zaterdag 2 juli 2011

Meedraaien op de Kilsdonkse, deel 3

Lieve mensen,

Ik loop verschrikkelijk achter met m'n weblog. Bij deze nog wat zaken die in maart zijn gebeurd. Veel leesplezier!

10 maart: reactie van molenaar Piet (de Ster) op m'n weblog (Meedraaien op de Ster, deel 4):
Met zo'n blog is een maalboek volstrekt overbodig.
Een enkele opmerking.
Je schrijft over het voorleggen van zeilen. Dat is - gewone- mensentaal. De examencommissie wilt graag horen: voordragen van zeilen. En daar begrijpen -gewone- mensen dan weer niets van.
In het plaatje van een stuk stam met de diverse benamingen is het cambrium het levende deel van de stam. De rest is 'dood' hout met het kernhout als soort van skelet.
En dan 'opa'. Het is een stootijzer en wordt vooral door stratenmakers gebruikt. Wij vinden het een geweldig stuk gereedschap. Wat je er ook mee doet het is onverwoestbaar en niet kapot te krijgen.
Om reden die ik zelf alweer ben vergeten kreeg het stootijzer ooit de bijnaam opa's wandelstok. In de loop der tijd is dat 'opa' geworden.
Groet ende groet,

Piet

10 maart weer geklust bij de Valk.
Het woei behoorlijk toen ik er met de motor naar toe reed. Bij aankomst bleek de molen niet te draaien. Paul kennende had ik dat wel verwacht.
Aanwezig waren Paul, Aart, Piet, Gerben en ik. Gerben is een vrijwilliger die normaal gesproken in het winkeltje staat. Sinds enige weken klust hij ook mee.
Tijdens de koffie vooraf kregen we een update over de gezondheid van Hein. Hij was een tijdje geleden geopereerd maar het ging nog niet zo goed met 'm. Er waren tijdens en na de operatie veel complicaties en hij zal waarschijnlijk nog lang in het ziekenhuis moeten blijven.
(het is nu Juni en het gaat nu redelijk met Hein, hij is voorzichtig weer wat aan het klussen in de molen.)
Paul verteld dat ik meegedraaid had op de Kilsdonkse. Hij heeft de restauratieplannen voor deze molen geschreven en directie gevoerd. Hij vertelde dat hij bezig was met een artikeltje over deze molen. Of ik het even door wilde kijken. Tuurlijk, altijd interessant. Dat artikeltje bleken twee volledige hoofdstukken te zijn voor een boek wat over die molen gaat.
Daarna klusssen maar eerst molen opgestart samen met Paul. Molen stond 180° verkeerd. Paul liet zien wat er gebeurd als de pal en de kneppel niet aangebracht zijn. Roeketting los, bliksemkabel los, pal er uit en kneppel gelost. Molen begon achteruit te draaien terwijl de vang er nog op lag. De molen was te stoppen door het kneppeltouw  hard aan te trekken. Paul vertelde wat te doen als dat niet lukt. Niet in paniek raken en molen gewoon uit de wind kruien. Nooit de pal er in trekken want dan breken alle kammen af.
Ik heb het kneppeltouw aangetrokken en molen stopte. We hebben daarna de boel vastgezet en de kap 180° gedraaid en 'm met z'n kop in de wind gezet. Weer een wijze les.
Op de luizolder gekeken hoe het was met de buil en de waaierij.
Samen met Aart wat luiken in een meelpijp gemaakt. Deze luiken zijn nodig zodat de meelpijpen goed schoongemaakt kunnen worden. De Valk maalt consumptiemeel en dan moet je voldoen aan de HACCP regels.
Paul heft latten geschaafd en Piet heeft aan de waaierij gewerkt. Gerben was bezig met het schilderen van de ijzeren delen van de buil.
Hieronder wat foto's:
Een meelpijp met deksel wat Aart en ik gefabriekt hebben...

Piet heeft de waaierij bijna in elkaar...

Gerben verft het "gaande werk" van de buil mooi "molenblauw"..
Hierboven zie je een electromotor bij de buil staan, deze motor drijft de buil aan. Nu is een electromotor een doodzonde in de ogen van de meeste molenaars. Dit is ook een tijdelijke oplossing. De windaandrijving is inmiddels getekend en moet alleen nog gemaakt en aangebracht worden.
In het verleden is er met de hand gebuild: een schep vers gemalen meel op een zeef en dat er met een borstel doorheen vegen. Menig uurtje hebben we dat op de zaterdagen gedaan totdat de blaren ons op de handen stonden. En dan was je een uurtje bezig en dan had je nog maar 1,5 kg. Erg frustrerend.
Je zult begrijpen dat we erg blij waren met het gereed komen van de buil.
Paul was sluitlatten aan het schaven...

Ook is er nog gewerkt aan de zakkenbank...
Hierboven zien we een zakkenbank. Tussen de poten van de bank zien we een soort korte ronde pijpen zitten. Hier kunnen zakken op aangesloten worden. Aan de bovenkant worden diverse meelpijpen aangesloten. Vanaf diverse plaatsen kunnen zo zakken gevuld worden met, meel, bloem, griezen enz.

12 maart voor de 2e keer meegedraaid op de Kilsdonkse. 's Morgens behoorlijk fris op de motor. Thuis was het grijs maar hoe verder naar het zuiden hoe beter het werd, langzaam kwam het zonnetje er door.
Het weer van die dag:


Windrichting: Zuid-West
Windkracht: 2 (8 km/u, 4 knopen)
Temperatuur: 5°C
Luchtdruk: 1010 HPa
Vochtigheid: 89%
Bewolking: Stratus
Hoogte bewolking: Laag
Trekrichting bewolking: Niet te bepalen, egale grijze deken.
Neerslag: geen
Weerkaart: De rode bolletjes die dwars over Nederland lopen is een zwak warmtefront die op de grond geen effect meer heeft. Dit front trekt verder naar het noorden. Verder geen fronten in de buurt dus het blijft voorlopig rustig weer.
Overige waarnemingen: Geen

Bij molen kennis gemaakt met molenaars Robert en Mariepauline. Later kwamen ook Adri Marcel V., Jan, Ad en John nog langs. Omdat het al zo'n tijd geleden is laat m'n geheugen me in de steek. Vandaar dat jullie hieronder het verslag van die dag kunnen lezen geschreven door (toen nog) leerling molenaar Mariepauline:

Beste allemaal
Gisteren kwam ik om 9 uur op de molen. Robert was er al, met een nieuw stuk riem voor aan de loshei van de voorslag in de oliemolen. Even later kwam leerling Marcel van Hees, die een tijdje met ons meedraait. Weer even later kwam Adri, de leerling van Robert (en tevens de eigenaar van zijn nieuwe molen in Maasbommel). Weer wat later kwam onze eigen Marcel, Jan en Ad. We hebben de windmolen opgezeild (4 volle), en de wind doogekoppeld naar de oliemolen. John kwam toen ook. Toen hadden we zo'n grote maalploeg, en aangezien we afgelopen dinsdag al genoeg graan hadden gemalen (de spelt is opgehaald en er zijn 8 nieuwe zakken geleverd), zijn we zowel op de voor- als op de naslag olie gaan slaan.
Eerst puur op windkracht (wat is dat toch geweldig!), later mocht het water weer een beetje helpen: we hadden een lekker tempo, en dat wilden we wel zo houden!
Het lijkt wel werk!
We hadden een gesmeerde ploeg: de kollergang was bemand, de stamperpotten, voor- en naslag natuurlijk, en er werd ook steeds voor een nieuwe lading schone noten gezorgd. We hebben gewerkt alsof we dat iedere dag samen doen!
Het was prachtig om te zien dat er zoveel heien en stampers tegelijk heiden en stampten. Een oorverdovend lawaai, maar zo moet dat vroeger dus geweest zijn!
Natuurlijk hadden we aan het einde van de dag een olierecord: 1,5 liter naslagolie (in de jerrycan gedaan waar de oliedrab zat) en 8,2 liter voorslag-goud!
Er waren ook bezoekers
In Empiro (winkeltje bij de molen red.) was de walnotenolie uitverkocht, en Robert heeft nieuwe samples meegenomen om te laten testen.
Er waren de hele dag door bezoekers, kleine groepjes mensen, heel gezellig.
Marcel van Hees heeft foto's en filmpjes gemaakt, en hij heeft plechtig beloofd die op zijn 'blog' te plaatsen.
Net als afgelopen dinsdag was Co Potters ook nog langsgekomen. Hij had voor Robert kopieen gemaakt uit het boek over het molenaarsgeslacht Coppens, molenaars die ook in Maasbommel hebben gemalen. En voor mij kopieen uit het Limburgs Molenboek, van de molens die in het bezit zijn geweest van mijn voorvaderen, de Limburgse papiermolenaars. Co: heel erg bedankt!
Nog meer voordelen van een grote ploeg!
Ook het schoonmaken, afzeilen en opruimen is met zo'n grote ploeg (alhoewel Adri en Marcel Voorneman niet zijn gebleven om dat mee te maken) trouwens ook een makkie.
Technische dingen
De leren riem van de loshei van de voorslag is weer gerepareerd. Bij de stamperpotten van de naslag zijn er een paar die aanlopen, of zelfs helemaal niet meer in beweging komen. Gijs is langsgeweest, en Robert heeft hem al hierop gewezen.
Verder schijnt er iets te zijn met de koppeling in de hel tussen wind en water. Wat dat precies is weet ik niet, misschien dat iemand dat aan kan vullen...
Het was echt een geweldige dag.
Zeg, ik ga dit wel HEEL erg missen hoor...

Mariepauline

Mariepauline is inmiddels geslaagd en draait op  (toren)molen de Zwaan in Lienden.

13 maart in de boeken gedoken om het weer te leren. Ik wil vaak wat meer achtergrondinfo hebben dus ook het internet geraadpleegd. Daar komen vaak leuke sites voor de dag (zweefvliegen, satelietbeelden) als je een trefwoord ingeeft. Zo ben ik een meteorologie-opleiding voor zweefvliegers tegen gekomen. Ook hadden we de eerste weerles weer gehad. Daarbij werden ook satellietbeelden getoond. David de weerman kon aan die beelden al heel wat voorspellen. Ik was erg benieuwd of er op het internet ook een site was die uitlegt wat er allemaal op zo'n foto te zien is. Dus weer even gezocht en wat blijkt? Er is inderdaad een site die e.e.a goed uitlegt, klik hier.
Leuk en interessant om allemaal te lezen maar het leren zelf schiet natuurlijk niet op.


