer tot losse meel gestampt. De lege bulen hing ik weer onder de kaartjes bij het vuister en tijdens het stampen vulde ik ze weer met warme notenmeel. De bulen weer tussen de schrooien en de schrooien weer in de perslade om te slaan enz. enz.
Als er weer olie geslagen wordt dan kijk je even hoe ver het stampen is. Het stampen is klaar als de stamper het losse meel boven de appelpotten uit gooit. De stamper wordt opgeschort en het meel wordt uit de appelpot gehaald en in zakken gedaan. Aangezien we maar met z'n drieën waren konden we de naslag niet gebruiken, dan heb je echt meer mensen nodig.
Inmiddels begon de slaghei weer te dansen ten teken dat de bulen voldoende uitgeslagen waren. En dan begint het hele proces weer opnieuw
En zo ben je lekker de hele dag bezig.
Zo rond het middaguur gaan de molenaars even eten. De watermolen wordt dan stil gezet door de sluizen te sluiten. Omdat de windmolen ontkoppeld is kan deze door blijven draaien.
Tijdens de lunch in het restaurantje naast de molen krijgen we een stuk molenkoek aangeboden. Ik moet zeggen, die smaakte best!
Ad vertelde wat over de loop van de Aa, het riviertje waar de molen aan staat. Het water van de Aa komt uit een moerasgebied wat in de Peel ligt.
Ik zei net dat de molen aan de Aa staat maar dat klopt (nu) niet meer. Vroeger stond de molen wel aan de Aa maar tijdens het kanaliseren is de waterloop veranderd waardoor deze niet meer langs de molen loopt.
Tijdens de restauratie is er speciaal een waterloop gegraven zodat ook de watermolen weer kon werken.
Een paar honderd meter stroomopwaarts staat een stuw in de Aa. Deze stuw regelt stroomopwaarts de waterstand van de rivier. Tijdens droogte staat de stuw hoog zodat de landerijen naast de Aa voldoende vochtig zijn. Tijdens natte perioden staat de stuw laag zodat er goed afgewaterd kan worden.
De aftakking naar de molen is stroomopwaarts van de stuw gegraven, d.w.z. dat de stuw ook de waterstand in de aftakking bepaald. Als de waterstand hoog is dan staat er veel druk op de sluizen, ze hoeven dan maar een klein stukje open gezet te worden om voldoende kracht op het schoepenrad te genereren, het water spuit dan letterlijk door de sluisdeuren. Is de waterstand laag dan is ook de druk laag en moeten de sluisdeuren verder open gezet worden voor voldoende kracht.
Na de lunch draai ik onder toeziend oog van André beide sluisdeuren open. Hij leert me dat het water niet over de schoepen mag stromen want dan gaat het water tegenwerken.

De voorwaterloop van de watermolen...
Ik draai de eerste sluisdeur open en het water begint tegen de schoepen aan te stromen, het schoepenrad komt langzaam op gang. Binnen begint, met wat gekraak van het steenraam, ook de kollergang weer te draaien. Met z'n drieën slaan we de rest van de middag nog wat liters olie.
André moest nog even naar huis om even met z'n kinderen naar de optocht te kijken, het was die dag carnaval. Ad en ik hielden de boel wel even aan de gang.
Wat later was André weer terug. Zo tegen een uur of 4 werd de laatste olie geslagen waarna we met z'n allen de boel schoonmaakten. Omdat de geslagen olie voor consumptie gebruikt wordt moet alles goed schoon gehouden worden.
De bakjes met olie worden onder de perslade vandaan gehaald en door een zeef in een maatkan geschonken. Een goeie 4,5 liter olie, een mooie oogst volgens de molenaars.
Een dag intensief gewerkt en dan toch maar 4,5 liter olie? Dat moet vroeger een duur goedje zijn geweest! Onder het gebouw van de oliemolen zijn nog steeds de kelders te zien waar de olie opgeslagen werd. In de vloer van de oliemolen zijn glazen panelen gelegd zodat je kelders goed kunt zien. De vloer en wanden van de kelders zijn betegeld, het lijkt wel een soort zwembad.  Het beslaat een behoorlijk oppervlak en ik schat dat er duizenden liters olie in opgeslagen konden worden. Daar moet je dan wel behoorlijk wat uren voor werken! Men vertelde me dat olieslaan vroeger een vrijwel continu proces was, het ging dag en nacht door.

De olie die we vandaag geslagen hebben gaat in een schone jerrycan en er wordt een monster opgestuurd naar een laboratorium waar ze de kwaliteit controleren. Als er geen bijzonderheden zijn dan wordt de olie vrijgegeven en wordt deze gebotteld voor de verkoop.

Walnotenolie van de Kilsdonkse... (Zelf geslagen!!!)
Nadat alles in de molen aan kant was zijn André en ik de windmolen gaan afzeilen.
Ik zeil het eerste eind af en André laat het volgende end voorkomen. Daarbij laat hij zien hoe de trommelvang werkt. daarna zeilt hij het volgende end af en mag ik het volgende eind laten voorkomen.
Nu is het vangen bij iedere molen weer anders dus is het altijd even voelen hoe de vang aangrijpt. Grijpt hij vroeg of laat aan, doet hij dat abrupt of langzaam? Bromt de vang? Tot nu toe had ik alleen maar met wipstokken gewerkt. Gelukkig lag de vang er al op en hoefde ik 'm alleen maar wat te lichten om het volgende end voor te laten komen.
Ik stond gewoontegetrouw aan de achterkant van de molen (waar bij een wipstok normaal gesproken het vangtouw hangt) en lichtte de vang iets. Het gevlucht begon te draaien en het volgende end kwam voor. Ik kon 'm nog op tijd stoppen maar had geen idee hoe het gevlucht precies stond. De Kilsdonkse is een kettingkruier en heeft daarom geen houtwerk aan de buitenkant, geen spruiten, geen schoren en ook geen staartbalk. Ik gebruikte altijd de lange spruit om het gevlucht loodrecht uit te lijnen. Dat kon nu niet en ook omdat ik aan de achterkant van de molen stond kon ik niet goed zien hoe het gevlucht stond.
André leerde me dat ik (natuurlijk) ook aan de zijkant van de molen kan gaan staan zodat ik het gevlucht wel goed kon zien. Immers, de vangketting komt ook aan de zijkant uit de kap.
Ondanks dat dit m'n eerste ervaring was met een trommelvang ging het best goed.
We brengen we de roekettingen en bliksemkabel aan en aan de achterkant van de molen laten we de pal in het bovenwiel zakken. We zetten de kruikettingen en ook de vangketting vast .
Op zolder wordt de kruipal neergelaten, een stalen staaf die tussen twee tanden van de tandheugel valt zodat de kap niet meer kan draaien. Als de koningsspil ontkoppeld is dan wordt deze weer gekoppeld, de steenspillen worden in het werk gezet en de stenen worden via het lichtwerk op elkaar gezet. Alle deuren gesloten en op naar de Empiro voor een afzakkertje.
Ad, André en ik kleppen nog even gezellig na. Daarna kruip ik weer in m'n motorpak en rij moe maar voldaan terug naar de Meern. Een intensieve dag waarin ik erg veel indrukken heb opgedaan en veel heb geleerd. Maar het was weer ontzettend leuk!

Een paar dagen later krijg ik een mailtje van André met een verslag van de afgelopen draaidag.
Zoals ik al eerder schreef zijn er heel wat vrijwillige (hulp)molenaars die meedraaien op de Kilsdonkse. De molenaars staan ingeroosterd maar de hulpmolenaars komen als ze zin en tijd hebben. De ene komt elke week, de ander komt één keer in de maand. Om elkaar toch een beetje op de hoogte te houden schrijft de dienstdoende molenaar een verslag van zijn of haar draaidag. In het verslag staat dan wat er zoals is gebeurd, wat er is gedaan en evt. bijzonderheden van de molen.
Hieronder het verslag wat molenaar André schreef over zaterdag 5 maart:

Hoi,

Afgelopen zaterdag waren Ad L. en André om 09.00 uur op de molen, wind was er niet, toch maar 4 volle voorgelegd maar de molen draaide niet.
Toen hebben we de vuister opgestookt en zijn we olie gaan slaan, het waterpeil was 6.50 maar de kollergang ging ondanks deze waterstand toch lekker rond. ( dik water?! of misschien is het wegblijven van het kroos een betere verklaring).
Om 11.00 arriveerde de gastmolenaar: Marcel van Hees uit De Meern, hij heeft de hele dag mee olie geslagen. Marcel is van plan om de maanden maart en april elke zaterdag te komen.
André moest tussen de middag even weg om naar de kinderoptocht van zijn zoon te kijken, bij terugkomst op de molen was de wind aangewakkert tot (jawel) kracht 1 en wilde de molen en paar rondjes draaiden.
Om 4 uur afgezeild en alles opgeruimd, in totaal 4,5 ltr olie geslagen.
Dinsdag hadden Ad L., Mariepauline en André een extra dagje op de molen, de wind was om 09.00 kracht 2, dus 4 volle voorgelgd en spelt gebroken op het veevoerkoppel. Om 12.30 hadden we de 8 zakken, 160 kg, gedaan. Na de boterham was de wind aangetrokken tot kracht 3 en hebben we consumptiemeel gemalen, in totaal 150 kg.
Met het zonnetje erbij een lekker rustige dag.
 Voor de molenaars van zaterdag a.s.:
- Marcel van Hees komt weer, hij is er om 09.00
- afgelopen week heeft Peter 4 zakken notenmeel opgehaald
- de leren riem van de loswig is gebroken
- er zijn 2 kleuren handvegers gekocht: blauw voor onderdelen die met het produkt in aanraking komen, wit voor vloeren e.d.
- John van de Halm komt als hij tijd heeft de gebroken spelt halen en nieuwe zakken brengen
- er hoeft niet per se consumptiemeel gemalen te worden, er ligt immers een vooraad van ruim 500 kg

Groeten,

André 

Wederom bedankt voor het lezen en tot de volgende keer!
Groet,

Marcel

maandag 9 mei 2011

Meedraaien op de Kilsdonkse, deel 1

Lieve mensen,

Excuses dat het weer zo lang duurde maar privé en zakelijk is het erg druk. Toch wil ik het bijhouden van m'n weblog niet opgeven omdat ik het te leuk vind en ik leer er ook veel van. Ik heb m'n stageperiode bij de Kilsdonkse inmiddels afgesloten en heb nu al twee keer meegedraaid op paltrokmolen de Eenhoorn in Haarlem. Daar krijgen jullie in een latere aflevering over te horen maar nu eerst het eerste deel van m'n avonturen bij de Kilsdonkse molen in Noord Brabant.

De 1e week van maart heb ik veel tijd aan m'n weblog besteed. Ik liep behoorlijk achter (nog steeds) dus dat probeerde ik in te halen. E.e.a. ten koste van m'n opleiding want ik had Ingrid beloofd om het hele hoofdstuk over het weer te leren.
Maar.... zelf vind ik het schrijven van dit weblog ook een onderdeel van m'n opleiding. Ik moet er veel voor uitzoeken waardoor je op leuke websites terecht komt en ook daar leer je weer van. Ook krijg ik vaak reacties van molenaars waar je weer wat van leert.

5 Maart was het dan zover, ik zou gaan meedraaien op de Kilsdonkse molen in Heeswijk-Dinther. Eigenlijk moet ik zeggen in Beugt want dat is het buurtschap waar de molen staat.
Ik hoor jullie al denken: wat moet je nou in Noord-Brabant als je in Utrecht je opleiding doet?
Zoals jullie weten heb ik een tijd meegedraaid op de Valk in Montfoort. Ik heb ook wel eens verteld dat molenaar Paul een bedrijf heeft wat plannen maakt voor het restaureren van molens en andere monumenten.
Hij woont naast de molen en na een dagje malen nodigde hij me uit in z'n tuin voor een drankje. Hij liet me toen een tekening zien van een watervluchtmolen.
Een watervluchtmolen is een gecombineerde wind-watermolen. Paul heeft destijds de tekeningen gemaakt toen de molen gerestaureerd werd. Deze molen kan koren malen en olie slaan.
Ik was nog nooit bij een oliemolen geweest dus ik nam me voor om daar eens wat weken mee te draaien.
Begin 2011 nam ik contact op via het algemene contactadres van de molen. Al snel kreeg ik een mailtje terug van 1e molenaar Paul (een andere) dat ik welkom was om een maandje of twee mee te draaien.
Hij vertelde dat de molenaars op de Kilsdonkse zo rond een uur of 11 beginnen.

's Ochtends natuurlijk eerst weer even kijken wat het weer doet:


Windrichting: West-Noordwest
Windkracht: 1
Temperatuur: 2°C
Luchtdruk: 1030 HPa
Vochtigheid: 92%
Bewolking: Stratus
Hoogte bewolking: Laag
Trekrichting bewolking: Niet te bepalen, egale grijze deken.
Neerslag: geen
Weerkaart: Vanuit het noorden komt een bijna uitgewerkt koufront op ons af. Veel hogedrukgebieden in de buurt. De isobaren boven Nederland liggen ver uit elkaar: weinig wind.
Overige waarnemingen: Geen

Dinther is vanaf de Meern ± 3 kwartier rijden dus na de wekelijkse boodschappen stapte ik om 10:15 op m'n eigen "molen" (m'n ouwe trouwe BMW motor) en tufte ik over de A2 richting het Brabantse.
Zo rond een uur of 11 reed ik de bebouwde kom van Dinther uit en even later zag ik de molen in de verte al draaien.
De Kilsdonkse molen. Het gebouw op de voorgrond is de oliemolen, daarachter de windmolen...
Ik parkeerde m'n bromtol op het parkeerterrein. Ik liep de (olie)molen binnen en was meteen onder de indruk van alles wat daarbinnen bewoog. Een kollergang met joekels van kantstenen, allerlei molenwielen, een wentel-as van maar liefst 16 meter lang, een oliewerk met voor- en naslag, losheien, slagheien, stampers... (rustig maar, ik ga het in een komende aflevering allemaal nog uitleggen). Voor een techneut als ik een genot om naar te kijken!
Ik werd vriendelijk ontvangen door molenaars Ad en André. André is gediplomeerd watermolenaar en is bezig met z'n opleiding tot windmolenaar (hij is inmiddels geslaagd en mag zich nu ook windmolenaar noemen), Ad is "hulpmolenaar".
Bij de Kilsdonkse werkt een grote groep vrijwilligers. Een aantal daarvan zijn (leerling) molenaars en het grootste deel zijn hulpmolenaars. De hulpmolenaars doen geen opleiding maar zijn o.l.v. de molenaars gewoon lekker bezig in de molen.

De indeling van de molen:
Nadat we een bakkie hadden gedaan nam Ad me mee de windmolen in. We begonnen op de maalzolder die zich hier nagenoeg op de begane grond bevindt.