15 maart overhoring weer. Het was me niet gelukt om alles van het weer te leren (zie hierboven). Ingrid en ik hebben summier een depressie doorgenomen. Ze liet me nog een boekje zien over wolken. Het beschrijft de soorten wolken en hoe ze ontstaan. Leek me leuk en heb ik meteen besteld.
Van Ingrid begreep ik dat er weer een weercursus begonnen was. Helaas is het mailtje met de aankondiging niet bij mij aangekomen dus had ik de eerste les gemist. Geen probleem, ik had de cursus afgelopen jaar al eens gedaan, aankomende vrijdag (18 maart) pak ik de draad wel weer op.

16 Maart naar Hein (de Valk) geweest in het ziekenhuis. Ik heb begrepen dat het erg slecht is geweest maar gelukkig was Hein nu goed aanspreekbaar. Ik had bij de Kilsdonkse een kruikje bier voor 'm gekocht. Ook Piet kwam even langs en als Hein en Piet bij elkaar zijn dan wordt het altijd gezellig. Uiteraard is er weer veel over molens gekletst. Van Piet kreeg Hein een mooi boekje over pelmolens.

17 Maart weer geklust op de valk. Aart en ik hebben weer wat luikjes in meelpijpen gemaakt. Omdat het de bedoeling is dat de molen omgetoverd wordt tot meelfabriek komt deze vol te hangen met meelpijpen. De hele molen staat vol met apparatuur en daar moeten al die meelpijpen omheen "gefabriekt"worden. Daarom zitten er soms in meelpijpen de meest vreemde bochten. Om dat in hout te maken vergt dat flink wat meet en paswerk. En aangezien we allemaal maar hobby-isten zijn gat het soms wat langzaam. Ach, zolang het gezellig is...
Een "bocht" in een meelpijp...
Bovenstaande meelpijp komt vanaf de buil die op de luizolder staat. Vanaf daar gaat deze door de vloer naar de staanzolder en gaat dan langs één van de 8-kantstijlen naar de maalzolder waar hij uit komt in de zakkenbank (zie ook eerder in dit bericht).
De meelpijp aangesloten op de zakkenbank...
De pijpen zijn demontabel opgehangen, ze zijn dus te demonteren zodat e.e.a. goed schoon gemaakt kan worden.
Na het klussen was er dan de gebruikelijke borrel. Piet had een oud boekje bij 'm. Het was een molengids uit de jaren 50 die alle Utrechtse molens beschreef.
In dit boekje zat ook een kaart waar alle (verdwenen) Utrechtse molens op ingetekend waren:


Utrechtse molens in de jaren 50...
Erg leuk en interessant om eens door te kijken.

18 maart was de 2e cursusavond over het weer. Nog een korte herhaling gehad van de vorige les over weerkaarten en fronten. Geleerd hoe wind ontstaat. Hoge- en lagedrukgebieden, zeewind, dagelijkse gang enz.
Via afbeeldingen van weerkaarten in een Powerpointpresentatie leert meteoroloog David ons e.e.a. over de wind.
Weercursus... (David Henneveld)
Wil je er meer over weten? Zie dan de volgende linkjes:
Wind
Hoge Drukgebied
Lage Drukgebied
Dagelijkse Gang
Zeewind
Scheelt mij weer een hoop tikwerk!

19 maart weer meegedraaid op de kilsdonkse. Het zou een mooie dag worden omdat er iets ten zuiden van Nederland van west naar oost een hogedrukgebied zou doortrekken. Het was mistig maar het zag er wel vriendelijk uit.
Het weer van die dag:

Windrichting: Noord-Noord-Oost
Windkracht: 2 (10 km/u, 5 knopen)
Temperatuur: 2°C
Luchtdruk: 1032 HPa
Vochtigheid: 89%
Bewolking: Stratus Nebulosus (mist)
Hoogte bewolking: Laag
Trekrichting bewolking: Niet te bepalen, mistig.
Neerslag: geen
Weerkaart:De wind is nog onder invloed van een lagedrukgebied in Noord-Frankrijk. Dit lagedrukgebied trekt verder naar het oosten. Het hogedrukgebied wat Zuid-West van Engeland ligt zal via België naar het oosten trekken. De wind (voor zover die er is) zal wat krimpen.
Buienradar: Geen echo's
Overige waarnemingen: Geen

Ik was wat te vroeg maar heb nog wat leuke foto's kunnen maken van de molen in de ochtendzon.





Het was goed fris en aan de grond vroor het nog.


Marcel V. was er om 9:00. Eerst even een bakkie gedaan en hij vertelde me wat over zijn eigen molen Windlust te Vorstenbosch. Hij heeft ooit eens een rondleiding gegeven aan een passant die vroeg waarom de molen niet maalde. Marcel antwoordde dat de stenen te slecht waren. De passant vroeg wat een koppeltje stenen kostte. Dat zou 1000 tot 2500 euro zijn voor gebruikte stenen en wel 6000-10000 voor nieuwe stenen. Tot marcel z'n grote verbazing stond het geld aan paar dagen later op de rekening van de stichting van z'n molen!
Kortgeleden zij stenen geplaatst en afgelopen week had de molen weer gemalen voor het eerst in 61 jaar.
We zijn samen even de kap in geweest en ik heb wat uitleg gekregen over het (ont)koppelen van de koningsspil.
Bij de kilsdonkse is het mogelijk om ook met waterkracht koren te malen. Daarvoor zit er onderin de windmolen een haakse tandwieloverbrenging waardoor de horizontale water-as de verticale koningsspil aan kan drijven.
De "hel" (kelder)van de windmolen...
Hierboven zie je het grote kegelwiel aan de water-as wat de koningsspil kan aandrijven. Linksbovenin zie je een gat waardoor de wateras de hel binnenkomt. Iets links van het wiel zie je aan de as een mechanisme zitten. Met dit mechanisme kan het kegelwiel naar voor en naar achter bewogen worden, zie verder. 
De haakse overbrenging op de begane grond...
Door het kijkgat van de tandwielkast zie je weer het grote kegelwiel. En als je goed kijkt zie je ook het kleine kegelwieltje wat aan de koningsspil bevestigd zit.
Het grote wiel zit schuivend op de water-as bevestigd. Door het wiel met een speciale hendel naar voor en naar achter te bewegen kan de konigsspil ook op deze plaats resp. gekoppeld/ontkoppeld worden.
Het malen van graan gebeurt natuurlijk alleen als het windstil is. Dat is de reden waarom de koningsspil in de kap gekoppeld kan worden. Zou dat niet het geval zijn dan zou de watermolen ook het gevlucht aandrijven. Het gevlucht (roeden, boven-as en bovenwiel) wegen samen ergens tussen de 8 en 10 ton. Als dat gewicht ook aangedreven zou moeten worden, dat kost enorm veel vermogen die dan verloren gaat en ten koste gaat van het koren malen.
De ontkoppelde koningsspil...
Vlak onder de bovenschijfloop is de konigsspil "doorgezaagd" en voorzien van wat "hang en sluitwerk" om de boel al dan niet te koppelen. Op bovenstaande foto is de koningsspil ontkoppeld wat te zien is aan de verdraaide stand van boven en onderkant.

Eén van de vier koppelpennen...
Op bovenstaande foto kijken we boven op het "bovendeel" van de koningsspil. Bovenin zie je nog een stukje van de bus- of ijzerbalk. Links zie je het tapijzer. Iets rechtsboven van het midden zie je een koppelpen. In elke van de vier hoeken van het "bovendeel" van de koningsspil zit zo'n pen. Je kunt ze omhoog halen of laten zakken. In de "lage"stand vallen ze in 4 verticale gaten van het "onder-deel" van de koningsspil en zo is de boel gekoppeld. Door de pennen omhoog te halen komt de onderkant van de pennen boven de vier gaten uit en is de boel ontkoppeld:

De ontkoppelde koningsspil...
Hierboven zie je de onderkant van het bovendeel. Ongeveer in het midden en linksonder zie je de geheven koppelpennen. De spil is ontkoppeld en dat is te zien aan de verschillende standen van onder- en bovendeel.
Omdat er een hogedruk gebied zou passeren zou er nagenoeg geen wind zijn. Vandaar dat we de koningsspil ontkoppeld hebben zodat de windmolen niet de hele koningsspil zou moeten "meezeulen". Met vier volle zeilen en een beetje geluk hoopten we dat de windmolen toch wat zou gaan draaien.
Marcel heeft ook nog de wiggen nagekeken en hier en daar bleek er toch nog wat los te zitten, die hebben we dus netjes aangeslagen. Marcel adviseerde me om dat regelmatig na te kijken, zeker bij grote temperatuurschommelingen.

Inmiddels was ook Thijs aangekomen. Thijs is een jonge vent van 15 jaar die af en toe eens komt helpen. Samen hebben we de kap gekruid en 4 volle zeilen voorgelegd. Ondanks de lage windsnelheid begon de molen toch zachtjes z'n rondjes te draaien. Toch wel handig zo'n ontkoppelde koningsspil.
Tussen de as van het schoepenrad en de oliemolen zit ook nog en koppeling welke altijd ontkoppeld wordt na een dag draaien. Deze stond dus ook nu nog ontkoppeld en daarom hebben we de watermolen al vast opgestart. Ik draaide beide sluizen open en het rad kwam langzaam op gang.
Voordat ik in de oliemolen alle draaipunten ging smeren liet Marcel zien dat een grote schijfloop (die de kollergang aandrijft) in de oliemolen voorzien was van gietijzeren staven. Deze staven zijn normaal gesproken van en speciale houtsoort. Echter, uit historisch onderzoek is gebleken dat sommige schijflopen van de oude Kilsdonkse molen ook van gietijzer waren. Om de molen historisch verantwoord te restaureren heeft men er ook nu voor gekozen om gietijzeren staven toe te passen bij deze schijfloop.  Voor de werking van de molen maakt het op zich niet zo veel uit, dat men gietijzer toepaste was meer een teken van rijkdom.
Wat ook opviel was dat de gietijzeren staven ovaal zijn, normaal gesproken zijn ze rond.
Terwijl ik de draaipunten aan het smeren was met reuzel kwamen Ad en Ad ook binnen. De ene Ad kennen jullie misschien nog wel van de vorige afleveringen. De andere Ad was de overbuurman die ook af en toe eens komt helpen. Ad is de vader van hoofdmolenaar Paul en hij woont zoals gezegd recht tegenover de molen.
Qua namen wordt het vandaag een makkelijk dagje: Marcel, Marcel, Ad en Ad.