De maalzolder. Op de voorgrond een tandwielkast, daarboven de koningsspil, rechts een meelpijp...
De foto's zijn wat vervormd omdat ik ze gemaakt heb met een supergroothoeklens zodat ik de hele ruimte in beeld kon brengen.
De molen heeft twee maalkoppels die regelmatig gebruikt worden. Op de foto hierboven zien we ook een tandwielkast waarin een venstertje zit zodat de gietijzeren molenwielen goed zichtbaar zijn voor het publiek. Daarover later meer.

Ad laat me ook de kelder zien waar het grote gietijzeren molenwiel goed te zien is. Het tandwiel zit glijdend op de water-as gemonteerd en met een speciaal mechanisme kan het wiel naar voren en naar achte bewogen worden. Op deze manier kan het tandwiel wel of niet ingrijpen in het kleine kegelwieltje wat onderaan de koningsspil bevestigd is.
De kelder van de windmolen....
Rechts is duidelijk het gietijzeren tandwiel te zien met daarin houten kammen. De achtkante as waar het tandwiel op bevestigd is gaat links door de muur naar buiten, op deze as zijn ook de schoepenraderen bevestigd.

Daarna gaan we naar de steenzolder waar de twee maalkoppels staan.

De steenzolder
Op de foto zien we in het midden de afgeschermde koningsspil met daarboven het spoorwiel. Op de voor- en achtergrond zien we dan de twee maalkoppels met de steenspillen en daarboven de rondsels. Links de trap naar de luizolder, zie onder:

De luizolder...
Op de luizolder vinden we uiteraard het luiwerk verborgen is achter de koningsspil en een staande balk.
Het luiwerk??? De steenzolders waar het graan gemalen werd lag bij een grondzeiler (molen die vanaf de begane grond is te bedienen) op minimaal de eerste verdieping. En bij stellingmolens kon dat wel eens op de 4e of 5e verdieping zijn. En zakken met graan of meel wogen destijds wel iets meer dan de 25 kilo die tegenwoordig door de ARBO is voorgeschreven. Toch moesten die zware zakken van en naar de steenzolder getrnsporteerd worden. Molenaars waren vroeger misschien niet goed maar ze waren zeker niet gek. En daarom is het lui-werk uitgevonden, een hijskraan die werkt op windkracht.

Het luiwerk...
Rechts een gaffelwiel te zien waarmee het luiwerk met de hand bediend wordt als er geen wind is. Dit gaffelwiel zit op de lui-as bevestigd. Om deze as zit een ketting gewikkeld waarmee zakken graan of meel "geluid" (opgehesen) of "afgeschoten" worden (laten zakken). Links zit het lui-wiel bevestigd. De lui-as zit aan één kant gelagerd op een balk die scharnierend is en op en neer kan bewegen, deze balk noemt men de "lichtboom". Op die manier kan dus ook het lui-wiel op en neer bewegen. Deze scharnierende balk heeft een beugel welke uit een haak getrokken kan worden.

De lichtboom...
De balk kan men dan laten zakken op de "lui-tafel". De luitafel is een de horizontaal draaiende schijf die op de koningsspil is bevestigd, midden onderin de foto. Op bovenstaande foto is de lui-tafel goed te zien.
De lichtboom is op verschillende zolders met een touw te bedienen. Men laat het lui-wiel zakken op de draaiende lui-tafel. Door de wrijving gaat het lui-wiel meedraaien. Bij sommige molens is het lui-wiel omwikkeld met rubber of leer voor betere grip. Klik hier voor wat foto's op wikipedia die e.e.a. wat duidelijker laten zien.
Een luiwerk wat op deze manier werkt noemt men een "sleepluiwerk".

Boven de luizolder vinden we dan de kapzolder:

De kapzolder...
Op bovenstaande foto zijn duidelijk het bovenwiel en de boven-as te zien. Onderin zien we een schijfloop of rondsel welke op de koningsspil bevestigd zit. Achter de boven-as zien we nog een soort trommel op een horizontale as, dit is de vangtrommel.
Bij veel molens wordt de vang (rem van de molen) bediend met een wipstok. De wipstok is een lange stok die aan de achterkant uit de kap van een molen steekt. Aan deze stok zit een lang touw (vangtouw) waarmee de vang bedient kan worden.
Een variant op de wipstok is de "trommelvang". De werking is nagenoeg hetzelfde alleen de techniek is anders. Verder sta je met een trommelvang naast de molen te vangen en bij een wipstok sta je achter de molen te vangen.
Hieronder nog een foto van de trommelvang:

De trommelvang van de Kilsdonkse van onderaf gezien...
Om de trommel zit een ketting die door de kap naar buiten aan de rechterkant langs de molen hangt. Rechts naast de trommel de as waar ook een ketting omheen hangt. Deze ketting zit vast aan de vangbalk. Onderin de foto is een gedeelte van de vangbalk (met daarop de ballastkist) nog net te zien.
Door buiten aan de vangketting te trekken wordt deze van de trommel afgewikkeld. De ketting van de vangbalk wordt daardoor opgewikkeld op de as waardoor de vangbalk omhoog getrokken wordt. Het verschil in diameter van de vangtrommel en de as heeft dezelfde (hefboom)werking als bij de wipstok.
De molen heeft een Engels kruiwerk maar als we aan de achterkant van de molen kijken dan missen we het en en ander:

De achterkant van de Kilsdonkse...
We missen hier een 7-tal houten balken en wel de staartbalk, de lange- en korte spruit en vier schoren. Wat we wel zien is een gesmeed gaffelwiel waar een ketting overheen loopt, de Kilsdonkse is een "kettingkruier".
Door aan de ketting te trekken gaat het gaffelwiel draaien. Binnen de kap zit een tandwielstel die voor een bepaalde vertraging zorgt zodat het kruien redelijk makkelijk te doen is.

De overbrenging van het kruiwerk...


Het rondseltje wat het grote tandwiel aandrijft...
 Op de foto hier direct boven zien we een klein ijzeren tandwieltje welke op dezelfde as zit bevestigd als het gaffelwiel wat zich aan de achterkap van de kap bevindt. Dit kleine tandwieltje drijft een groter tandwiel aan, zie overzichtsfoto. Op de as van het grote tandwiel zien we links een soort metalen schijfloopje. De staven daarvan vallen in een (ronde) tandheugel die over de gehele omtrek van het boventafelement ligt. Het boventafelement is de bovenkant van de romp van de molen, het gedeelte wat de kap draagt.

De werking van een tandheugel (Bron: Wikipedia)
In tegenstelling met de afbeelding hierboven ligt bij een kettingkruier de tandheugel stil en beweegt het tandwiel er overheen. Op deze manier kun je de kap dus op de wind zetten door te trekken aan de ketting. Ik moet zeggen dat ik het wel erg prettig vind werken, het gaat licht en is erg snel.
Bij een molen met een staartbalk wordt de kap gezekerd door het vastzetten van de staart d.m.v. de bezetketting. De vertraging van het kettingkruiwerk is echter voldoende en de kap zal niet snel uit zichzelf gaan draaien. Wel is er een speciale voorziening om de kap vast te zetten: de krui-pal. Een dikke metalen staaf die recht boven de tandheugel hangt. Deze kan men laten zakken zodat de staaf precies tussen twee tanden van de tandheugel valt, op deze manier kan de kap niet uit zichzelf draaien. Deze wordt alleen gebruikt als men de molen an het eind van een maaldag "wegzet".
Aan de voorkant van de kap steekt de askop naar buiten met daaraan het gevlucht. Dat gevlucht heeft een behoorlijk gewicht, ergens tussen de 4 en de 6 ton. Bij een conventioneel bovenkruiwerk heb je aan de achterkant van de molen nog heel wat balken hangen zoals de staartbalk en de schoren. Deze houden dan de boel in evenwicht.  Een kettingkruier heeft al dat houtwerk niet dus de kap ligt niet lekker in evenwicht op de romp.
Bij de meeste molens worden stalen roeden door de askop gestoken en gezekerd met roewiggen en keerklossen, zie onder:

Hierboven zien we een askop met roeden. Op de "horizontale" roede zien we aan de onderkant de keerklossen zitten, aan weerszijden van de askop (rechthoekige, witte blokken). Deze klossen zorgen ervoor dat de roede niet uit de askop kan vallen Aan de voorkant zien we aan weerszijden van de kop 2 roewiggen zitten. De roewiggen worden gezekerd met de spitijzers die tegen de wiggen aan zitten. Door de wiggen goed aan te slaan wordt de roede stevig vastgezet in de askop.
Bij de Kilsdonkse zit dat net even anders, daar zijn de roeden gezekerd d.m.v. bouten:

Zicht vanuit de kap op de askop van de Kilsdonkse...
Geen keerklos of roewig te zien. Wel een aantal witgeschilderde stelbouten die de boel op z'n plek houden. En natuurlijk een prachtig uitzicht over de omgeving.
Nadat Ad me de windmolen had laten zien gingen we weer naar beneden en nam hij me mee naar de oliemolen die zich bevind in het witte gebouw.
Dat zal ik gaan behandelen in de volgende aflevering want anders wordt het weer zo'n lang verhaal, er is genoeg te vertellen over de oliemolen en het slaan van olie.
Ik bedank jullie weer voor het lezen en hopelijk tot de volgende keer.

Groet,

Marcel

PS Niet vergeten!



zaterdag 26 maart 2011

De laatste keer op de Ster...

Lieve mensen,

Het begint in de gieterij erg druk te worden. Op zich een gunstige ontwikkeling want vanwege de crisis hebben we het afgelopen jaar zwaar verlies geleden. Nadeel is wel dat ik veel moet overwerken en weinig tijd aan m'n opleiding en m'n weblog kan besteden.
Dan toch bij deze het laatste deel over het meedraaien op de Ster in Utrecht.


25 Maart zou ik 's avonds m'n Himalayapresentatie geven. De donderdagavond ervoor heb ik nog tot 00:30 zitten werken om het allemaal af te krijgen.

Lekker crossen door het smeltwater in de Himalaya (Foto: Jos Gelissen)
Vrijdagochtend moest ik al om 5:00 m'n mandje uit omdat ik een training had in Gent (B), daar moest ik om 8:00 zijn. Kort nachtje, dus.
Maar de presentatie was af dus ik kon weer wat tijd aan molens besteden (dacht ik).

26 Februari 2011, m'n laatste dag op de Ster.
Ik had mezelf voorgenomen om een maand of twee bij de Ster mee te draaien om het zagen een beetje onder de knie te krijgen. Uiteraard ben ik daar geen vakman in geworden maar ik heb wel een goede indruk hoe e.e.a. werkt bij een zaagmolen.
's Morgens weer even uit het raam gekeken en er een aantal weersites op nageslagen om te zien wat het weer die dag zou doen:
Windrichting: ZuidWindkracht: 4 (21 km/u)
Temperatuur: 7°C
Luchtdruk: 1014 HPa
Vochtigheid: 97%
Bewolking: Stratus
Hoogte bewolking: Laag
Trekrichting bewolking: Niet te bepalen, egale grijze deken.
Neerslag: Geen
Weerkaart: warmtefront noord van ons en trekt verder weg. Vanuit het westen komt een koufront op ons af..
Buienradar: Een groot regengebied komt vanuit het westen op ons af.
Overige waarnemingen: Geen

Bij aankomst op de Ster was Piet al aanwezig. Op de bar zag ik een envelop liggen met daarop het woord "Bijlhouwersgilde".
Een gilde was een soor belangenvereniging van mensen en bedrijven in dezelfde beroepsgroep. Ze wisselden o.a. kennis uit en droegen zorg voor de kwaliteit van de producten die ze maakten. Daarbij steunden ze vaak ook nog een goed doel, ze doneerden bijv. geld aan weeshuizen of zieken.
Dat geld werd "verdient" door een bepaald percentage af te romen van de omzet van alle leden.
Het "Bijlhouwersgilde" was een belangenvereniging voor alle bedrijven en lieden die zich bezig hielden met het handelen en verwerken van hout en daar horen houtzaagmolens natuurlijk ook bij.
De meeste gilden zijn in de 18e eeuw opgeheven. Het bijlhouwersgilde is in mei 2004 weer heropgericht o.a. door molenaar Piet van de Ster.
Ik moet je zeggen dat ik niet goed heb doorgevraagd want ik weet niet wie er bij het huidige Bijlhouwersgilde zijn aangesloten en wat ze doen.

Een week geleden (ik kon er helaas niet bij zijn) was men begonnen met het zagen van de beukenstam (zie vorige aflevering van deze weblog). Daar is men na ± 50 cm mee gestopt omdat één van de zaagbladen begon te "lopen". Dat wil zeggen dat het zaagblad z'n eigen weg gaat kiezen en scheef door de stam heen gaat.
Dit kan verschillende redenen hebben:

-De spanning op de zaagbladen is niet goed (te weinig)
-Knoest of kwast. Deze zijn nogal hard waardoor het zaagblad "weggedrukt" wordt.
-De richting van de houtvezels veranderd en daar kan het zaagblad in mee gaan.
-Stuk metaal (spijker, granaatscherf)

Als een zaagblad gaat lopen dan kun je dat horen aan het geluid.
Een zaag(blad) heeft altijd een zetting. De tanden van het blad zijn daarbij om en om iets naar buiten gebogen, zie onder:

Twee soorten van "zettingen"... (http://www.verspanersforum.nl/Zagen.htm)
Stel, een zaagblad heeft een dikte van 1 mm. Normaal gesproken zou de zaagsnede dan ook 1 mm bedragen. Het nadeel is echter dat het blad dan gaat vaslopen in het hout.  Hout is flexibel en gaat na het passeren van de tanden tegen het blad aan drukken. Door de wrijving kan een blad erg heet worden. Daarom worden de tanden om en om iets verbogen naar links en rechts. Daardoor wordt de zaagsnede wat breder waardoor het blad zelf vrij loopt.
Als nu een zaagblad gaat lopen dan gaat deze zich scheef door de zaagsnede bewegen waardoor hij gaat aanlopen en erg warm kan worden. Als een stam net uit het water is gehaald dan is deze nog erg vochtig. Bij het aanlopen wordt dan door de vrijgekomen warmte stoom gevormt.
Het grote gevaar van het "lopen" is dat er door het vervormen teveel spanning op een zaagblad kan komen te staan waardoor het kan breken.
Wat ook kan gebeuren (en wat Piet ook echt heeft meegemaakt) is dat de zaag vastloopt in de stam en tijdens de opgaande slag het zaagraam de gehele stam inclusief zaagslee mee omhoog trekt.
Er zijn een aantal dingen te doen als de zaag gaat lopen:

-Spanning op het betreffende zaagblad controleren.
-Afwachten, het kan zijn dat het zaagblad weer terug komt in het juiste spoor.
-Het zaagblad extra begeleiden, a.h.w. dwingen om het juiste spoor weer op te zoeken.
-Tanden meer zetting geven.