De wind was inmiddels flink geruimd, we kwamen onder invloed van het hogedrukgebied wat onder Nederland zou doortrekken. En dan is zo'n kettingkruier toch wel erg handig: twee snelsluitingen losmaken en je trekt 'm zo naar de wind. Geen "gedoe" met kruikettingen, bezetkettingen enz.

Voor de koffie hebben we de watermolen in z'n werk gezet en hebben we een paar kilo notenmeel onder de kantstenen geplet.
Tijdens de koffiepauze heb ik Josien leren kennen, zij exploiteert het winkeltje, de Empiro. Ze trakteerde ons op een lekker stuk notencake. Ze had m'n filmpje over de molen gezien en vroeg of ze een kopietje kon krijgen zodat deze efgespeeld kon worden in het winkeltje. Geen probleem, wordt geregeld.
Aan de hemel stonden wat kleine stapelwolkjes die waarschijnlijk zijn ontstaan door de dagelijkse gang. Zon warmt aarde op, lucht wordt warm en stijgt op. op bepaalde hoogte condenseert het vocht en er ontstaan wolken. Zie ook het linkje, eerder in dit bericht.

Tijdens de middagapauze heeft overbuurman Ad ons meegenomen naar het begin van de aftakking van de Aa, een leuk wandelingetje, het was er ook schitterend weer voor. En de notenvoorraad begon langzaam uit te putten dus we moesten het wat rustiger aan doen.
De expeditie naar de aftakking had ook een reden: het bleek dat er toch vaak veel troep voor het krooshek blijft hangen en men wilde wel eens weten waar dat vandaan komt.

Een week voordat ik voor de eerste keer naar de Kilsdonkse ging heb ik op Google Earth gekeken waar de molen precies stond. Ik kreeg onderstaand beeld te zien:

De Kilsdonkse molen op Google Earth...
Onderin zie je de rivier de Aa lopen die z'n oorsprong heeft in de Peel. Midden bovenin zie je een plas, het Wiel. Ten zuid-oosten van die plas zie je de oude molenstomp staan, de schaduw ervan zie je nog over de weg vallen. Het gebouw met het rode dak is de oliemolen.
Toen ik dit zag krabde ik me wel even over m'n bol want ik zag totaal geen waterloop naar de molen gaan? Buurman Ad vertelde dat die ooit is gedempt toen de Aa gedeeltelijk gekanaliseerd werd. De molen is destijds aan de oorspronkelijke Aa gebouwd. Voor de restauratie is er een geheel nieuwe waterloop gegraven.
De nieuwe waterloop...
De huidige waterloop is rechtsonderin, buiten beeld, afgetakt. Deze loopt parallel aan de Aa en gaat dan boven het bruggetje (onder in beeld) onder de weg door. Hij buigt dan naar rechts af en loopt dan parallel aan de weg naar de molen toe en komt uit in het Wiel. Buurman Ad wist te vertellen dat die Wiel ontstaan is door het uitspoelen van de grond door het water wat uit de schoepenraderen komt.
Vanaf het Wiel gaat de waterloop terug naar de Aa waarbij deze de bomenrij (links) volgt.
Molenaars op strooptocht...
Ad heeft woont hier al z'n hele leven en hij heeft veel over de omgeving verteld. Het gehucht waar de molen staat heet officiëel Beugt en dat is een oud Brabants woord voor "bocht", uiteraard genoemd naar een bocht in de toenmalige Aa. Er staat ook een mooie kasteelboerderij langs dit gedeelte van de Aa.

Ad heeft veel verteld, het was alsof we met een plaatselijke gids op pad waren.
Vanaf de plaats waar we stonden hadden we een mooi uitzicht op de molen die nog steeds rustig z'n rondjes stond te draaien.
Nogmaals nieuwe waterloop, iets meer stroomopwaarts. Links is nog net de Aa te zien...
We waren inmiddels bij de aftakking aangekomen, daarvoor moesten we ons nog wel even een weg banen door een bosje, helaas hadden we geen kapmessen mee...
De aftakking: rechts de Aa, links de waterloop...
Voor de mond van de aftakking is een soort houten dam gemaakt. De planken zitten tot een bepaalde diepte in het water. Deze dam miet al het drijvende spul tegenhouden. Hulpmolenaar Ad waagde het om eens flink voorover te buigen om te kijken tot hoe diep de planke zaten.

Oppassen! Als molenaars hebben we geen reddingsboeien bij ons! (Foto: Marcel Voorneman)
Volgens Ad zat het allemaal wel goed met de planken.
Tijdens de terugtocht zijn we nog even bij de stuw wezen kijken. Buurman Ad vertelde dat deze stuw het waterpeil van de Aa regelt. Bij droogte wordt de stuw hoog opgetrokken zodat de akkers langs de Aa voldoende vocht houden. En bij veel regen laat men de stuw zakken zodat de akkers hun water goed kwijt kunnen.


Ad liet ons ook de vistrap zien die naast de stuw aangelegd was, zo konden de vissen toch langs de stuw zwemmen.
Bij de stuw zijn we de Aa overgestoken en zijn we aan de zuidkant terug gelopen naar de Molen. Aan de overkant kwam hulpmolenaar René ons tegemoet lopen, hij zou vandag alleen de middag helpen en wilde ook wel eens weten hoe het zat met die aftakking. Helaas waren we al op de terugweg...
Bij de Empiro aangekomen hebben we nog wat gedronken en wat zitten kletsen. Het was half 3 toen we weer aan de gang gingen. Tja, moet kunnen, het blijft een hobby.
Het was inmiddels geheel helder geworden, Marcel dacht dat dat de invloed was van het hogedrukgebied wat nu ten zuiden van ons over trok. Die hoge druk voorkomt dat er lucht opstijgt. Dus geen condensatie en geen wolken.
We hebben nog wat olie geslagen en zijn op tijd begonnen met opruimen. Tijdens het opruimen kwam er nog wel bezoek en die hebben we natuurlijk even netjes rondgeleid. na de schoonmaak uiteraard even gekeken wat de "oogst" was: 2,7 liter vloeibaar goud.
Nog even na zitten kleppen in de Empiro onder het genot van en drankje en daarna ben ik lekker op m'n gemakkie binnendoor naar huis gereden, weer een erg leuke dag.

Hieronder het verslag wat molenaar marcel over deze dag rondgestuurd heeft:

Molen vrienden,

Wat een heerlijk weer. Zoals afgesproken heb ik de beurt van André overgenomen.  Iets na negenen kwam ik op de molen. Marcel van Hees liep daar al rond.
Toen ik van huis vertrok dacht ik al van; "Dat wordt niks met de wind".
We waren nog met z' n tweeën. Eerst een lekkere bak koffie en chocolade.
Als koppeltje Marcel & Marcel besloten we om de windmolen op te zeilen en hem te laten draaien voor de prins. Voor Marcel van H. natuurlijk interessant want we gingen de koningsspil ontkoppelen van het rondsel.
Ook keken we de wiggen na. Een wig van het bovenwiel was nog goed aan te slaan. Ook zag ik dat de wouterlatjes een centimeter van de wiggen waren verwijderd. Dus ook de wouterlatjes goed geplaatst.
Natuurlijk even in de kap blijven hangen en praten over ditjes en datjes. Marcel is eenmaal een MIO (Molenaar In Opleiding).  Ook heeft Marcel zijn fototoestel bij zich en knipte erop los.
Ook ging een luik van de voorkeuvelens open om mooie plaatjes te kunnen schieten. Aan de achterkant de bovenkant van de kruiwerk laten zien hoe de overbrenging is van kruiwiel naar de tandkrans.
Beneden op de stelling gekomen ging Marcel de nodige handelingen verrichten om de molen klaar te zetten zodat hij kan gaan draaien. Op dat moment kwam Thijs op de stelling dus hij mocht meteen helpen opzeilen.
En ja hoor, we werden beloond met rustige draaiende wieken. Absoluut geen "maalkracht" helaas.
Dan maar op water, het niveau was 6,60 m.. Daar konden we wel wat mee. eerst lieten we de raderen loos draaien om eerst in de oliemolen voor te bereiden. Ondertussen waren de twee Ad's of is het Adden gearriveerd.
Qua namen een simpel dagje (Marcel, Ad) x2 en Thijs. Eerst hebben we de vuisters schoongemaakt en het as "uitgegraven". Deze as werd door Ad P. uitgestrooid in zijn tuin. Dus de volgende keer: As naar Ad P.(zonder afval).
Nadat de vuister (voorslag) was opgestookt en de smeerpunten gesmeerd waren was het weer tijd voor koffie. Na aanleiding van de afgelopen vergadering vonden we dat we iets rustiger aan zouden doen zodat er nog wat noten overblijft voor de komende weken.
Anders is er niks meer te slaan v.w.b. Noten. En het was ook heerlijk weer.
Na een lekkere bak koffie en een heerlijke stuk molenkoek die we aangeboden kregen van Josien zijn we gaan slaan. Het gaande werk ging rustig aan de gang toen er water werd opgezet. Een mooi tempo.
Ook hier weer ieder zijn taak.  Knarsende de noten onder de kollergang, roerijzer draaiend in de smurrie, stampende hei op de slagbank en in de appelpot. Wederom gesmeerd.
De tijd vloog voorbij ondanks de traagheid van de molen. Thijs was weer vertrokken. Inplaats te lunchen in de Empiro vroeg ik de mannen of zij zin hadden om langs het onderwater naar de sluizen te wandelen na aanleiding van het project van René; "waar komt de rotzooi vandaan".
Een mooie wandeling langs het kasteeltje, voorbij de sluizen naar de aftakking van de Aa en het water naar de molen.
Daar zijn planken geplaatst om drijfhout tegen te houden. De middelste planken gaan niet direct op de bodem. De meeste rotzooi komt juist van het schiereiland af waar de bomen staan.
Het was een mooie wandeling. Bij de sluizen zijn we over de sluizen gegaan om de vistrap te bekijken. Aan de overkant zagen we een iemand lopen in een een beige overal en ja hoor als de duvel er mee speelt. Het was René. Dat is toevallig. Wij konden verslag uitbrengen.
René wilde het toch met eigen ogen aanschouwen en wij gingen weer richting molen. Toch maar eerst koffie gedronken en daarna weer olie slaan. Tegen vieren heb ik de molen gestopt en afgezeild en veilig gesteld.
Daarna stopten we al om onder de kollergang iets te gooien en sloegen wel even door. Daarna was het het opruimen en schoonmaken. Opbrengst van de middag was 2,7 liter. Het waterpeil was gezakt naar 6,50 m.
's morgens waren weinig bezoekers. Iedereen is natuurlijk in zijn eigen tuin bezig. 's Middags was wel wat meer aanloop.
Na het opruimen en poetsen nog even wat gedronken en daarna gingen we uiteen naar ieders zijn huis.
Hartelijke molengroet,

Marcel V.

maandag 20 juni 2011

Een dagje smeden en een avondje weer...