Het zagen van planken uit een stam kan op meerdere manieren gebeuren. Hieronder zie je een afbeelding waar je kunt zien hoe planken uit een stam gezaagd kunnen worden:

Manieren om "kwartiers" te zagen... (Bron: http://www.joostdevree.nl/)
Het hout in het kernhout scheurt bij drogen het ergst, dat wordt er meestal uit gezaagd. Verder kunnen planken dan op 2 manieren uit een stam gezaagd worden:
"Kwartiers" In de afbeelding hierboven zie je hoe planken "kwartiers" uit een stam gezaagd kunnen worden. Het mag duidelijk zijn waarom dat zo genoemd wordt.
ls je naar de linker afbeelding kijkt (klik er op om te vergroten) dan zie je daar de uitdrukkingen "zuiver kwartiers"en "vals kwartiers". Neem nu de middelste plank die vals kwartiers gezaagd is. Kijk naar de lengte van de afzonderlijke gedeelten van de jaarringen. Je ziet nu dat er grote verschillen zitten in de lengte van die jaarringen. Het nadeel daarvan is dat planken die op die manier gezaagd zijn tijdens het drogen erg krom trekken en dat komt door het verschil in lengte van die jaarringen.
Let nu eens op de lengte van de jaarringen van de middelste plank die zuiver kwartiers gezaagd  is, deze hebben allemaal nagenoeg dezelfde lengte. Deze zuiver kwartiers gezaagde planken zullen veel minder werken en dus minder krom worden.
Bij kwartiers zagen wordt dus altijd geprobeerd om de lengte van de jaarringen zo kort mogelijk te houden, dat is ook te zien bij de twee andere afbeeldingen van het"kwartiers zagen.
Voordeel van deze manier van zagen is dat de kwaliteit van de planken beter is omdat ze veel minder werken (kromtrekken). Nadeel is dat het een dure manier van zagen is. Een stam moet in meerdere grote stukken gezaagd worden die allemaal weer apart opgespannen moeten worden.

"Dosse" Dan kunnen planken ook nog "dosse" gezaagd worden.

"Dosse" zagen... (Bron: www.xead.nl)
 Hierboven zie je een voorbeeld van "dosse" zagen. Hierbij zie je dat de middelste plank de beste kwaliteit heeft omdat de jaarringen daar nagenoeg allemaal even lang zijn en mooi parallel liggen. Hoe verder je naar de buitenkant van de stam gaat, hoe groter de verschillen worden tussen de lengten van de jaarringen en hoe krommer die planken worden als ze drogen. Voordeel is wel dat dit een makkelijke manier van zagen is, je hoeft een stam maar één keer op te spannen.
Om e.e.a. te completeren zie je hieronder nog een afbeelding van zaagwijzen en wat voor effect dat heeft op kromtrekken. Klik er weer even op voor een vergroting:

Zaagwijzen en hoe e.e.a. dan kromtrekt... (Bron: www.gitaarnet.nl)


Voorbeeld van een dun stammetje grenen  die bij de Ster "dosse" gezaagd is...

Het "beukenstammetje" wordt gezaagd...
Hierboven zie je hoe de beukenstam gezaagd word. De middelste zaagbladen (zie ook hieronder) zagen het kernhout er uit.


De twee buitenste zaagbladen zagen de zijkanten van de stam af. Wat overblijft zijn twee dikke plakken hout die naderhand een kwart slag gedraaid worden en ook weer opgespannen worden voor een tweede zaagronde.

Molenaar Henk houdt het allemaal in de gaten...
Terwijl de molen lekker aan het zagen is raak ik aan de praat met Elske. Elske is een gids bij de Ster en is ook bezig met haar opleiding tot molenaar. Ze heeft er al een tijdje niet zoveel aan gedaan en wilde weten of er weer cursusavonden waren. Toevallig had ik kort daarvoor een mailtje gekregen met de aankondiging van een aantal cursusavonden.

Het liep alweer tegen het eind van de middag. Omdat de wind niet zo sterk en nogal wispelturig was is het niet gelukt om de stam geheel door te krijgen. De stam was voor 3 kwart gezaagd toen we de boel stilzetten.
Henk en ik heb boven de boel afgezeild en opgeruimd.
Toen we weer beneden waren was er een dame uit de buurt binnengelopen die nog een oude prent dan van de Leidsche Rijn met daarop de twee molens (waarvan één de Ster is) die daar ooit hebben gestaan. Ze bood Piet de prent aan.
Piet is gek op geschiedenis dus dat was een welkome gift. De prent was redelijk gedetailleerd en liet goed zien hoe de molen er vroeger uit zag.
Ik had 's avonds nog en afspraak dus ik moest er snel vandoor. Ik bedankte molenaars Piet en Henk voor hun gastvrijheid en wijze lessen en hobbelde op m'n fietsie westwaarts naar de Meern   


Ik kreeg diezelfde avond nog een mailtje van Piet, hij had nog wat info opgezocht over het "bijlhouwersgilde" van destijds:

Ik moest vandaag het antwoord op de vraag naar het 'afromingspercentage' bij de verkoop van hout in Utrecht schuldig blijven.
In het Utrecht Archief bevindt zich het Bijlhouwersgilde boek. Daaruit hebben we een aantal jaren geleden stukjes uit getranscribeerd.
O. m. het volgende. Het 'afromingspercentage' komt in maart 1662 uit op 2,5 %.


Utrechts Archief 708-1 nr 79-bis


Woensdag den 26ste marty 1662


De vroedschap gehoord het advies van hare gecommiteerden heeft op ’t  versoek van ’t bijlhouwers gilt verstaan dat voortaan alle venduen oft omleggen van hout hier van buyten wordende gebracht sullen geschieden in ’t gildenhuys mits gevende de halve stuyver op de gulden als nu ten behoeve van ’t voorzeijts gildenhuys, en sal van nu voortaan bij ieder nieuw gildebroeder in plaetse van vier gulden tien stuyvers tot intree gegeven worden ses gulden voor de sieke bussen


Accordeert in kennis van mij
J. Ouint

In de volgende aflevering behandel ik het meedraaien op de Kilsdonkse molen.
Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer.
Groet,

Marcel

woensdag 9 maart 2011

Meedraaien op de Ster, deel 5

Lieve mensen,

Zoals ik al zei probeer ik wat achterstand in te lopen en vandaar al snel weer een nieuwe aflevering.
Afgelopen week kreeg ik een mailtje van een molenaar over hetgeen ik in m'n vorige weblog geschreven heb over het stroppen van gescheurde bovenassen. Bij deze een citaat uit die mail:

Wat het stroppen van de as betreft was het voorbeeld dat ik je stuurde niet de 'gebruikelijke' manier van stroppen, zoals je zegt. De gebruikelijke manier is nog steeds, voor ijzeren assen met scheuren ofzo, zoals voor de houten as is afgebeeld; dit (een van de molens van Gorcum) geval was uitzonderlijk. Het was gedaan ter gelegenheid van het aanbrengen van Bussel stroomlijnneuzen, ergens in de oorlog; hij was dus niet gescheurd, maar omdat gevreesd werd voor grotere krachten bij die stroomlijning werden uit voorzorg deze rare stroppen aangebracht. (molenaar) wil zeker niet gezegd hebben dat de getoonde stroppen voor die as 'gebruikelijk' zouden zijn. Mogelijk is het wel nergens anders zo gedaan.
Overigens is deze molen nog sinds de oorlog in min of meer gebruik geweest en die as heeft het dus gehouden, maar ik denk niet omdat die rare stroppen er zaten.