Lieve mensen,
Afgelopen 5 juni heb ik een workshop staalsmeden gedaan in Huizen. Omdat er in molens ook veel smeedwerk zit heb ik besloten om daar ook een stukje aan te wijden in m'n weblog.

In april was de Algemene Ledenvergadering van het GVM, werd gehouden in de Botterwerf te huizen. De Botterwerf is houten loods waar vroeger botters werden gebouwd en onderhouden, tegenwoordig kun je de loods huren voor evenementen.
De Botterwerf te Huizen. Geheel rechts de smidse... (www.vuurspetters.nl)
Naast de botterwerf staat een smidse waar we na de vergadering ook even binnen hebben mogen kijken. Zoals jullie weten werk ik bij en ijzergieterij en al dat gloeiende metaal blijft boeien. Thuis ben ik even gaan googelen en het bleek dat er ook workshops werden gegeven. Vuurspetters, Dochter van de Smid organiseert deze in samenwerking met het het NGK, het Nederlands Gilde van Kunstsmeden. Ik heb me voor een workshop opgegeven en 5 juni was het dan zover.
Op m'n bromtolletje reed ik binnendoor naar Huizen. Het was zwaar bewolkt maar de temperatuur was goed. Ongeveer een kwartier voordat ik aan zou komen begon het behoorlijk hard te regenen en als een verzopen hond kwam ik aan bij de smidse. Ik werd daar hartelijk ontvangen door Dirk en Annelied van Dijk, vader en dochter. Annelied beheert de smidse, ze heeft het vak van haar vader geleerd en ze is op dit moment de 5e generatie die het vak uitoefent in de familie. Beide waren al bezig met het voorbereiden van de dag. Hier en daar brandden al wat kolenvuurtjes. Er waren ook al andere deelnemers aanwezig dus even handjes schudden tijdens een voorstelronde.
Na de koffie en de koek, toen de laatste deelnemers binnen waren, werden we als groep bij elkaar geroepen en werd er uitgelegd wat we die dag gingen doen. Een aantal van de deelnemers zouden een mes gaan smeden en de rest van de groep zou een kandelaar gaan maken. Dirk en Annelied legden uit hoe de smidsvuren werken.
Annelied legt e.e.a uit... (www.vuurspetters.nl)
Het is een roostertje waaronder een luchtpomp hangt te draaien. Op het rooster liggen dan de kolen te gloeien. Met een schuif kun je de luchttoevoer wat knijpen zodat je de temperatuur van het vuur kunt regelen. Die temperatuur moet je niet te hoog laten worden want dan kan het staal verbranden. Het wordt dan zo heet dat het ijzer reageert met de lucht waardoor je ijzeroxide krijgt. IJzeroxide is een bros goedje waar niets meer aan te smeden valt, je slaat het dan als stukken uit elkaar. Ook werd er uitgelegd hoe je je vuur aan de gang moet houden. Onder de vuren staan bakken met kolen. Als de kolen bij je vuur op dreigen te raken dan gooi je met een schepje weer wat kolen achter het vuur.
De smidsvuren loeien! (www.vuurspetters.nl)
Zijn je kolen bij het vuur dan bijna op dan trek je de kolen die achter het vuur liggen met een pook over het vuur heen, het moet een "molshoopje" worden waar je dan je ijzer in kunt steken.
Elk vuur heeft een eigen aambeeld en per vuur werkten twee personen, ik mocht die dag werken met Edo. Edo werkte toevallig bij een klant van de gieterij dus er was gespreksstof genoeg.
Nadat er over veligheid gesproken was werden de schorten, brillen en het gereedschap uitgedeeld en werden we in twee groepen verdeeld. Annelied zou het maken van de kandelaars begeleiden en Dirk de messenmakers. We begonnen met een simpele oefening die Dirk ons uitlegde. Hij legde ons uit hoe we een mooie punt konden smeden aan een stukje vierkant stafmateriaal. Je brengt het in het vuur op de juiste temperatuur, pakt het met een tang uit het vuur en met de hamer begin je dan het uiteinde van de staf te bewerken. Na elke klap moet je de staf een kwart slag draaien zodat bovenkant en zijkant van de staf afgeschuind worden tot een punt.
Dirk deed het voor en met een paar flinke klappen had hij een mooie punt aan de staf gesmeed. nadat je een mooie punt had moest je het metaal nog eens verwarmen en daarna met een speciale beitel op het ambeeld de punt er af kappen. Je hield dan weer een mooi stukje vierkant over waar je weer een mooi puntje aan kon smeden.
Dat zag er erg eenvoudig uit dus dat kan ik ook! Dacht ik.... Dat viel toch zwaar tegen! Ten eerste moet je leren om je vuur onder controle te hebben, niet te heet wand dan verbrandt het staal. Uiteraard ook niet te koud want dan duurt het te lang voordat het staal op temperatuur is.
Voordat we dat onder de knie hadden kostte dat al aardig wat puntjes die we hadden laten verbranden. Ook het smeden van zo'n simpel puntje vergde toch enige oefening. Dirk kwam even langslopen en hij vond dat we mooie puntjes gesmeed hadden. Nu gaf hij ons de opdracht om van die vierkante punten een mooie ronde punt te smeden. Ik moet zeggen, dat lukte aardig.
Na ruim een uurtje prutsen en een puntje of 5 verder was het tijd voor koffie. En daar waren de meesten wel aan toe want bij vrijwel iedereen droop het zweet van de gezichten.
Na de koffie legde Dirk ons uit hoe je van een stukje platte strip een mooi lemmet kon smeden. En ook nu zag het er weer bijzonder eenvoudig uit. Echter, ik kad m'n lesje wel geleerd dus ik onderschatte het niet.
Het stripje wat we kregen was een mm of 3 dik dus je moest goed oppassen dat het niet te snel te heet werd, omdat het materiaal zo dun is wordt het erg snel warm en het risico op verbranden is nu natuurlijk wel erg groot.
Na wat prutsen had ik toch een mooi lemmet gesmeed. Ik legde het weer in het vuur om het af te werken en pakte even een fles water uit m'n tas. Dat had ik beter niet kunnen doen want daardoor had m'n lemmet te lang in het vuur gelegen, hij was helemaal verbrand... Geen probleem, dit was maar een oefening, na de lunch zouden we voor het echie gaan smeden.
De strip had nog een uiteinde dus ben ik opnieuw begonnen met het smeden van een lemmet en dat ging weer niet onaardig.
Om me heen zag ik verschillende lemmeten ontstaan, de ene had een recht lemmet met een scherpe punt en twee snijkanten, de ander had een gebogen lemmet met stompe punt en één snijkant. En zo gaf iedereen op z'n eigen manier vorm aan zijn of haar mes.
Na deze oefening was het tijd voor de lunch welke bestond uit soep, broodjes en de nodige zuivelproducten. Buiten was het inmiddels droog. Het was nog steeds erg grijs maar de temperatuur was goed. We hebben daarom wat banken en tafels buiten gezet. Deze stonden wel pal onder de schoorsteen en de wind kwam wat naar beneden zodat het er "heerlijk" naar kolen rook. Maar dat mocht de pret niet drukken.
Na de lunch zouden we dan echt aan ons mes beginnen. We kregen nu een dikkere strip welke we moesten aftekenen, Dirk liet ons zien hoe dat moest en welke maten we moesten aanhouden.
Het was de bedoeling dat de ene helft van de strip tot lemmet gesmeed zou worden, de andere helft zou dan het heft worden.
Het heft moest over de hele lengte (totaan het lemmet) gekloofd worden, Dirk liet ons zien hoe je dat doet. Kloven doe je door het ijzer goed warm te maken. Daarna word er door één smid een speciale kloofhamer op de afgetekende lijn gezet. De andere smid geeft daarna met en zware smidshamer een flinke klap op de kloofhamer waardoor het scherpe deel van de kloofhamer in het zachte ijzer dringt. Dirk vertelde ons dat je de snijkant iets schuin op het ijzer moet zetten zodat deze a.h.w. als een schaar gaat snijden. na elke klap verplaats je de kloofhamer een klein stukje en zo werk je het hele heft af. Het lukt niet om in één keer het ijzer te kloven. Dus, het ijzer opnieuw verwarmen en dan de andere kant ook kloven. Als de kloofhamer bijna door het materiaal is dan moet er een zacht plaatje staal onder het werkstuk gelegd worden zodat de snijkant van de kloofhamer niet direct het aambeeld raakt, de kloofhamer kan dan bot worden en je slaat dan putten in het aambeeld. Ook drukte Dirk ons op het hart dat we de kloofhamer regelmatig moesten koelen. Door het vele gebruik kan deze erg warm worden waardoor de snijkant zacht wordt en kan vervormen.
Dirk doet het "even" voor... (www.vuurspetters.nl)
Door het kloven had het heft nu twee pootjes die erg vervormd waren. Deze moesten dan weer zodanig gesmeed worden dat de pootjes weer een mooie vierkante doorsnede kregen. Daarna moesten de pootjes rond gesmeed worden en moest er aan beide uiteinden een mooi puntje aan gesmeed worden. Vervolgens werden beide pootjes tegen elkaar aan gesmeed en werden deze aan het uiteinde aan elkaar gelast zodat de pootjes niet meer konden wijken. Als laatste werd dan het tweedelige heft goed heet gemaakt en werd het (gelaste) uiteinde in een bankschroef gezet. Daarna werd het lemmet met een tang vastgepakt en rond gedraaid zodat beide pootjes om elkaar heen draaiden en een mooie spiraalvorm ontstond.
Dit zou de bedoeling moeten zijn... (www.vuurspetters.nl)
Dat klinkt allemaal mooi maar we moeten het toch maar even doen.
De messenmakers kregen allemaal een dikke strip staal en daar gingen we.
Nadat de strip had afgetekend legde ik de strip in het vuur om de boel op te warmen. Ik smeedde een mooi lemmet aan m'n stukkie ijzer, ik koos voor een gebogen lemmet.
Het lemmet had ik redelijk snel voor elkaar en het zag er nog leuk uit ook. Ook Dirk kon het wel waarderen. Nu moest het heft gekloofd worden en daar had ik m'n "smeedmaat" Edo voor nodig. Ik had het heft goed warm gemaakt en trok het uit het vuur. Edo zette de kloofhamer op de juiste plek en ik gaf er een flinke ram op. Edo verplaatste de kloofhamer steeds een beetje en ik bleef rammen. Toen het ijzer kersrood was geworden stak ik het weer in het vuur. Daarna even de andere kant kloven, dat ging redelijk vlot! Nu de pootjes spreiden en ze eerst mooi vierkant smeden en daarna rond met een puntje. Het eerste pootje ging goed, nu het tweede pootje.
Terwijl m'n "mes" lag op te warmen vroeg één van de andere deelnemers of ik haar wilde helpen. 'Tuurlijk, ik ben de beroerdste niet. Dat helpen duurde echter iets te lang. Ik haalde m'n mes uit het vuur en er bleek één pootje voor de helft verbrand te zijn! Tja, dat krijg je als je je medemens een handje helpt. Het mes zoals het hierboven is afgebeeld kon ik wel vergeten, geen wokkel als mesheft!
Ik besloot daarom om maar wat anders creatiefs te doen met het heft. Het korte pootje maakte ik warm en smeedde ik om het lange pootje heen. In het uitstekende deel van het lange pootje heb ik een mooie haak gesmeed. Kon ik m'n mes mooi ophangen! En niemand anders had zo'n mes als ik! Of het een praktisch mes is laat ik in het midden...
M'n "kunstwerk"...
Zo rond half 4 waren Edo en ik klaar met onze messen en mochten we even "vrij smeden". Edo heeft van een stuk plat materiaal noch een mooei kachelpook gemaakt. Ik heb vroeger op school ook ens een mooie kandelaar gemaakt met een mooi getordeerd tussenstuk. Ik probeerde dat tussenstuk nog eens te maken maar dat was toch net even teveel werk.
Nadat iedereen klaar was hebben we de smidse met z'n allen even opgeruimd. Na nog even wat nakleppen besteeg ik m'n stalen ros weer en reed moe, maar zeer voldaan huiswaarts. En met m'n mooie mes natuurlijk! 