Hieronder de nogmaals foto's waar het om gaat:




Dan is dat bij deze rechtgezet.

Kort daarna kreeg ik een mailtje van een andere molenaar. Hij had m'n stukje gelezen over het vervangen van zeilen. Van hem kreeg ik een instructie waarin beschreven staat hoe je het makkelijkst en veilig zeilen kunt vervangen.
Dank aan beide molenaars voor hun reactie.

We waren gebleven bij 29 januari.
Op de avond van die 29e januari zou een gezelschap van een oldtimer (auto's) vereniging een etentje hebben in het winkeltje van Molen de Valk. Na het etentje zou er dan een rondleiding plaatsvinden in de molen, om 21:30.
Een paar weken daarvoor had de voorzitter van de stichting een mailtje rond gestuurd met de vraag of er molenaars waren die die avond een rondleiding konden verzorgen voor het gezelschap.
Het was op een zaterdagavond en dan hebben de meeste mensen wel wat te doen. Ik had die avond niks in m'n agenda staan dus ik wilde wel wat verzorgen.
Vlak voordat ik naar Montfoort reed belde molenaar Paul me op. Hij had de molen al op de wind gezet, ik hoefde 'm alleen maar op te zeilen.

De Valk bij nacht... (januari 2010)
Nog geen 5 minuten daarna belde molenaar Piet me. Hij dacht dat het wel eens nodig kon zijn om bij te springen want het ging om een club van meer dan 30 mensen. Als het nodig was dan mocht ik 'm bellen.
Aangekomen bij de molen was het gezelschap net klaar met het nagerecht. Ik stelde mezelf voor en vroeg wie er allemaal mee naar boven wilden. Op 2 na gingen alle vingers omhoog, 30 mensen, dat wordt nog een klus want de molen staat helemaal vol en je kunt maar met een mens of 6-7 tegelijk naar boven.
Toch Piet maar even gebeld.
Buiten het feit dat ik de hulp wel kan gebruiken weet Piet ook veel meer van de geschiedenis van de molen en weet hij ook meer leuke anecdotes te vertellen.
In afwachting van Piet zeilde ik de molen op. Ik had de buitenverlichting aangestoken zodat er ook wat te zien was. 's Middags stond er bijna geen wind maar nu stond er toch een stijve bries. Om het mezelf niet al te moeilijk te maken legde ik twee volle zeilen voor op de binnenroede.

De Valk met z'n kersttooi... (december 2009)
Het vroor behoorlijk en de stelling begon ook goed glad te worden. Zometeen oppassen met de bezoekers.
Toen de boel draaide liep ik naar beneden toen Piet net binnenkwam.
Piet sprak het gezelschap toe en begon wat te vertellen over de geschiedenis van de Valk. En over leuke anecdotes gesproken: ik heb er die avond weer één bij geleerd.
De Valk is bewoond geweest dus op elke zolder was een woonruimte, behalve in de kapzolder. De koningsspil zat er ook nog in maar was halverwege afgezaagd zodat er meer ruimte in de diverse kamers ontstond. In de kapzolder was alles nog compleet, boven-as, bovenwiel en een bovenbonkelaar. Ook het gevlucht was nog compleet.
De molen had jaren niet gedraaid maar er ontstonden plannen om de molen weer gangbaar te maken. De toenmalige bewoner wilde een kijken of de molen nog werkte en samen met een molenaar hebben ze geprobeerd de molen weer aan de gang te krijgen. Toen er een goede wind was heeft men de kapzolder gecontroleerd en daar bleek alles OK te zijn. Beneden lichtte men toen de vang en verrek! De molen begon te draaien! Dat draaien ging echter gepaard met een hoop gekraak en andere herrie! Zoals ik zei was de koningsspil halverwege afgezaagd om ruimte te sparen in wat kamers. Maar op de zolder onder de kapzolder stak de spil nog door. Daar zijn indertijd allemaal kasten tegenaan getimmerd om bergruimte te creëren. Doordat de koningsspil nu ging draaien draaiden al die kasten helemaal kapot! Foutje, bedankt...
Het is uiteindelijk allemaal weer goed gekomen want zoals jullie hebben kunnen lezen is de Valk weer volledig maalvaardig en wordt er door de vrijwilligers hard gewerkt om er een complete meelfabriek van te maken.
Terug naar de rondleiding. Piet en ik leidden twee groepen rond waar we een klein uurtje mee bezig waren.
Ik heb er toch weer een leuke anecdote aan over gehouden.

De week daarop kregen we een bloemetje thuisgestuurd. Het bankfiliaal wat een schenking van 10.000 euro had gedaan had beloofd om alle vrijwilligers via een bloemetje te bedanken voor hun inzet. Toch weer een leuke opsteker.
Donderdagavond 3 februari hebben we weer geklust bij de Valk. Bij de buil moesten nog wat kleine kinderziektes verholpen worden. Verder zijn Paul en Aart bezig geweest met het maken van meelpijpen. Door deze meelpijpen wordt van alles en nog wat getransporteerd: meel, bloem, zemelen, graan enz. Piet en ik zijn met de waaierij bezig geweest. De waaierij is eigenlijk Hein z'n zorgenkind.

Hein en Piet bezig met de schuddebak van de waaierij... (begin 2010)
Hij heeft dat ding voor het grootste gedeelte helemaal zelf uit elkaar gehaald, onderdelen gerepareerd en vervangen en daarna voor een groot gedeelte weer opgebouwd. Hein tobt de laatste tijd jammer genoeg met z'n gezondheid en daarom proberen we het zo mooi mogelijk af te maken.
Een waaierij heb je nodig als je graan pelt. En aangezien de Valk ook een pelmolen is...
Met de pelsteen sla je de pellen van bijv. spelt of boekweit af. Na het pellen moeten de pellen verwijderd worden. Ofwel: het kaf van het koren gescheiden worden (letterlijk). Dat doe je met een waaierij.
Het gepelde graan gooi je in een kaar (graanbak). Vanuit de kaar valt het graan door een lange smalle spleet. Achter die smalle spleet draait een waaier, een soort ventilator.

De opengewerkte waaierij. De schoepen van de ventilator zijn duidelijk te zien...
Aangezien de pellen een stuk lichter zijn dan de graankorrels worden de pellen tussen de korrels uit geblazen en de korrels vallen in een opvangbak.
Voorheen gebeurde dat met een waaierij die met de hand aangedreven werd. Werkte goed maar was erg vermoeiend. En wie mocht er aan de slinger draaien? Juist, de leerling...
De waaierij die op dit moment opgeknapt wordt kan door een riem (dus door de molen) aangedreven worden.
De buil werkt nu dus het volgende project is de waaierij. 


OP vrijdagavond 4 februari was er een cursusavond voor (leerling) molenaars. Deze avonden worden gehouden bij een aannemersbedrijf in Soest, zij stellen daarvoor een ruimte ter beschikking.
Het onderwerp van die avond was "Vierkante Molens" en dat zijn de standerd-, de wip- en de paltrokmolens. Ook weidemolentjes en spinnekoppen zijn vierkant maar die werden die avond niet behandeld.
De "les"werd gegeven door Maarten, de molenaar van de Westveense molen.
Deze avonden hebben ook een sociaal karakter en worden als zodanig ook "misbruikt" om wat bij te kletsen. Daardoor begon de avond ook ruim een kwartier te laat. Ik zat een beetje op hete kolen omdat ik om 22:30 nog plaatjes moest draaien op een feestje.
A.d.h. van foto's legde Maarten uit hoe de diverse molens waren opgebouwd. Heel wat benamingen van balken passeerden de revue. Voor leerlingen erg belangrijk want over de standerd en de wip schijn je bij examens behoorlijk "doorgezaagd" te worden omdat dit de Nederlandse "oer"windmolens zijn, daar is het allemaal mee begonnen.
Er ontstonden ook leuke discussies over het dragen van onder- en bovenzetel. Leuk en leerzaam.
Om 22:00 was de avond nog in volle gang maar ik moest helaas weg voor m'n feestje.