7 juni bezoek Weathernews

Onderstaand bericht is nogal technisch van aard. Dus, heb je niet al teveel verstand van het weer dan is het mogelijk dat het niet geheel duidelijk is.
Afgelopen 6 mei was de afsluitende avond van de weercursus. Zoals jullie eerder hebben kunnen lezen ben ik die avond uitgenodigd door meteoroloog David om eens bij Weathernews te komen kijken. Ik had m'n mailadres gegeven en wat later heeft hij contact met me opgenomen.
Afgelopen 7 juni had hij avonddienst en mocht ik eens komen kijken.
Ik reed (zoals gebruikelijk) binnendoor naar Soest waar het bedrijf gevestigd is. Het was en heerlijke avond, het was half bewolkt en er scheen een waterig zonnetje. In het oosten was onweer voorspeld en zo zag de lucht er ook wel uit, een beetje dreigend.
Ik belde aan en David deed open, vanavond had hij dienst samen met zijn collega Ewoud.

Weathernews in Soest...
Ik kreeg een stoel en we namen plaats bij zijn werkstation. 3 kleine computerschermen en daarboven een scherm waar de gemiddelde huisvader jaloers op zou zijn.

Een werkstation...
Hij begon met het vertellen over het onweer wat komen gaat. Via de neerslagradar van weerplaza was hij de buien aan het volgen. Ik had helemaal niets voorbereid en wist ook nog niet wat ik moest gaan vragen, ik liet alles over me heen komen, de vragen komen da vanzelf wel.
Weathernews is een commercieel bedrijf met 3 kantoren, in Soest, Oklahoma en in Tokio. Ze verzorgen weersinformatie voor betalende klanten. Hun klanten komen vnl. uit de offshore en de maritieme wereld. Ze hebben klanten over de hele wereld en dat zijn dan vaak rederijen, havens, loodsdiensten enz., deze bedrijven zijn uiteraard erg afhankelijk van het weer. David gaf een voorbeeld. Voor havens is de wind erg belangrijk. Als een grote bulkcarrier, containerschip of olietanker aan het lossen is in de haven dan komt zo'n schip flink wat meters omhoog waardoor ze erg gevoelig worden voor de wind. Als er dan een onweersbui aankomt met flinke windstoten dan kon dat wel eens erg gevaarlijk worden want zo'n leeg schip kan dan loslaan en op drift raken. Als men op tijd weet wat er gaat gebeuren dan kunnen er maatregelen genomen worden.
Ook kunnen rederijen een route van een schip opgeven. Weathernews kan dan een meerdaagse voorspelling doen voor de opgegeven route en het schip van de meest actuele info voorzien.
De weersinformatie die Weathernews krijgt komt van verschillende bronnen. Zo zijn er over de hele wereld weerstations die één keer per paar uur hun metingen publiceren. Op de monitor kun je de gegevens van alle weerstations van de wereld (of delen daarvan) laten zien.
Een gedeelte van Oost Rusland. Uiterst rechts is nog een stukje Alaska te zien... (weathernews)
Alle groepjes met getallen zijn weerstations (in dit geval) in het oosten van Rusland. Per weestation worden op beovenstaande kaart 4 zaken weergegeven: temperatuur, dauwpunttemperatuur, zicht en windkracht/richting, elk in een eigen kleur. Op de kaart kun je ook duidelijk het dichtstbevolkte gebied zien, daar zijn meer weestations. David liet ook een gedeelte van Afrika zien. Daar zag je dat in centraal Afrika vrijwel geen weerstations zijn omdat dat erg arme landen zijn.
Op dit soort kaarten kun je goed zien waar de fronten lopen, je ziet dan over een korte afstand nogal grote temperatuursverschillen.
Uiteraard wordt er ook naar satelietbeelden gekeken. Op deze beelden kunnen geoefende ogen al heel wat informatie halen, de ligging van fronten, soorten neerslag, buien enz.
Een gecombineerd satellietbeeld van het weer over de hele wereld... (weathernews)
Op deze satelietbeelden kunnen beeldanalyses toegepast worden zodat men bijv. de hoogte van wolken kan zien, zie foto hierboven. Hoe roder het beeld hoe hoger (en hoe kouder) de wolk.
Een warmtebeeld van een depressie... (weathernews)
Op de afbeelding hierboven zien we een infraroodbeeld van een depressie. Door de beeldanalyse kunnen we zien dat deze depressie naar binnen toe steeds kouder word. Dat wil zeggen dat de wolken steeds hoger in de atmosfeer komen waardoor verdampte waterdruppels bevriezen en het onderin de depressie regent.
Alle gegevens van satelieten, weerstations enz. komen samen in een computer. Die computer voert dan miljoenen berekeningen uit om het weer voor de komende periode te voorspellen. David liet me wat kaartjes zien van de voorspellingen en hield daar kaartjes bij van het huidige weer. daar zat toch wel erg weinig verschil in...
David had wat printjes op z'n buro liggen van weerkaartjes van Europa. Op één kaartje stonden op verschillende plaatsen een soort spiraaltjes getekend. Ook waren er een soort isobarenlijnen te zien.
500 HPa-kaartje... (Weathernews)
Op bovenstaand kaartje van Europa van 7 juni 2011 zie je onderin o.a. staan 500 HPa hoogte. Verder zie je een aantal lijnen die lijken op isobaren maar het zijn hoogtelijnen uitgedrukt in meters. Op bovenstaand kaartje kun je dus zien op welke hoogte de druk 500 HPa (0.5 bar) is. Die dag hing er een depressie tussen ierland en schotland in. Dat kun je ook goed zien op bovenstaand kaartje want de 500HPa hoogte is daar 5360 meter. Als je verder kijkt dan zie je dat dat het laagste punt is in de omgeving. Ofwel: een lagedrukgebied. Hieronder het weerkaartje van die dag waar dat ook te zien is:
Weerkaart van 7 juni 18:00 (KNMI)
Wat we verder kunnen zien op het "500 HPa" kaartje zijn stijgbewegingen van de lucht, "optillingen" zoals David dat noemt. Dit zijn plaatsen waar de lucht een omhooggaande beweging maakt:
"Optillingen"...
Hierboven zie je een vergroting van het 500 HPa-kaartje. Boven Schotland en Noordwest Italië zijn de optillingen duidelijk te zien aan de dunne lijntjes die kort op elkaar liggen.
Stijgende lucht kan meerder oorzaken hebben o.a.:
-Fronten. Kou-, warmte-, en occlusiefronten drukken lucht omhoog.
-Wind. Het kan voorkomen dat de wind op een bepaalde plaats veel lucht aanvoert maar dat er te weinig lucht wordt afgevoerd. Grote lucht massa's zet je niet 1-2-3 stil dus die lucht wil ergens naar toe. naar beneden gaat niet want daar hebben we het aardoppervlak. Er zal een beetje naar links en rechts gaan maar er gaat ook een groot deel omhoog.
-Als depressies (in wording) direct onder de straalstroom liggen dan wordt de lucht uit die depressie omhoogetrokken, de straalstroom zuigt de depressie a.h.w. leeg. De druk in de depressie kan daardoor enorm dalen waardoor er een zeer zware depressie kan ontstaan.
Het is belangrijk te weten waar de lucht stijgt omdat op plaatsen (zware) buien en windstoten kunnen optreden.
Als een de straalstroom een depressie "leeg"zuigt dan stijgt er een grote luchtmassa op. Zoals eerder gezegd staat die luchtmassa niet ineens stil dus die blijft even doorgaan. Het kan dan voorkomen dat die stijgende lucht uit de depressie de straalstroom, die er direct boven ligt, gaat hinderen. De straalstroom zal dan om de depressie heen gaan waaien. Een mooi voorbeeldje zagen we op 20 juni jl.
Op onderstaand weerkaartje zien we ten westen van Ierland een depressie liggen:
Weerkaart van 20 juni 12:00... (KNMI)
Hieronder zien we een kaartje van de straalstroom op hetzelfde tijdstip:
Straalstroom op 20 juni... (Meteo Bleiswijk)
Hierboven is duidelijk te zien hoe de straalstroom om de depressie heen waait.
Alle molenaars weten natuurlijk dat een depressie ontstaat doordat warme lucht uit het zuiden en koude lucht uit het noorden elkaar willen verdringen. Daardoor ontstaan warmte- en koufronten. Warme lucht is minder dicht en daardoor lichter. Een warmtefront zal zich daarom langzaam voortbewegen omdat het nogal wat moeite kost om koude en zwaardere lucht te verdrijven. Een koufront beweegt zich sneller voort omdat de lucht zoals gezegd zwaarder is en het minder moeite kost om de lichtere warme lucht te verdrijven. Gevolg is dus dat een koufront een warmtefront zal inhalen: er ontstaat een occlusiefront.
Bij een occlusiepunt (punt waar een koufront en warmtefront inhaalt) wordt de "warme sector" door beide fronten opgetild:
Een depressie met een occlusiefront... (wikipedia)
Een dwarsdoorsnede van een occlusiefront... (wikipedia)
Hier direkt boven zien we een doorsnede van een occlusie. We zien hoe de warme sector wordt opgetild door koude en koele lucht. Op die plaats, het occlusiepunt, is dus sprake van een stijgende luchtstroom. Ligt dit punt direkt onder de straalstroom dan is de kans groot dat hier een nieuwe depressie gevormd wordt. De straalstroom kan de lucht op dit punt wegzuigen waardoor de druk behoorlijk daalt.
Waar Weathernews zich ook mee bezig houdt is het voorspellen van golfslag en deining, ook niet geheel onbelangrijk voor de scheepvaart.
Door sterke winden (orkanen, cyclonen, tyfonen) worden grote watermassa's in beweging gebracht. De golven die direct door een orkaan worden veroorzaakt noemt men golfslag.
Ook die grote watermassa's staan niet ineens stil, die golven kunnen duizenden kilometers over de wereld trekken, neem als voorbeeld de tsunami in Japan. De golven die vanaf bijv. een orkaan de wereld over trekken, die noemt men "deining", dit zijn a.h.w. uitdovende golven.
A.d.h. van de windsnelheden binnen een orkaan kan men berekenen hoe hoog de golven worden. En a.d.h. daarvan kan men dan weer op bepaalde posities op de wereld (bijv. waar schepen van klanten varen) opgeven wat de deining wordt (hoogte en frequentie).
Het was inmiddels 21:30 en David moest weer nodig aan het werk. Ik bedankte hem voor het vrijmaken van z'n tijd en alle uitleg. Het was een ontzettend leuke avond, altijd weer leuk om een vakidioot te horen praten over z'n werk....