Donderdag 10 februari weer geklust bij de valk. Ik ben verder gegaan met het afdichten van de luiken met schuimtape. Daarna heb ik Piet geholpen met het aanpassen van de schuddebak van de waaierij. Aangezien Piet instructeur is en molenaar op een wipmolen heb ik 'm nog eens gevraagd hoe het zat met het dragen van het bovenhuis bij een wip. Bij de les van afgelopen vrijdagavond leek het alsof het volledige gewicht van het bovenhuis en de koker op één horizontaal liggende balk rustte, de "draagbalk".
1/3 Van het gewicht van het bovenhuis rust op de onderzetel welke gedragen wordt door de 4 hoekstijlen. 2/3 Van het gewicht rust op de bovenzetel. De bovenzetel rust op de koker, welke weer op de schaarstijlen rust en de schaarstijlen rusten dan uiteindelijk op de draagbalk.

Doorsnede van een wipmolen. In het midden de verticale koker die (ook) rust op de kokerbalken...
Daarbij lijkt het alsof het het volledige gewicht van bovenhuis en koker op de horizontale draagbalk rust.
Piet wist te vertellen dat ook de kokerbalken een zeer groot gedeelte van de koker (en dus het bovenhuis) dragen. De kokerbalken worden weer ondersteund door de ondermantelbalk en de ondermantelstijlen. De ondermantelstijlen staan dan weer op de muurplaat, een dikke rechthoekige balk die op de veldmuur ligt.

Een gedeelte van het "schaargebint"van een wipmolen. Onder op de voorgrond is het waterwiel te zien. Daarboven 2 x 2 balken die kruislings in elkaar gewerkt zijn, dit zijn de kokerbalken. Daar bovenop staat de koker (donkere houtskleur). In het vierkante gat wat de kokerbalken vormen zien we nog net de koningsspil en een heel klein stukje onderbonkelaar... (bron: Wikipedia)
V.w.b. de draagbalk, deze ligt op een muur dus die wordt nooit op buiging belast. Deze muur vormt één helft van de waterbak, dat is de ruimte waarin het waterwiel ronddraait. Het waterwiel zit op de water-as waar ook het scheprad op gemonteerd is.
Sorry, weer even een technisch verhaaltje.


Zaterdag 12 februari
Ik ben wat later naar de Ster gegaan omdat ik 's morgens nog wat klussers op gang te helpen. Ik zat in de organisatie van een discofeest en daarvoor hadden we de zaterdag daarvoor wat geklust. We hebben met wat mensen een aanral lichtpanelen in elkaar geknutseld. Die klus was helaas niet afgekomen dus heb ik de klussers 's morgens wat op gang geholpen.
Het was 's morgens verschrikkelijk pisweer om het maar eens op z'n plat Hollands te zeggen. Gelukkig was het droog toen ik op m'n motor naar de Ster reed.
Het weer voor die dag:


Windrichting: Oost-Zuidoost
Windkracht: 4 (21 km/u)
Temperatuur: 3°C
Luchtdruk: 1013 HPa
Vochtigheid: 97%
Bewolking: Stratus
Hoogte bewolking: Laag
Trekrichting bewolking: Niet te bepalen, egale grijze deken.
Neerslag: lichte regen
Weerkaart: Twee occlusies kort achter elkaar vanuit noorden over ons heen, warmtefront vanuit het zuiden.
Buienradar: buien trekken van ZW naar NO over NL.
Overige waarnemingen: Geen

Al die fronten zo kort op elkaar, dat beloofde weinig goeds...
Zoals gezegd kwam ik wat later bij de molen. Piet was nog beneden, Henk was boven bezig met nog een leerling. Ik ben helaas z'n naam vergeten maar voor het gemak noem ik 'm Wim.
Het had de week daarvoor erg hard gewaaid (ik baalde er dan ook van dat ik er toen niet bij kon zijn). Ze hebben toen wat geëxperimenteerd om de molen toch te laten zagen. Ze hebben het zeil om de fok heen geslagen en aan de achterkant aan het hekwerk vastgezet om de stroomlijn te verstoren, op die manier zou het gevlucht wat minder hard lopen. Piet wist te vertellen dat dat goed gelukt was. Ook hebben ze de molen ± 30° onder de wind gezet en ook dat ging goed. Door deze maatregelen te nemen is het mogelijk om bij harde wind (kracht 6-7) toch te zagen.
Zoals gezegd was Henk al boven met Wim. Door de schuur liep ik ook naar boven. Het rook weer behoorlijk naar bier want de vrienden van het Biercollectief waren alweer driftig aan het brouwen.
Henk was Wim een aantal zaken over de zaagmolen aan het uitleggen en vroeg me of ik alvast de molen op de wind wilde zetten. Op de kapzolder alvast de lekenpen er uit getrokken. De "lekenpen" is een pen die voorkomt dat "leken" (lees "vandalen") de vang kunnen lichten.
Op de stelling de roeketting en bliksemkabel gelost en de kap op de wind gekruid. Ik besloot even te wachten met opzeilen zodat Wim en ik dat samen konden doen.
Nadat we samen de boel hadden opgezeild onder de deskundige leiding van Henk was het tijd voor een bak koffie. In mijn geval zou dat dan thee zijn.
Beneden in de bar heeft Piet me weer e.e.a. uitgelegd over het deterineren van hout m.b.v. een loep en/of een microscoop. Als je hout haaks op de groeirichting doorzaagt en de zaagvlakken heel fijn schuurt dan kun je met een loep haarvaten zien lopen:


Structuur van hout onder een microscoop... (bron: http://delta-intkey.com/wood/de/www/rutflisp.htm)
Elke houtsoort heeft een eigen manier van het ordenen van deze vaten en daar is het hout aan te herkennen. Piet heeft daarvoor een boekje waar al die structuren in staan. Daarmee kan hij vergelijken en zodoende bepalen om welke houtsoort het gaat. Hij heeft ook laten zien dat er verschillende houtsoorten in een boomstam zitten die ook van kleur kunnen verschillen:

De doorsnede van een boomstam met daarin de verschillende houtsoorten... (bron: pijlenboog.be)
Daarna was het tijd om eens wat te gaan doen. Het zagen voor opdrachten was klaar dus mochten we weer wat "voor onszelf" gaan zagen.
Er lagen nog behoorlijk dikke stammen in de Leidsche Rijn en Piet zou wel even een mooie uitkiezen.
Normaal gesproken duikt Piet in een waadbroek en plonst de Rijn in om een stam op de sleephelling te krijgen. Vandaag vroeg ik hem of ik dat eens mocht doen. Daar had Piet totaal geen bezwaar tegen omdat het niet zo'n heel fijne klus is. Je moet vaak met je armen vrij diep de bagger in om een boom op de sleephelling te krijgen.
De sleephelling is een houten helling waarover de stammen vanuit het water de schuur in gesleept kunnen worden.
Piet wist nog wel te melden dat de waadbroek lekte maar dat hij hem wel gerepareerd had. Daar was ik natuurlijk erg blij mee.
De stammen die in de Rijn liggen uit te wateren zijn met een kram verankerd aan een ketting zodat ze niet weg kunnen drijven.
Met m'n waadbroek aan hobbelde ik de Rijn in om de kram er met een tang uit te friemelen. Daarna heb ik een grote klem om de stam heen geslagen. Aan die klem zitten twee grote scherpe punten die aangrijpen in het hout. Aan de klem zit verder een oog die we dan kunnen bevestigen aan de kabel van het electrisch sleepwerk.
Het sleepwerk is een soort takel die de boomstammen vanuit het water de zaagschuur in trekt. Deze wordt normaal gesproken door de wind aangedreven, bij de Ster werkt deze electrisch.
V.w.b. de sleephelling zit er bij de Ster een addertje onder het gras: normaal gesproken ligt een stam net op de sleephelling. Je hoeft dan alleen maar het sleepwerk aan de stam te koppelen en je sleept de stam zo de schuur in.
Bij de Ster is de sleephelling net te kort en de stammen liggen daardoor niet op de helling maar op de bodem van de Rijn. Je moet de stam dus iets oplichten (10 a 15 cm) en op de helling leggen voordat je kunt slepen.
Het is gebruikelijk om met het sleepwerk de stam met "grof geweld"de helling op te trekken.


Emmeren... (Foto: Rebke Klokke http://www.arebkeoriginal.com/)
Echter, Piet had een behoorlijk zware stam uitgekozen waarbij dat grove geweld niet zou werken, de sleephelling kon dan beschadigen. De stam moest dus iets gelicht en op de helling gelegd worden. De schatting was echter dat dit "stammetje" wel 1500 kg zou wegen en dat til je niet zomaar op.
Met vereende krachten en een hoop gereedschap zijn we aan het emmeren geweest om dat ding iets omhoog te krijgen.
Nog meer emmeren... (Foto: Rebke Klokke http://www.arebkeoriginal.com/) 
Zoals jullie weten fotografeer ik veel en zeker dit zou ik wel op de gevoelige plaat willen zetten. Ware het niet dat ik zelf nogal druk aan het klooien was met die stam. Gelukkig woont er op het molenerf een fotografe die ook de site van de ster beheert. Toevallig was ze met haar camera in de buurt en schoot wat plaatjes. Sta ik er zelf ook eens op... Ook Joost was inmiddels aanwezig om ons te helpen.
Met balken, wiggen, blokken hout en wat al niet meer kregen we de stam net een stukje op de helling. Ook "Opa" heeft goed geholpen. Opa?
Bij de Ster hebben ze een zware koevoet die ze liefkozend "Opa" noemen. Tot op heden heb ik nog geen idee waarom, dat zal wel een goed bewaard geheim zijn.
Met een aantal mensen hielden we de stam omhoog en met een kettingtakel werd de stam op de helling getrokken.
Nadat we een half uur hebben lopen moeken lag de stam dan eindelijk op de helling. En dan laat een trotse MIO natuurlijk een stoere foto van zichzelf maken:

Stoer, hoor...(Foto: Rebke Klokke http://www.arebkeoriginal.com/)
Met het sleepwerk wilden we de stam verder naar binnen slepen. Helaas bleek dat te zwak dus het werd handwerk.
Aan de klem, die nog steeds in de stam verankerd zat, werd een kabel bevestigd. In de schuur werd een speciale takel, een Tirfor, verankerd. Met deze Tirfor zou de stam dan naar binnen gesleept worden.

Tirfor...
Principe van een Tirfor: De haak aan de linkerkant wordt verankerd. Aan de rechterkant zit een klein dopje, hier wordt de kabel ingestoken en doorgevoerd totdat deze er aan de linkerkant, bij de haak, weer uit komt. Dan wordt er een pal omgezet waardoor de kabel vast zit in het apparaat. dan wordt er een lange pijp op een hefboom gezet (power stroke lever). Door nu de pijp heen en weer te bewegen wordt de kabel naar links (en dus ook de last die er aan hangt) getrokken.
Piet begon met trekken en toen de stam half op de helling lag nam ik het over. Tijdens het trekken werden er stalen pijpen onder de stam gewerkt zodat de stam over deze pijpen kon rollen, dat scheelde een hoop kracht.
Joost en Piet hebben net een stalen pijp onder de stam weten te krijgen... (Foto: Rebke Klokke http://www.arebkeoriginal.com/)
Terwijl ik lekker bezig was (het zweet stond op m'n voorhoofd, leuke hobby!) kwam één van de muzikanten van de Baviaen van Schurhoff de schuur binnen lopen. Hij zag me met die Tirfor aan de gang en dat bracht 'm op een idee. Hij rende terug de bar in en haalde de rest van het gezelschap op. Voor ik het in de gaten had zaten 2 accordeonisten en een violist op de zaagslee hun muziek te spelen op de maat van de heen-en-weer kadans die ik maakte om die stam binnen te slepen. Dat zijn pas arbeidsvitaminen!
Dat ging een paar minuten goed en het was beregezellig in de schuur. Totdat de "Boeven" van Schurhoff steeds sneller begonnen te spelen! Ik kon een tijdje met ze mee (stoere vent als ik ben :-) maar ik moest het uiteindelijk toch opgeven. Toch had hun oppepper goed geholpen want de stam lag bijna tot aan de deur.

De stam geheel op de helling... (Foto: Rebke Klokke http://www.arebkeoriginal.com/)

De stam net geschild...

De stam verder de schuur in trekken met de Tirfor...
Voordat de stam de schuur in getrokken werd moest deze nog geschild worden. Wim kreeg de eer om dat een keertje te doen. De stam had al zo lang in het water gelegen dat de bast er bijna vanzelf afviel.
Toen de stam kaal was hebben Piet en Wim het ding de schuur in getrokken.
Dat was even buffelen! Tijd voor een bakkie.
Piet heeft de stam met een rolmaat opgemeten en via wat tabellen raamde hij het gewicht op zo'n slordige 1300 kg. Toch geen kattepis!
Na de koffie hebben we geprobeerd om de stam op de slee te krijgen. Er is een speciaal kraantje aanwezig om boomstammen op de slee te leggen maar Piet wist uit ervaring dat die voor deze stam te licht was.
Dat werd dus handwerk en ook dat was een behoorlijke bevalling.
De stam werd nagenoeg tegen de slee aan gerold.

De stam naar de slee rollen...
Met dommekrachten werd hij steeds een beetje opgelicht waarna er dikke balken onder geschoven werden. Dat werd een paar keer herhaald totdat de stam op gelijke hoogte met de slee lag en er zo opgerold kon worden.
En eindelijk ligt-ie dan waar-ie wezen moet: Op de zaagslee!
Je wilt het niet geloven maar hier zijn we een hele middag mee bezig geweest. Het liep al tegen 4-en. De molen stond stil omdat de wind was gaan liggen. Henk, Wim en ik hebben de molen afgezeild en weggezet.
Beneden heeft Piet me nog wat uitgelegd over het determineren van hout. Hij had een stuk uit de stam gezaagd en dat met een loep bekeken. Het bleek dat het om en stam beukenhout ging.
Nadat dat bekend was hebben we met z'n allen nog wat gedronken. En dat was nodig ook want na al die fysieke arbeid konden we niet meer tuffen!
Zo tegen 5-en stapte ik op m'n eigen molentje en reed ik met een voldaan gevoel weer naar huis.
Wederom een enerverend dagje!