Wederom bedankt voor het lezen en tot een volgende keer!
Groet,

Marcel
 

dinsdag 24 mei 2011

Meedraaien op de Kilsdonkse, deel 2

Lieve mensen,

De vorige keer heb ik het gehad over het korenmolengedeelte van de Kilsdonkse, vandaag ga ik het hebben over het oliemolengedeelte.
Zoals jullie de vorige keer hebben kunnen lezen heeft Ad me de korenmolen laten zien., we schrijven nog steeds 5 maart.

Vanaf de kap klommen we nu de smalle trapjes naar beneden en liepen we langs de schoepenraderen naar de oliemolen.
We klimmen eerst via een steil trapje naar de zolder van de oliemolen. Op deze zolder liggen de walnoten te drogen. Van deze walnoten wordt notenolie gemaakt die je kunt gebruiken om bijv. salades te verrijken. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat die olie erg lekker smaakt!

Drogende walnoten...
In de buurt van de molen wonen veel mensen met een walnotenboom in hun tuin. Ze weten in het najaar vaak niet wat ze met al die noten moeten doen. Via diverse media roepen de vrijwilligers van de molen deze mensen op om (een gedeelte van) hun oogst te doneren aan de molen. Als tegenprestatie krijgen zij dan een flesje geslagen walnotenolie.
De walnoten zijn normaal gesproken omhuld door een vochtige groene schil. Als de walnoten worden aangeleverd dan zijn ze nog redelijk vochtig door die groene schil. Als ze niet goed gedroogd worden dan kunnen de noten gaan schimmelen wat natuurlijk nadelig is voor de kwaliteit van de olie. Daarom hebben de vrijwilligers van de molen speciale houten stapelbakken gemaakt met een bodem van kippengaas. Daar liggen de noten dan, 2 a 3 lagen dik, te drogen.
Op de zolder draait ook een grote wentel-as welke via een aantal molenwielen (houten tandwielen) wordt aangedreven door de water en/of windmolen. Deze wentelas drijft de kollergang aan, de roerwerken en de oliewerken, daarover later meer.

De zolder van de oliemolen. In het midden is de wentelas te zien. Links de stapelbakken met drogende walnoten...
De wentelas is gemaakt van een eikenhouten stam van 16,5 meter lang en is aan het worteleind wel 80 cm dik. De molen is een aantal jaren geleden herbouwd en daarvoor moest er een nieuwe wentelas gemaakt worden. Er is mij verteld dat er in heel Europa maar 2 of 3 stammen in aanmerking kwamen om deze as te maken.
Nadat we de zolder bekeken hadden klommen we weer naar beneden.
Hieronder volgt een beschrijving van het olieslaan. Veel tekst maar daarna volgt een videootje waardoor e.e.a. een stuk duidelijker wordt.
Beneden is het eerste wat je opvalt de grote kollergang met de kantstenen. De kantstenen wegen per stuk een slordige 2500 kg.

De Kollergang...
De kollergang bestaat uit een verticale spil, de steenspil, die onder- en bovenin gelagerd is. Aan deze steenspil zitten twee horizontale assen bevestigd waar de kantstenen omheen draaien. Daar omheen zit een houten raamwerk wat de boel bij elkaar houdt, het steenraam. Bovenin de foto is nog goed het grote steenwiel te zien wat aangedreven wordt door het kleine steenwiel (niet zichtbaar). Het kleine steenwiel is een schijfloop die om de wentelas is bevestigd. Normaal gesproken heeft een rondsel ronde staven van een harde, splijtvaste houtsoort. De Kilsdonkse was vroeger echter een rijke molen want de schijflopen hadden daar (en nu ook) ovale gietijzeren staven.
De kantstenen rollen over een ligger of doodbed. Deze ligger kan van metaal zijn gemaakt maar bij de Kilsdonkse is deze van steen. Rondom de ligger (gedeelte waar de kantstenen niet overheen rollen)  is een houten "vloer" aangebracht. Om deze vloer zit een metalen rand en dit geheel noemt men een "kuip".
De functie van de kollergang is het vermalen van walnoten, lijnzaad of koolzaad tot pulp wat ook "meel"genoemd wordt. Vandaag werd er walnotenolie geslagen.
Terwijl de kollergang draait wordt er een bepaalde hoeveelheid walnoten op de ligger gegooid. Aan het steenraam zijn de zg. aanstrijkers bevestigd die de noten steeds in het spoor van de kanstenen schuiven. Door het gewicht van de kantstenen worden de noten vermorzeld tot pulp, een proces wat ongeveer 15 tot 20 minuten duurt. Als de noten genoeg vermalen zijn dan trekt men de aanstrijker omhoog en laat men de afloper neer. Deze afloper duwt het "notenmeel" naar de buitenkant van de kuip waar het "geoogst" kan worden. In de houten vloer zit een afloopschuif die men open kan trekken. Onder deze schuif staat een meelkist waar het notenmeel opgevangen wordt. Het notenmeel wordt vervolgens in een houten voorraadbak gegooid waar het wacht om verwarmd te worden door het "vuister".
Het vuister is een soort houtgestookt fornuis, een met bakstenen opgemetselde bak van ± een meter hoog met daarop een dikke gietijzeren  of stalen plaat. In het vuister brandt een houtvuurtje waardoor de stalen plaat verwarmd wordt.
Op deze stalen plaat staat een bodemloze pan, de "vuisterpan", waar een bepaalde hoeveelheid notenmeel in gegooid wordt.
Boven het vuister hangt het roerwerk, een roerstok met daaraan een spaan die het notenmeel omroert. Het roerwerk kan men laten zakken of lichten. Als men het laat zakken in de pan dan grijpt er een tandwieltje aan waardoor het roerwerk begint te draaien. Het roerwerk zorgt er voor dat het notenmeel omgeroerd wordt zodat het egaal verwarmd wordt. Dit verwarmen is nodig omdat de olie, die nog in het notenmeel zit, dunner vloeibaar wordt zodat deze makkelijker uit te slaan is.
Als het meel op temperatuur is dan wordt het roerwerk gelicht en wordt de meel verdeeld over twee "bulen".
Een buul (verbastering van "buidel") is een platte, langwerpige, taps toelopende zak van stevig linnen. De gevulde buul wordt daarna in een "schrooi" gelegd en dichtgevouwen. Een schrooi is een lederen omslag waarin twee houten platen bevestigd zijn welke ongeveer de vorm van de buul hebben. De schrooi wordt dichtgevouwen en tussen de jaagijzers van de perslade gezet.
Eerst even iets over het oliewerk: Het gehele oliewerk bestaat uit 3 delen, het voorslagblok, het stamperblok en het naslagblok.
Het voorslagblok bestaat uit de volgende onderdelen:

Het oliewerk met onderin de perslade en bovenin de heien...
1. Slagbeitel
2. Losbeitel
3. Slaghei
4. Loshei

De jaagijzers: (tusen de jaagijzers zijn nog net de hengsels van de schrooien te zien)
5. staander
6. jager

7. diverse kussens (opvulstukken)

Zoals we eerder konden lezen wordt de schrooi (met daartussen de  met warme notenmeel gevulde buul) tussen de jaagijzers gezet. Daarna drukt men de slagbeitel naar beneden. De slagbeitel heeft een wigvorm en wordt naar beneden in de perslade (gleuf waar ook de jaagijzers en de kussen in staan) gedrukt. Daardoor worden, via de kussens, de jagers tegen de staanders gedrukt. Als e.e.a. wat vast staat wordt de slaghei gelost. De slaghei is een zware, vierkante houten balk die verticaal recht boven de slagbeitel hangt. Als deze gelost wordt valt hij met z'n volle gewicht op de slagbeitel waardoor deze nog dieper in de perslade gedrukt wordt. Gevolg, nog meer druk op de jaagijzers.
De werkening van het vooslagblok mag nu duidelijk zijn: doordat de slaghei de beitel diep in de lade heit wordt de druk op de jaagijzers (en dus ook in de schrooi) zo groot dat het olie uit het warme notenmeel geperst wordt.
Echter, één klap van de slaghei is niet voldoende, er zijn heel wat klappen nodig om het notenmeel volledig "uit te slaan". Daarom moet men de slaghei herhaaldelijk optillen en laten vallen. Dat gebeurt ook met de wentelas.
De wentelas met daarachter het heiwerk...
1. Hei
2. Vuist
3. Spaak
4. Wentelas

De foto hierboven is gemaakt op de zolder van de oliemolen. Op deze foto draait de wentelas rechtsom. Op deze wentelas zitten, per hei, 2 of drie spaken, een soort nokken. Normaal gesproken zijn deze van hout maar om te laten zien dat men vroeger goed bij kas zat werden deze bij de Kilsdonkse van gietijzer gemaakt, net zoals de staven bij sommige schijflopen..
Ook zien we de bovenkant van een hei op de foto. Haaks op de hei zit een korte balk, de "vuist". De werking is al min of meer op de foto te zien. Doordat de wentelas rechtsom draait tilt de spaak de vuist (en dus de gehele hei) op. Draait de as verder dan ondersteunt de spaak de vuist niet meer en deze valt dan omlaag op de (slag)beitel.
Door dit herhaaldelijk te doen wordt de slagbeitel steeds dieper in de perslade gedrukt en wordt via de kussens en de jaagijzers de olie uit het notenmeel geperst. Ik heb begrepen dat de druk op de jaagijzers zo'n 300 HPa (bar) bereikt, daar moet je dus geen vinger tussen steken
Onder de perslade staan twee bakjes waar de olie wordt opgevangen.
Het heien is klaar als de slaghei op de slagbeitel begint te "dansen". Bij de eerste klappen zal de hei "dood" vallen op de slagbeitel. Na verloop van een aantal slagen zal de hei steeds meer gaan dansen (stuiteren) ten teken dat de meel niet verder uitgeperst kan worden. De hei wordt dan "opgeschort" ofwel met een touw zo ver opgehesen en vastgezet dat de vuist buiten het bereik van de spaak komt. Met een stalen pen wordt de hei dan gezekerd zodat deze niet onverwacht omlaag kan vallen.

Opschorttouwen van het oliewerk. Rechtsbovenin een pen om een hei of stamper te zekeren...
Bij het lossen van een beitel moet je altijd even naar boven kijken om te zien of de spaak van de wentelas al voorbij de vuist is gedraaid, op dat moment kun je hei vrij laten vallen. Let je daar niet op en laat je de hei op het verkeerde moment vallen dan kan de vuist op een spaak vallen waardoor de vuist kan afbreken.
Als de slaghei is opgeschort dan laat men de druk nog een paar pinuten op de schrooien staan zodat ze nog even kunnen uitlekken. Daarna lost men de loshei welke vlak naast de slaghei zit. De loshei werkt met hetzelfde principe als de slaghei. Echter, de loshei slaat op de losbeitel (zie foto van het oliewerk). De losbeitel heeft ook een wigvorm maar deze staat, vergeleken met de slagbeitel, ondersteboven in de perslade Als er op de loswig geheit wordt dan maken we weer ruimte in de perslade en haalt men de druk van de kussens en de jaagijzers. Men haalt de schrooien tussen de jaagijzers uit en zet ze schuin boven de perslade zodat ze nogmaals kunnen uitlekken.
Nadat de schrooien een paar minuten hebben uitgelekt vouwt men de schrooien open en haalt men de bulen er uit. Het notenmeel is zo hard in elkaar gedrukt dat het een koek is geworden, de "oliekoek".
Deze koek wordt uit de buul gehaald. Vroeger deed men dat met een "kaak", een speciale plank die schuin op een tafel was bevestigd. Men zette daar de buul op en stroopte 'm in één keer af. De Kilsdonkse heeft ook een kaak maar de bulen zijn zo stug dat dat niet echt lekker werkt.

Een "oliekoek" van walnotenmeel...
Men was vroeger nogal zuinig. Het bleek dat in de boven- en onderkant van de koek nog veel olie zat. Daarom werden die van de koek afgesneden en nogmaals geslagen. Rechtsonder op de foto zien we nog een gedeelte van het koekenmes wat werd gebruikt om de uiteinden van de koek af te snijden.

Beide koeken worden daarna in een appelpot gegooid. De appelpotten zitten in het pottenblok welke in het verlengde staat van de perslade. De Kilsdonkse heeft 5 appelpotten. Boven deze appelpotten hangt ook een hei die men nu een "stamper" noemt. Deze stampers werken ook weer volgens hetzelfde principe als de slag- en loshei. Door de stamper te lossen worden de koeken in de appelpot weer tot losse meel geslagen. Deze meel kan men dan gebruiken als veevoer maar er kan ook weer olie uit geslagen worden. Daarvoor heeft de Kilsdonkse ook een "naslagblok".
Het naslagblok werkt precies als het voorslagblok. Het heeft ook een eigen vuister. Het verschil met het voorslagblok is dat de meel warmer wordt gemaakt, ± 70°C en de druk in bij het heien bereikt een slordige 500 HPa (bar) doordat de slagbeitel een kleinere wighoek heeft.
De opbrengst bij de naslag is beduidend minder en ook de olie die op deze manier verkregen wordt is van mindere kwaliteit, het wordt voornamelijk gebruikt als smeerolie.
Ik heb helaas niet van alle stappen foto's gemaakt maar ik heb wel e.e.a. op video gezet die je hieronder ziet. Ik hoop dat deze beelden e.e.a. wat verduidelijken:



Nadat Ad me alles had uitgelegd was het tijd om zelf de handen uit de mouwen te steken. Ik heb het gehele oliewerk mogen bedienen.
Het begon allemaal bij de Kollergang. Ad zeefde de walnoten op zolder om alle aarde en verontreinigingen te verwijderen en deed ze daarna per 5 kg in mandjes. Per gang word er ± 5 kg geplet onder de kantstenen. Ik moest eerst controleren of de afloper gelicht was en de aanstrijker neergelaten was. Daarna gooide ik één mand met walnoten op de ligger. Uiteraard niet in één keer maar verdeeld over één omwenteling van de steenspil zodat de noten mooi verdeeld over de ligger verspreid werden.
De aanstrijkers drukten de noten in het spoor van de kanstenen en met een hoop gekraak werden ze geplet onder hun enorme gewicht.
Tijdens het pletten moet de meel af en toe even omgeschept worden zodat het mooi homogeen geplet wordt. Ook moet je er voor zorgen dat het notenmeel niet te lang geplet wordt, het blijft dan aan de kanstenen plakken. Na het pletten wordt de notenmeel geoogst.
Op het vuister wordt de notenmeel verwarmd. Er wordt een bepaald hoeveelheid in de pan gedaan. Als je teveel in de pan doet dan worden de bulen te dik en passen ze niet meer tussen de jaagijzers. Doe je te weinig meel in de bulen dan worden ze te dun en krijgt de slagbeitel te veel ruimte. De kans is dan dat deze te diep in de perslade geheit wordt waardoor de beitel de bodem kan raken en kapot geheid wordt.
Het notenmeel wordt vanuit de voorraadbak in een zinken emmer geschept, André gaf aan tot welke streep de emmer gevuld moet worden zodat de juiste hoeveelheid meel op het vuister terecht kwam.
André had net de koeken uit de bulen gehaald en ik hing de bulen onder de twee kaartjes (trechters) bij het vuister.
Na een minuut of 10 was het notenmeel voldoende warm. Ik lichtte het roerwerk, trok de pan naar me toe zodat beide bulen zich vulden met warme notenmeel. Ik haalde beide bulen onder de kaartjes vandaan en legde ze in de schrooien. André leerde me om het notenmeel netjes en gelijkmatig te verdelen in de bulen zodat ook de druk goed verdeeld kan worden. Als je een dike prop in de buul hebt zitten dan wordt alleen die prop uitgeperst en de rest van de meel niet. Ook leerde hij me dat ik snel moest werken omdat anders het meel teveel afkoelt.
Ik zette de gevulde schrooien tussen de jaagijzers in de perslade waarbij ik er op moest letten dat ze niet op de bodem stonden. Ik drukte de slagbeitel omlaag om de boel wat op te sluiten. Daarbij moest ik er op letten dat de losbeitel niet te laag in de perslade stond. Staat deze te laag dan kan deze niet of onvoldoende naar beneden geheid worden en dan komt de boel niet los.
Daarna mocht ik de slaghei lossen. Eerst wat spanning op het opschorttouw zodat ik de pen er uit kon trekken. Daarna naar boven kijken om te zien waar de spaak is. Toen de spaak voorbij de vuist was liet ik het touw los en de hei kwam met een behoorlijke klap neer op de slagbeitel. Het geluid tijdens het heien heeft een zodanig niveau dat je wel gehoorbeschermers moet dragen. De Kilsdonkse stelt deze dan ook ter beschikking aan de molenaars. De uitdrukking "oliedom" komt hier ook vandaan.
Vroeger werd je als jong kind al aan het werk gezet in een oliemolen, ouders hadden geen geld voor educatie dus je leerde niet veel, je bleef dus dom. Ook werkte je dag in dag uit in die herrie waardoor je op vroege leeftijd al doof werd. Je kon op een gegeven moment niet meer horen wat mensen vertelden en begreep dus niet waar ze het over hadden: Oliedom!
Toen de slaghei al behoorlijk aan het dansen was gaf André me het teken dat ik de hei moest opschorten. Je laat de spaak de hei nog een keer optillen en vlak voordat hij valt trek je de hei verder omhoog en zeker je hem met het touw en een pen. Even de schrooien uit laten lekken en tijd om het notenmeel in de kollergang om te scheppen.
Olieslaan is een continu proces. Zodra het notenmeel geoogst is wordt er meteen weer een nieuwe mand met noten op de ligger gegooid. Daarna weer een emmer meel op het vuister gegooid en het roerwerk laten zakken.
Nadat de bulen uitgelekt waren loste ik de loshei. Met 5 ferme slagen was de boel los gekomen. Ik trok de schrooien uit de perslade en zette ze schuin neer om ze nogmaals uit te laten lekken. 
Daarna brak ik de koeken uit de bulen en vulde een appelpot met de brokken oliekoek. Met de stamper werden de brokken weer tot losse meel gestampt. De lege bulen hing ik weer onder de kaartjes bij het vuister en tijdens het stampen vulde ik ze weer met warme notenmeel. De bulen weer tussen de schrooien en de schrooien weer in de perslade om te slaan enz. enz.
Als er weer olie geslagen wordt dan kijk je even hoe ver het stampen is. Het stampen is klaar als de stamper het losse meel boven de appelpotten uit gooit. De stamper wordt opgeschort en het meel wordt uit de appelpot gehaald en in zakken gedaan. Aangezien we maar met z'n drieën waren konden we de naslag niet gebruiken, dan heb je echt meer mensen nodig.
Inmiddels begon de slaghei weer te dansen ten teken dat de bulen voldoende uitgeslagen waren. En dan begint het hele proces weer opnieuw
En zo ben je lekker de hele dag bezig.
Zo rond het middaguur gaan de molenaars even eten. De watermolen wordt dan stil gezet door de sluizen te sluiten. Omdat de windmolen ontkoppeld is kan deze door blijven draaien.
Tijdens de lunch in het restaurantje naast de molen krijgen we een stuk molenkoek aangeboden. Ik moet zeggen, die smaakte best!
Ad vertelde wat over de loop van de Aa, het riviertje waar de molen aan staat. Het water van de Aa komt uit een moerasgebied wat in de Peel ligt.
Ik zei net dat de molen aan de Aa staat maar dat klopt (nu) niet meer. Vroeger stond de molen wel aan de Aa maar tijdens het kanaliseren is de waterloop veranderd waardoor deze niet meer langs de molen loopt.
Tijdens de restauratie is er speciaal een waterloop gegraven zodat ook de watermolen weer kon werken.
Een paar honderd meter stroomopwaarts staat een stuw in de Aa. Deze stuw regelt stroomopwaarts de waterstand van de rivier. Tijdens droogte staat de stuw hoog zodat de landerijen naast de Aa voldoende vochtig zijn. Tijdens natte perioden staat de stuw laag zodat er goed afgewaterd kan worden.
De aftakking naar de molen is stroomopwaarts van de stuw gegraven, d.w.z. dat de stuw ook de waterstand in de aftakking bepaald. Als de waterstand hoog is dan staat er veel druk op de sluizen, ze hoeven dan maar een klein stukje open gezet te worden om voldoende kracht op het schoepenrad te genereren, het water spuit dan letterlijk door de sluisdeuren. Is de waterstand laag dan is ook de druk laag en moeten de sluisdeuren verder open gezet worden voor voldoende kracht.
Na de lunch draai ik onder toeziend oog van André beide sluisdeuren open. Hij leert me dat het water niet over de schoepen mag stromen want dan gaat het water tegenwerken.

De voorwaterloop van de watermolen...
Ik draai de eerste sluisdeur open en het water begint tegen de schoepen aan te stromen, het schoepenrad komt langzaam op gang. Binnen begint, met wat gekraak van het steenraam, ook de kollergang weer te draaien. Met z'n drieën slaan we de rest van de middag nog wat liters olie.
André moest nog even naar huis om even met z'n kinderen naar de optocht te kijken, het was die dag carnaval. Ad en ik hielden de boel wel even aan de gang.
Wat later was André weer terug. Zo tegen een uur of 4 werd de laatste olie geslagen waarna we met z'n allen de boel schoonmaakten. Omdat de geslagen olie voor consumptie gebruikt wordt moet alles goed schoon gehouden worden.
De bakjes met olie worden onder de perslade vandaan gehaald en door een zeef in een maatkan geschonken. Een goeie 4,5 liter olie, een mooie oogst volgens de molenaars.
Een dag intensief gewerkt en dan toch maar 4,5 liter olie? Dat moet vroeger een duur goedje zijn geweest! Onder het gebouw van de oliemolen zijn nog steeds de kelders te zien waar de olie opgeslagen werd. In de vloer van de oliemolen zijn glazen panelen gelegd zodat je kelders goed kunt zien. De vloer en wanden van de kelders zijn betegeld, het lijkt wel een soort zwembad.  Het beslaat een behoorlijk oppervlak en ik schat dat er duizenden liters olie in opgeslagen konden worden. Daar moet je dan wel behoorlijk wat uren voor werken! Men vertelde me dat olieslaan vroeger een vrijwel continu proces was, het ging dag en nacht door.

De olie die we vandaag geslagen hebben gaat in een schone jerrycan en er wordt een monster opgestuurd naar een laboratorium waar ze de kwaliteit controleren. Als er geen bijzonderheden zijn dan wordt de olie vrijgegeven en wordt deze gebotteld voor de verkoop.

Walnotenolie van de Kilsdonkse... (Zelf geslagen!!!)
Nadat alles in de molen aan kant was zijn André en ik de windmolen gaan afzeilen.
Ik zeil het eerste eind af en André laat het volgende end voorkomen. Daarbij laat hij zien hoe de trommelvang werkt. daarna zeilt hij het volgende end af en mag ik het volgende eind laten voorkomen.
Nu is het vangen bij iedere molen weer anders dus is het altijd even voelen hoe de vang aangrijpt. Grijpt hij vroeg of laat aan, doet hij dat abrupt of langzaam? Bromt de vang? Tot nu toe had ik alleen maar met wipstokken gewerkt. Gelukkig lag de vang er al op en hoefde ik 'm alleen maar wat te lichten om het volgende end voor te laten komen.
Ik stond gewoontegetrouw aan de achterkant van de molen (waar bij een wipstok normaal gesproken het vangtouw hangt) en lichtte de vang iets. Het gevlucht begon te draaien en het volgende end kwam voor. Ik kon 'm nog op tijd stoppen maar had geen idee hoe het gevlucht precies stond. De Kilsdonkse is een kettingkruier en heeft daarom geen houtwerk aan de buitenkant, geen spruiten, geen schoren en ook geen staartbalk. Ik gebruikte altijd de lange spruit om het gevlucht loodrecht uit te lijnen. Dat kon nu niet en ook omdat ik aan de achterkant van de molen stond kon ik niet goed zien hoe het gevlucht stond.
André leerde me dat ik (natuurlijk) ook aan de zijkant van de molen kan gaan staan zodat ik het gevlucht wel goed kon zien. Immers, de vangketting komt ook aan de zijkant uit de kap.
Ondanks dat dit m'n eerste ervaring was met een trommelvang ging het best goed.
We brengen we de roekettingen en bliksemkabel aan en aan de achterkant van de molen laten we de pal in het bovenwiel zakken. We zetten de kruikettingen en ook de vangketting vast .
Op zolder wordt de kruipal neergelaten, een stalen staaf die tussen twee tanden van de tandheugel valt zodat de kap niet meer kan draaien. Als de koningsspil ontkoppeld is dan wordt deze weer gekoppeld, de steenspillen worden in het werk gezet en de stenen worden via het lichtwerk op elkaar gezet. Alle deuren gesloten en op naar de Empiro voor een afzakkertje.
Ad, André en ik kleppen nog even gezellig na. Daarna kruip ik weer in m'n motorpak en rij moe maar voldaan terug naar de Meern. Een intensieve dag waarin ik erg veel indrukken heb opgedaan en veel heb geleerd. Maar het was weer ontzettend leuk!

Een paar dagen later krijg ik een mailtje van André met een verslag van de afgelopen draaidag.
Zoals ik al eerder schreef zijn er heel wat vrijwillige (hulp)molenaars die meedraaien op de Kilsdonkse. De molenaars staan ingeroosterd maar de hulpmolenaars komen als ze zin en tijd hebben. De ene komt elke week, de ander komt één keer in de maand. Om elkaar toch een beetje op de hoogte te houden schrijft de dienstdoende molenaar een verslag van zijn of haar draaidag. In het verslag staat dan wat er zoals is gebeurd, wat er is gedaan en evt. bijzonderheden van de molen.
Hieronder het verslag wat molenaar André schreef over zaterdag 5 maart:

Hoi,

Afgelopen zaterdag waren Ad L. en André om 09.00 uur op de molen, wind was er niet, toch maar 4 volle voorgelegd maar de molen draaide niet.
Toen hebben we de vuister opgestookt en zijn we olie gaan slaan, het waterpeil was 6.50 maar de kollergang ging ondanks deze waterstand toch lekker rond. ( dik water?! of misschien is het wegblijven van het kroos een betere verklaring).
Om 11.00 arriveerde de gastmolenaar: Marcel van Hees uit De Meern, hij heeft de hele dag mee olie geslagen. Marcel is van plan om de maanden maart en april elke zaterdag te komen.
André moest tussen de middag even weg om naar de kinderoptocht van zijn zoon te kijken, bij terugkomst op de molen was de wind aangewakkert tot (jawel) kracht 1 en wilde de molen en paar rondjes draaiden.
Om 4 uur afgezeild en alles opgeruimd, in totaal 4,5 ltr olie geslagen.
Dinsdag hadden Ad L., Mariepauline en André een extra dagje op de molen, de wind was om 09.00 kracht 2, dus 4 volle voorgelgd en spelt gebroken op het veevoerkoppel. Om 12.30 hadden we de 8 zakken, 160 kg, gedaan. Na de boterham was de wind aangetrokken tot kracht 3 en hebben we consumptiemeel gemalen, in totaal 150 kg.
Met het zonnetje erbij een lekker rustige dag.
 Voor de molenaars van zaterdag a.s.:
- Marcel van Hees komt weer, hij is er om 09.00
- afgelopen week heeft Peter 4 zakken notenmeel opgehaald
- de leren riem van de loswig is gebroken
- er zijn 2 kleuren handvegers gekocht: blauw voor onderdelen die met het produkt in aanraking komen, wit voor vloeren e.d.
- John van de Halm komt als hij tijd heeft de gebroken spelt halen en nieuwe zakken brengen
- er hoeft niet per se consumptiemeel gemalen te worden, er ligt immers een vooraad van ruim 500 kg

Groeten,

André 

Wederom bedankt voor het lezen en tot de volgende keer!
Groet,

Marcel